Mercedes 190, youngtimer in beeld

Auteur: , 94 Reacties

Hij duikt steeds meer op in Nederland: de Mercedes 190. Het is een auto die je haat of waar je van houdt. Eigenlijk mogen de duimen best wat vaker omhoog, want het is een bijzondere, die 190.

De 190 rukt op
Naar de gids ‘Mobiliteit in Cijfers 2009/2010’ van de RAI ben ik heel benieuwd. Daarin staat hoeveel auto’s van ieder model er op kenteken staan. Het lijkt me dat het aantal Mercedessen 190 is toegenomen in de laatste twee jaar. Met honderden tegelijk worden ze vanuit Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en de rest van Europa getrokken om hier nog wat belastingvrije kilometers te rijden.

Op wat uitzonderingen na, gaan de meesten 190’jes direct na aankomst in Nederland naar achterbuurten om daar een verklooikuur te krijgen met lelijke knipperlichten, niet passende wielen en paupergrillen. Het zijn vooral de dieseltjes die hier in hun laatste jaren nog even worden afgemat. Grote kans dat ze het nog lang vol houden: de Mercedes 190 is één van de beste Mercedessen ooit gemaakt.

Mercedes 190

Onverwoestbaar
Het is niet zo gek dat de Mercedes 190 technisch zo goed uithoudt: Das Haus was als de dood dat het merk reputatieschade zou oplopen als de ‘Baby Benz’ niet voldeed aan de standaarden waar Mercedes voor stond. Daarom werd er een recordbedrag (zo’n 2 miljard DM) gestoken in de ontwikkeling van de nieuwe modellijn. Het model had meer dan zes miljoen testkilometers gemaakt, voordat de W201 in 1982 het levenslicht zag.

De Mercedes 190 is leverbaar geweest tot 1993. In totaal werden er 1,87 miljoen van gemaakt. De auto was er in eerste instantie als 190 (carburateur) en 190 E (injectie). In ’83 kwam daar de 190D bij. De motor was met 72 pk traag, vooral vergeleken met zijn Beierse concurrent. Daarom verschenen later ook de 90 pk sterke 190D 2.5 en een turbovariant daarvan met 122 paarden. De gefacelifte versie, die de showrooms in 1988 uitreed, was ten slotte leverbaar met een 1.8 benzinemotor. Minder populaire (want dure) motorvarianten waren de 2.3, 2.3 16V, 2.5 16V, 2.6 en de extra gepeperde Cosworths en Evo’s.

De één is in betere staat dan de ander

Liefhebbers
De meeste 190’s zijn nog goed voor dagelijks gebruik. De 190E is bijvoorbeeld superzuinig. Afgelopen vakantie reden we er gemiddeld 1 op 14 mee! Moet je alleen een beetje rustig rijden. Hij is verder betaalbaar in zijn onderhoud, want er gaat haast nooit iets kapot. En als er iets is, dan ligt er op de sloop veel materiaal. Is dat er niet dan is er goedkoop imitatiemateriaal en voor de echte purist is álles er sowieso nieuw voor te krijgen.

Tegenwoordig zie je naast de aftrappers zo nu en dan nog wel eens een 190-liefhebber voorbij komen. Ik ben er één van. Wat de 190E voor mij nou zo bijzonder maakt? Het rijdt vorstelijk. De schokdemping, de besturing, stoelen en de stille motor maken het een heel comfortabele reisgenoot. Vooral in combinatie met de boterzachte automaat.

Zijkantje
Sacco’s mooiste
Het uiterlijk is, mits origineel, ronduit elegant. Kijk maar eens naar de coupé-achtige daklijn en de vloeiende vouw over de lengte van de carrosserie. Bruno Sacco, de ontwerper van de 190 staat ook achter het lijnenspel: hij noemde dit zijn mooiste ooit. En dat was met name zo omdat het model, met zijn voor een Mercedes destijds beperkte omvang, de merkwaarden goed uitstraalde.

Niet alleen het uiterlijk en het rijden maken de auto bijzonder. Het is ook het 190-gevoel. Dat ervaar je bijvoorbeeld als je even naar het sterretje aan het eind van de lange motorkap kijkt. Of als je de deur dichtgooit: Kloenk! Het is net een kluis. Vergelijk dat eens met zijn tijds- en segmentsgenootjes. Trek vooral ook de EHBO-kist op de hoedenplank eens open. Je waant je direct weer in de jaren tachtig. Dan de draaicirkel: als je de wielen helemaal uitstuurt, maak je sneller een U-turn dan de gemiddelde middenklasser van 2010.

Italiano!

Jeugdsentiment
De auto is ook een beetje jeugdsentiment: mijn vader heeft vier witte 190D’tjes gehad. Van de zaak. Twee voor en twee van na de facelift. Als kleine jongen vond ik de auto maar stom. Vooral de laatste. Die kwam in ’92 en ik begreep echt niet dat iemand dat liever had dan de toen nieuwe BMW 3-serie. En nu heb ik er toch een zwak voor gekregen. Eerst kocht ik daarom een distelgroene 190 E met donkergroene ruitjes binnen. Die roestte wel (het blijft een oude auto) en is verkocht. Nu staat deze witte met donkerblauw interieur voor de deur. Afgelopen winter opgehaald in Duitsland. Steeds als ik erin stap, moet ik even glimlachen. En dat zal nog wel even zo blijven.

Foto’s: Brigit van Son

Ansichtkaart