Gespot: Put Your Hands Up For Detroit!

Gepost op Wednesday, 26 August 2009 om 13:30 door appeltje in Gespot, Klassiekers | 32 Reacties »

AC 428 Convertible - Foto Jim Appelmelk

Kleine merkjes kunnen vaak moeilijk overeind blijven, dan wel maken ze niet alle onderdelen zelf. Pagani haalt bijvoorbeeld motoren uit de schappen van Mercedes-Benz. In het verleden kwam zoiets wel vaker voor. Europese, kleine luxemerken klopten dan voornamelijk aan in Detroit, voor motoren van Ford, Chevrolet en Chrysler. Het zijn vrij zeldzame klassiekers waar deze blokken in werden gelepeld, dus ik heb ze niet allemaal kunnen vinden…

AC 428 Convertible

Misschien ken je de foto’s ergens van. Ze zijn niet recent, dit is een compilatieaflevering gezien de beperkte spotbaarheid van de relevante modellen. AC is een Brits merk dat al sinds 1908 auto’s bouwt, maar het werd pas echt bekend door de AC Cobra. Dit was een AC Ace die voor competitiedoeleinden onder handen was genomen door Caroll Shelby. Inmiddels is het de meest gerepliceerde auto ter wereld, van producenten over de hele wereld, maar vaak nog wel voorzien van een Amerikaanse motor. Oorspronkelijk was dit een V8 van Ford, small block dan wel big block, want er waren drie verschillende motoren beschikbaar voor de AC. De veel minder bekende 428 had een big block van 7,0 liter voorin, 350 pk krachtig. Deze Engelse auto had naast een Amerikaanse krachtbron een Italiaanse koets, die zeker in het geval van de coupé erg mooi is. Cabrio’s zijn meestal wat minder mooi door het ontbreken van een daklijn. Er zijn 51 coupé’s gebouwd, en slechts 29 cabrio’s. Daarvan is een deel alweer omgebouwd tot Cobra’s, die veel kostbaarder zijn. Deze spot is alweer van uit 2006, te Knokke.

AC 428 Convertible - Foto Jim Appelmelk
AC 428 Convertible - Foto Jim Appelmelk
AC 428 Convertible - Foto Jim Appelmelk
AC 428 Convertible - Foto Jim Appelmelk


Bristol 411 MkI en MkIII

Vlak na de Tweede Wereldoorlog werd het merk Bristol in het leven geroepen. Men begon met de 400, een model dat in veel opzichten gelijkte aan de vooroorloge BMW 326, 327 en 328. De motor was dan ook een zescilinder van de 328. In 1961 ging het roer om, de 2,2 liter zescilinder, zoals die in de 406 van 1958 lag, werd vervangen voor grof geschut van Chrysler. Dit was een 5,1 liter V8 met een maximum vermogen van 250 pk. Langzaam maar zeker groeide die motor ook nog. In de 411 was de inhoud gestegen tot 6,3 liter, en het vermogen bedroeg naar liefst 340 pk. De MkI, MkII en MkIII hadden deze motor in het vooronder. De topsnelheid was 225 km/u, 0-100 kostte maar 7 seconde, ook voor dagelijkse begrippen indrukwekkend.
Verschillen tussen de MkI en de MkIII (MkII leek sprekend op de MkI) zaten voornamelijk in de neus. Kijk maar goed naar de grill en de koplampen. Een opmerkelijke verandering zit in het uitlaatsysteem. De MkIII toont weliswaar nog steeds twee dubbele uitlaten, maar je zou ze nooit echt uit zien ademen. In werkelijkheid werden uitlaatgassen neerwaarts uitgestoten om de muur van je garage te sparen…

Bristol 411 Series I - Foto Jim Appelmelk
Bristol 411 Series I - Foto Jim Appelmelk
Bristol 411 Series I - Foto Jim Appelmelk
Bristol 411 Series I - Foto Jim Appelmelk
Bristol 411 Series I - Foto Jim Appelmelk
Bristol 411 Series III - Foto Jim Appelmelk
Bristol 411 Series III - Foto Jim Appelmelk
Bristol 411 Series III - Foto Jim Appelmelk
Bristol 411 Series III - Foto Jim Appelmelk
Bristol 411 Series III - Foto Jim Appelmelk


Bristol Brigand

De Bristol 411 werd in 1976 afgelost door de Bristol 603, gepaard met een vermogensval van 254 pk (5,2 V8 uit de 410) naar slechts 147 pk. Erg jammer, maar een gevolg van strengere milieuvoorschriften. Alle Amerikaanse merken moesten er aan geloven, en dus ook Chrysler, die nog steeds de motoren leverde voor dit exclusieve Britse merk. De Brigand maakt in wezen onderdeel uit van de 603 als serie, het is namelijk de derde versie. Men gaf de auto’s namen die refereerde naar het verleden van vliegtuigen bouwen, want daar begon Bristol mee in 1910.Dat gaf de Britannia, de Brigand (een Britannia met turbo), de Beaufighter, en de huidige Fighter. Stuk voor stuk bleven het exclusieve wagens wegens onder andere de bijzonder hoge prijs. De Jaguar XJS V12 was te zien als een directe concurrent, hoewel de aanzienlijk hogere productiecijfers dit tot een twijfelachtige vergelijking maken.

Bristol Brigand - Foto Jim Appelmelk
Bristol Brigand - Foto Jim Appelmelk
Bristol Brigand - Foto Jim Appelmelk


Detomaso Deauville & Longchamp

In Italië waren, net als in Engeland, ook meerdere merken gevestigd die motoren gebruikten van Amerikaanse merken. Iso Rivolta en Bizzarrini waren daar goede voorbeelden van, en hadden prima in het rijtje van onder andere Bristol, Detomaso en Jensen gepast. Helaas zijn ze vrijwel niet te vinden op de openbare weg. De Ford Cleveland motor van 5,8 liter zorgde weer voor de aandrijving, zoals ook het geval was voor de Pantera GTS en de Deauville. Met 270 pk haalde de auto’s een topsnelheid van 230 km/u. Dit kostte natuurlijk allemaal veel te veel brandstof, wat in de jaren van de oliecrisis resulteerde in erg lage verkoopcijfers. Van de Longchamp werden er slechts 412 gebouwd en van de Longchamp zelfs maar 244. De Deauville staat weg te rotten in Parijs – men is er niet zo zuinig op auto’s – op een paarhonderd meter afstand, van een Quattroporte III, waarmee de auto destijds de concurrentie aan ging.

De Tomaso Deauville - Foto Jim Appelmelk
De Tomaso Deauville - Foto Jim Appelmelk
De Tomaso Deauville - Foto Jim Appelmelk
De Tomaso Deauville - Foto Jim Appelmelk
De Tomaso Longchamp - Foto Jim Appelmelk
De Tomaso Longchamp - Foto Jim Appelmelk


Facel Vega HK500

Wellicht komen de foto’s jullie bekend voor uit een ver verleden, want gezien dit een “zeldzaam thema” is, is het deels een compilatie met oude beelden. Een Facel Vega is net als een originele AC en Detomaso bijzonder zeldzaam. Voorin de massieve neus van de HK500 ligt een 5,9 liter V8 die net als het blok voorin de Bristol uit de schappen van Chrysler komt. De panoramische voorruit was ook uit de States over komen waaien, hij stond de Facel Vega in al zijn excentrisme erg goed. Latere modellen waren helaas iets minder gewaagd vormgegeven, Facel-Vega heeft zich zelfs gewaagd aan kleine, minder opvallende modellen met vier- en zescilinder motoren om de verkoop op te krikken. Het merk ging echter na tien jaar, in 1964, al failliet. Dat is erg jammer, want Facel Vega bouwde kenmerkende en onderscheidende modellen, die zeker nu niet misstaan hadden tussen grotere merken met steeds minder karakteristieke modellen.

Facel Vega HK500 - Foto Jim Appelmelk
Facel Vega HK500 - Foto Jim Appelmelk
Facel Vega HK500 - Foto Jim Appelmelk
Facel Vega HK500 - Foto Jim Appelmelk
Facel Vega HK500 - Foto Jim Appelmelk


Jensen Interceptor, Convertible & “Coupé”

Een erg mooi voorbeeld van een multiculturele auto is de Jensen Interceptor. Het is een Britse auto met een Italiaanse koets – Vignale tekende de schitterende coupé met opvallende derde deur – en een Amerikaanse motor. De V8 voorin kwam eveneens van Chrysler, de Jensen CV8 en de Interceptor (tot 1971) hadden de 6,3 liter motor die ook de Bristol 411 aandreef, latere Interceptors hadden zelfs 7,2 liter in het vooronder, dat gold voor alle cabrio’s omdat die alleen in ‘74, ‘75, en ‘76 werden gebouwd, en voor de “Coupé’s” met hardtop die alleen in 1975 en 1976 werden gebouwd. Hiervan zijn er respectievelijk 505 en ongeveer 60 gebouwd, veel minder dan de 6.407 “standaard” Interceptors. Interessant zijn de FF en de SP, twee zeldzame versies van de “Saloon”, zoals de meest gebruikelijke versie heette. De FF (Ferguson Formula) had een lange wielbasis en vierwielaandrijving, er werden er 320 van gebouwd. De SP (”Six-Pack”) had drie dubbele carburateurs waar de gebruikelijke versie een enkele “four-barrel” carburateur had. Dit maakte het tot de krachtigste versie, met 390 pk op de achterwielen.

Jensen Interceptor III - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III Convertible - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III Convertible - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III Convertible - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III Convertible - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III Convertible - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III Convertible - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor III Convertible - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor Hardtop - Foto Jim Appelmelk
Jensen Interceptor Hardtop - Foto Jim Appelmelk


Er zijn veel andere Europese merken en modellen die die gebruik maakten van Amerikaanse motorisering. Dit zijn de belangrijkste voorbeelden:

- Bitter, een Duits merk dat de Opel Senator en Diplomat als basis gebruikte. Motoren kwamen aanvankelijk van Chevrolet, zoals de 5,4 liter motor uit de Corvette die in veel Iso-Rivolta’s terug te vinden was.

- Bizzarrini, een aan Iso-Rivolta gerelateerd merk dat raceauto’s bouwde op basis van de Iso Grifo.

- Ginetta, een klein Brits merk uit de jaren ‘60 en ‘70, gebruikte voor een achttiental auto’s een 4,7 liter Ford V8. Andere modellen hadden vier- en zescilindermotoren, dus het merk hoort niet echt in dit rijtje thuis.

- Gordon-Keeble, een Brits merk van hetzelfde kaliber, gebruikte Chevrolet motoren. Men bouwde maar 99 auto’s.

- Intermecchanica, een Italiaans jaren ‘60 sportwagenmerk dat eveneens Chevrolet-motoren gebruikte.

- Iso-Rivolta, een Livornees merk dat zich kon meten aan Facel-Vega en Bristol gebruikte voornamelijk de 5,4 liter V8 van de Corvette, enkele Grifo’s zijn geleverd met een 7,0 liter V8. Vanaf 1972 werden Grifo’s uitgerust met een Ford V8.

- Monteverdi bouwde in de jaren ‘60, ‘70 en ‘80 in Basel exclusieve auto’s met grote Chrysler motoren. Met name 7,2 liter V8 die in de Jensen Interceptor lag werd gebruikt, de 5,2 en 5,9 motoren zoals Bristol ze gebruikte werden ook nog toegepast.

Morgen is er nog een aparte spot te zien. Het is geen echt heel zeldzame auto, maar toch een model dat heel moeilijk te spotten is. Voor vragen kun je me mailen.

32 REACTIES

Die Bristol 411! Oh zo mooi had ik Bristols nog niet gezien.

Mooie spots, en ook een leuk verhaal eromheen. Maar als ik me niet vergis bestaat Ginetta nog gewoon hoor. Dit is bijv. een bekende race-auto van hun:

cardesigner@USA [ reply ]
26 August 2009 om 13:45

@Dan, Lotus coachbuild? De Amerikaanse motoren zijn ook gewoon prima geschikt voor GT’s; Ze maken weinig toeren en zijn daarom perfect om mee te cruisen.

mooie verzameling

Damm die Jensen Interceptor is nice !!

okeeeee

enneh, doe maar Jensen, lekker cabrio met een 7,2… wat een machine :D lekker veel verbruiken, zonder heel hard te gaan, met de kap open en die soundtrack… *zwijmel*

Nooit geweten dat er achter mijn hoek een Jensen dealer is geweest. Tja, lang voor mijn tijd…

die interceptor coupe is wel heel stoer

inderdaad ik ga mee met mrB die interceptor ziet er wel heel erg stoer uit, en die cabrio is zeker niet verkeerd 8)

@ Alwood: clip nooit gezien vond het nummer al gaaf. de clip nu ook. thanks.

Het meest gebruikte specials motorblok is waarschijnlijk de Rover 3500 V8, die het leven startte als een Buick. Als je daar alle varianten van wilt spotten…

Bovenste auto is de AC 428 Frua. Mn pa heeft er ook 1 :)

Nou voor mij is het duidelijk, De Facel Vega HK500 staat in mijn top drie dus das lekker makkelijk. :)

Voor de mensen die geinteresseerd zijn:
http://www.classicargarage.com/english/g...

“Pagani haalt bijvoorbeeld motoren uit de schappen van Mercedes-Benz.” – Hahaha, uit de schappen, alsof er een 320CGI in zo’n Zonda ligt…

Maar goed, mooie spots weer, en zo’n Jensen Interceptor blijft toch wel een hele brute bak hoor.

Wat een onwaaschijnlijk mooie auto is die Detomaso Deauville wel niet! Echt on-ge-loof-lijk. Zo-een wil ik dus écht graag hebben… later… eerst maar eens de avondschool automechanica aanvatten :)

@ Alwood: waarmee ben je precies je km’s aan het maken? is dat met een 740?

die bristols zijn wel de meest nutteloze auto’s die ik ken. Ongelofelijk duur, verouderd en ook niet bepaald mooi. Enkel geschikt voor chauvinistische nostalgisten

@Cerbera: Thnx voor de link! :d Interessante site.

OT: Die Facel en die Jensen zien er erg gaaf uit. Mooie spots. :) De bijgaande info is ook leuk om te lezen.

ondanks dat Bristol gewoon een orlogs misdaad heeft gepleegd door bmw’s plannen te stelen vind ikde 411 echt een mooie auto. voornamelijk doordat ze zo exclusief zijn.

verder ben ik niet indruk wekkend eerder verdacht hoog.
maar ja fabrieks opgaves uit die tijd moet je niet sirieus nemen

@Tombnolz: yes sir :D een 740, 2.3 8V die nog best houdt van een beetje beschaafd autobahnen…

Van de Longchamp werden er slechts 412 gebouwd en van de Longchamp zelfs maar 244?

Put your hands up for small apple ..

goed bezig boef ..
de Longchamp was een bijna vergeten jeugdliefde van me ..

Montiverdi was trouwens de koetsbouwer die in 1980 de toenmalige 2 deurs Range Rover ombouwde voor een paar centen naar een 4 deurs model voordat Land Rover dat zelf deed.

http://picasaweb.google.no/vidaer/1980LR...

ze zijn mooi want ik vind bijna alle klassiekers mooi vind maar de Facel Vega HK500 vind ik toch het mooist

Zet de Bristols, DeTomaso’s en Jensens maar in mijn droomgarage!

Ginetta is een van de Britse merken die inderdaad nog springlevend zijn. Met name met de G50 hebben ze naar mijn mening een gat gevuld dat TVR met z’n overlijden (dat komt nooit meer goed…) open maakte.

Er zijn veel andere Europese merken en modellen die die gebruik maakten van Amerikaanse motorisering. Dit zijn de belangrijkste voorbeelden:

Als je de V8 meetelt die van oorsprong uit de schappen van het Amerikaanse Buick kwam, kom je nog wat verder!
- Rover (inclusief Land- en Range-)
- Morgan
- TVR
- MG
- Triumph

Niet om het een of het ander, maar Pagani gebruikt toch de motor van Mercedes-AMG ipv Benz? Van de SL73 AMG dacht ik. Daar let ik weer op dan…

Mooie spots, perfect voor autoleken, dit filtert echt, sommige mensen kennen denk ik de helft van deze klassiekers niet.

@klassiekerrally .. dat blok zat ook in de westfield voor een tijdje

zondagsrijder [ reply ]
27 August 2009 om 0:42

Ik heb laatst zo’n Bristol van onder kunnen bekijken. Daar zit een bijzonder veersysteem onder, links en rechts communiceren via lange draaiende stangen die lopen tot halverwege de auto en pas daar met elkaar in verbinding komen. Ik snapte er helaas niet zoveel van. Iemand hier die daar meer van weet?

@zondagsrijder. De Bristol Mark 2 had een geavanceerde achterophanging die ’self levelling’ was. Dit werd gedaan door zogenaamde ‘load-sensitive compensating struts’ die aangestuurd werden door een hydrolische pomp.

M’n Nederlands is een beetje ver te zoeken vandaag .. lange dag gehad hier op m’n werk.

Maar wellicht zijn de draaiende stangen die zondagsrijder beschrijft torsiestaven? Klinkt wel zo…

Vergeet de Sunbeam Tiger niet, en de TVR Griffith, beide met een Ford 289.

O ja, en Apollo. daarvan zijn er ook in Nederland (of geweest).

Geef een reactie:

Login of meld je aan om je eigen afbeelding en profiel te gebruiken!


Je kunt eenvoudige tags (<b>, <i> en <img src="image-url" width="450">) en smilies gebruiken,
URL's (incl http) worden automatisch gelinkt. Lees ook even onze huisregels.