Klassieker: (Ferrari) Dino

Auteur: , 53 Reacties

De Dino is een buitenbeentje in de lange historie van Ferrari. Enzo wilde een kleine, goedkopere sportwagen om te concurreren met Porsche's 911. Maar ook wilde hij de roemruchte merknaam Ferrari niet omlaag halen en dus kreeg deze "poor man's Ferrari" de naam Dino.

De naam Dino moest een apart merk worden dat alleen voor de goedkopere Ferrari’s gebruikt werd. De naam was een eerbetoon aan Enzo’s zoon, Alfredo Dino Ferrari die zijn vader ervan overtuigde om ook goedkopere auto’s te bouwen.

In eerste instantie geloofde Enzo dat het weggedrag van een auto met middenmotor te listig was voor zijn klanten. Een middenmotor was toen al gebruikelijk voor raceauto’s maar voor straatauto’s was het nog niet gewoon. Wel waren er een paar uitzonderingen zoals de Lamborghini Miura.

Ondanks zijn scepsis gaf Enzo na een beetje aandringen toestemming aan Pininfarina om een concept te ontwerpen dat voor het eerst werd getoond in Parijs in 1965. De eerste reacties waren positief en dus stond er in 1966 in Turijn een tweede concept, de Dino 206S. Toen ook bij deze concept het publiek positief was, zwichtte Enzo definitief en werd de auto in productie genomen. Enzo geloofde ook dat door de relatief zwakke V6 de eigenaren in niet al te veel problemen zouden komen.

De eerste Dino 206 GT zoals de eerste productieversie uiteindelijk heette, stond in 1968 bij de dealer. Het design was prachtig met mooie ronde vormen en een langzaam aflopende achterkant. De middenmotor zorgde wel voor de nodige uitdagingen omdat het ten koste gaat van de ruimte in het interieur maar na een beetje passen en meten lukte het Pininfarina toch om genoeg plaats voor twee personen te creëren.

De 206 GT had een 2.0-liter V6 onder de motorkap die voor 180 pk zorgde. Daarmee had de Dino een topsnelheid van 235 km/u. Fiat gebruikte dezelfde motor met kleine aanpassingen in de Fiat Dino. Deze werd gebouwd omdat Ferrari wilde deelnemen aan Formule 2-races waarvoor homologatiemodellen gebouwd moesten worden. Ferrari beschikte zelf niet over genoeg productiecapaciteit en dus werd Fiat te hulp geroepen.

Dino 246 GT

De 206 was een klein succesje maar er was onder de eigenaren toch behoefte aan meer vermogen. Daarom kwam Ferrari in 1969 met de 246 GT die een grotere 2,4-liter V6 met 195 pk had. De 246 kreeg een iets langere wilbasis en om kosten te besparen werd de carrosserie van staal in plaats van aluminium gemaakt. Hierdoor was de 246 GT een stuk zwaarder dan de 206 waardoor de vermogenswinst bijna teniet werd gedaan. Naast de 246 GT werd er tussen 1972 en 1974 een spyder gebouwd die de naam GTS meekreeg. In totaal zijn er van de 246 GT en GTS 3750 gebouwd.

Dino 308 GT4

In 1973 werd de 246 opgevolgd door de volledig nieuw ontworpen 308 GT4. Deze auto is een mijlpaal in de geschiedenis want het is de eerste Ferrari met een V8-middenmotor. Tegenwoordig zijn dat de best verkopende modellen van de Italiaanse autobouwer. De motor in de 308 produceerde 250 pk. In tegenstelling tot de 206 was dit keer Bertone verantwoordelijk voor het ontwerp dat een stuk rechthoekiger was dan de ronde vormen van zijn voorganger. Het chassis was wel gebaseerd op de 246.

Twee jaar later werd er ook een zwakkere versie van de 308 gepresenteerd die een kleinere versie van de V8 met maar 170 pk had. De motor had maar een inhoud van 2 liter waarmee het de kleinste V8 ooit is. De naam was deze auto was 208. Naast de kleinere motor had de 208 andere verhoudingen van de versnellingsbak en smallere banden.

Uiteindelijk zou de 308 tot 1980 in productie blijven tot dat zijn opvolger in de vorm van de Mondial 8 klaarstond. In 1976 werd de het Dino embleem vervangen door een echt Ferrari plaatje en werd het Dino-merk vooralsnog in de ijskast gezet.