Klassieker: Opel Admiral en Super 6

Auteur: , 20 Reacties

We gaan 75 jaar terug in de tijd. In 1937 stelt Opel op de autoshow van Berlijn twee nieuwe modellen met baanbrekende technologie voor: de Super 6 en de Admiral.

Yep, tijd voor een stukje geschiedenis van Opel. De lancering van deze nieuwe modellen was destijds net op tijd voor het 75-jarig bestaan van Opel, het merk is namelijk in 1862 opgericht en in 1937 bestond men dus 75 jaar. En ja, dat is nu alweer 75 jaar geleden! Een mooi moment om even terug te blikken op deze twee modellen en hun technologie.

De Super 6 is oorspronkelijk ontworpen als een auto uit het middensegment en heeft een stille zescilinder lijnmotor met een cilinderinhoud van 2,5 liter en een vermogen van 55 pk. De Admiral zit in het hogere segment en heeft een 3,6 liter zescilindermotor met een vermogen van 75 pk. Beide motoren hebben één eigenschap gemeen: ze zijn uitgerust met bovenliggende kleppen. Bij de Super 6 en de Admiral worden de kleppen bediend door een nokkenas die door rechte tandwielen wordt aangedreven. De motor is speciaal ontworpen voor stabiliteit in het hoge toerentalbereik en was bekend om zijn grote hoeveelheid koppel, zijn soepelheid en zijn stabiliteit.

Klanten konden kiezen tussen een Super 6 vierdeurs sedan of een cabrioletversie af fabriek. Vanaf 1938 was er tevens een tweedeurs limousine verkrijgbaar. In tegenstelling tot de Opel Olympia, met een zelfdragende carrosserie die voor het eerst in 1935 werd getoond, wordt de Super 6 gebouwd met het klassieke kastframe en een afzonderlijke constructie. Dit is positief voor onafhankelijke carrosseriebouwers zoals Hebmüller, Autenrieth, Buhne of Gläser die een carrosserie op maat ontwerpen voor een roadster of cabrioletvariant van de Super 6. De reclameslogan voor de nieuwe Super 6 was “krachtige motoren, aantrekkelijke contouren”.

Opel zet zijn leiderschap in het zescilindersegment voort met de Super 6 en consolideert de rol als de grootste autofabrikant in Europa. Reeds in 1939 komt er een opvolger voor de Super 6; de Opel Kapitän. In totaal zijn er 46.453 stuks van de Super 6 gemaakt.

Opel Super 6

De Opel Admiral wordt op hetzelfde moment als de middelgrote Super 6 gelanceerd. Het nieuwe vlaggenschip maakt veel indruk met zijn weelderige vormgeving en stijlvolle interieur. Zijn design is gestroomlijnd en is voor een deel geïnspireerd door de art-decoperiode. Naast de sedanversie, die 6.500 Duitse Mark kost, wordt er een vierdeurs cabriolet aangeboden voor een prijs van 7.000 Duitse Mark. Net zoals bij de Super 6 wordt in de carrosserie een torsievrij frame geplaatst. Zo kunnen de carrosseriebouwers hun eigen design verwezenlijken.

Het rijcomfort is groot dankzij “onafhankelijk geveerde” individuele ophangingen aan de voorwielen. De zogenaamde “gesynchroniseerde Opel-ophanging” gaat gepaard met hydraulische schokdempers en stabilisatoren. De Banjo-achteras wordt gecomplementeerd door een halfelliptische vering. Er worden ook hydraulische schokdempers gebruikt. Het voertuig wordt aangedreven door een zescilinder lijnmotor met een cilinderinhoud van 3,6 liter, een vermogen van 75 pk en een topsnelheid van 132 km/u.

De motor van de Admiral, geroemd vanwege zijn stille werking en betrouwbaarheid, wordt ook gebruikt in de Opel Blitz. Dit maakt van de drie ton zware Opel Blitz de vrachtwagen met de meest geavanceerde aandrijving in die tijd. Het is ook de enige Opel met een grote zescilinder lijnmotor met bovenliggende kleppen. Nadat er 6.404 auto’s van de band zijn gerold, wordt de productie van de Admiral stilgelegd vanwege het uitbreken van de oorlog in 1939.

Na de oorlog neemt Opel weer een plaats in het hogere segment in, wanneer het merk de productie van de modellen “Kapitän” en Admiral hervat. In 1948 verlaat de eerste naoorlogse “Kapitän” de fabriek. Pas in het voorjaar van 1970 wordt de productie van de “Kapitän” B, de populaire opvolger van de Super 6, uiteindelijk stopgezet. De nieuwe Admiral, die na de oorlog debuteert in 1964, wordt tot 1977 verkocht en treedt in de voetsporen van zijn grote voorganger.