Volvo 740, youngtimer in beeld

Auteur: , 67 Reacties

De fuk. Wat moet een oninteressant grijs familiehok op Autoblog? Nou: na de wilde toendra-cross, sneeuwracen, journalisten dollen en een Yamaha R1 eruit trekken werd het tijd voor een speciaaltje over de Volvo der Volvo's.

Boxy but good. Zo vierkant als je een auto kan krijgen, de station in het bijzonder. Ondanks dat dit sterk afwijkt van de ‘moderne’ auto wordt de Volvo maar zelden op leeftijd geschat. De eerste exemplaren (760 sedan) naderen inmiddels de 30 jaar maar men beschouwt de auto’s nog vaak als *kuch* hondenhokken van een jaar of 15. Tijdloos? Wellicht, in ieder geval tonen ze nieuwer dan ‘klassiek’.

De blauwdrukken voor de Volvo 740 stammen uit 1982. Toen was het nog de Volvo ‘760’, enkel leverbaar als sedan en in basis luxueuzer. Het model ‘740’ introduceert Volvo in 1985. Er wordt een station aan het assortiment toegevoegd en de instapper krijgt een veel vriendelijker prijs (20k ipv 30k hfl.). Niet langer is de V6 de basismotor, viercilinders al dan niet met turbo, krijgen een plek onder de lange vierkante motorkap. Viercilinders beter bekend als Volvo’s redblock.

Zonder redblock was de Volvo 740 nooit dezelfde auto geweest. Het blok werd eerder geïntroduceerd in de Volvo 240 als 2.1 liter. In de Volvo 740 volgen vele updates en krijgt de motor een inhoud van desgewenst 2.0 of 2.3 liter. Er zijn turbo-versies en zelfs 16-kleppers. De motor heeft een uniek karakter en is in basis echt onverslijtbaar.

Degelijkheid is wat de Volvo 740 definieert. Het komt in ieder hoekje van de auto terug, en dat zijn er een hoop. Stevig staal voor carrosserie en chassis, een motorblok dat probleemloos miljoenen kilometers draait (mits onderhouden) en in het algemeen ‘fool proof’ techniek. Het geeft de auto een karakter van weinig verfijning maar wel een goed en logisch functioneren. Rustig op de weg maar als je wil kan je helemaal los en is het je aan het eind van de dag weer vergeven. Op de limiet voelt het of de hele auto uit elkaar dreigt te vallen, het tegendeel is waar. Op de limiet in een bocht lijk je op 2 wielen te rijden (overhellen!), de auto verliest amper grip.

Volvo kan kapot

Het ‘onverslijtbare’ heeft al vele geïnspireerd tot onwerkelijke tuning. Met een boormachine vergroot je eenvoudig het negatief camber op de voorwielen. Een paar centimeter omlaag elimineert veel hellen. Een willekeurige 2.3 viercilinder til je met gemak op naar 150pk, de turbo gaat al snel richting en over 200pk. Bouw je zelf een motor dan kan je nog veel verder gaan. De starre achteras blijft meestal wel heel, de versnellingsbak heeft boven de 250pk enkele aanpassingen nodig.

Leuk natuurlijk, dat tunen, daar heb je ‘op zoek’ naar een 740 niks aan. Bovendien heeft de auto absoluut zwakke punten. Nieuwe eigenaren raken nog wel eens teleurgesteld als blijkt dat de blokkendoos toch stuk kan. Om te beginnen: roest. Volvo’s roesten, alleen langer. Pas vanaf 1986 zijn alle Volvo’s verzinkt. Vroege (’82-’85) exemplaren kunnen meer dan eens in verre staat van ontbinding verkeren. Extra zwakke plekken: voetenbak voor en de ‘reservewielbak’ bij sedans. De voorste chassisbalken lijden ook nog wel eens. Stations hebben nog wel eens een ‘slechte’ achterklep omdat deze in aluminium uitgevoerd is en dit niet altijd goed is geïsoleerd van de stalen schroeven en handvat. Verder mankeert er bij heel veel 740’s tegenwoordig iets aan de motor of afstelling door geknoei bij reparaties over de jaren. Het totaal niet uitvoeren van reparaties houdt een 740 lang vol, na 20 jaar geeft het onvermijdelijk problemen.

Volvo 740 Polaris Spoilers

Modellen om naar uit te kijken? Ondanks de huidige belastingregels koop je het liefst een bouwjaar 1986-1989. Dit zijn de laatste 740’s met ‘klassieke’ neus met de grootste vierkante koplampen. Heel sterk gemaakt, een beetje rauw. Te koop voor een habbekrats en met een gewicht tussen de 1200kg en 1400kg valt de belasting mee. In deze bouwjaren is de carrosserie het sterkst en zijn de prettigste motoren geleverd.

Om te beginnen zijn er twee motoren om naar uit te kijken: de B230F en B230FT. De lage compressie atmosferische viercilinder (115pk) en lage druk turbo motor (155pk). Let dus op de “F”, deze heeft het vriendelijkste brandstof injectiesysteem en aanpassingen voor meer power zijn eenvoudig. Alle 8-kleps viercilinders zijn makkelijk en goedkoop in onderhoud. De enige pech die je kan hebben is een ‘verplichte’ onderhoud-inhaalslag.

Volvo 740 Spoilers!

Een “R” had Volvo in de jaren ’80 nog niet. Er is ook amper geracet met de 740. Hoge-prestatie modellen en wilde spoiler pakketten waren er eind jaren ’80 wel. De de meest ‘high-tech’ blokken toen: een 2.3 16V of 2.0 16V Turbo. In basis nog steeds dezelfde viercilinder maar nu voorzien van een cilinderkop designed by Porsche en balansassen aan weerszijden van het blok. Daar achter een versterkte 4+OD handbak of 4-traps automaat (eigenlijk 3+OD). Vermogens: 159pk voor de 2.3 (0-100: ~9s), tot 200pk voor de 2.0T (0-100: ~8,5s). Vooral vanaf 4000 toeren wordt het karakter van de 16V duidelijk, waar de 8V’s afsterven pakt deze juist op. Een kleine aanmerking hierbij: er bestaat ook nog een “Turbo +” 2.3 8V. Deze af fabriek lage druk turbo’s (150pk) kregen van de dealer een boost naar 180pk. De enige echte onderstel aanpassing beschikbaar: een stabilisatorstang achter. Aanwezigheid is makkelijk te controleren door achter onder de auto te kijken, de stang zie je snel zitten. Optioneel hadden sommige 740’s ook een sper- of zelfs limited slip differentieel, tegenwoordig een gewild onderdeel.

Volvo 740 16V facelift 1990

Op een paar carrosseriedelen na zijn de onderdelen van de Volvo’s 740 nog steeds uitwisselbaar met die van de 940 (geleverd tot 1998). Technisch een vrijwel identieke auto. Tevens een van de beste ‘verhuizers’ ooit dankzij de vierkante vormgeving maar ook de reusachtige achterklep. Een auto die het praktische voorrang geeft en daar zo ver in gaat dat het hem werkelijk uniek maakt.