Gespot: Brits

Auteur: , 32 Reacties

Een favoriete afdeling uit de automobielindustrie vind ik zelf de Britse auto's. Helaas is er veel aan Brits karakter ingeleverd sinds overnames door Duitse bedrijven, dus de nieuwste Rolls-Royces en Bentley's kun je in de komende 2 MB wel vergeten. Afgeschrikt? Dan is de rest misschien wellicht ook niets voor je.

Bentley S3

Zomaar aan de kant van de weg, en ten minste twee dagen achter elkaar, stond hier, op Sylt, een klein eilandje in het noorden van Duitsland, een Bentley S3 geparkeerd alsof het een Audi S3 was. Net als veel andere kostbare antieke auto’s verdwijnt deze doorgaans, als er niet mee wordt gereden, in een parkeergarage. Kostbaarder kan wel, want luxe klassiekers zijn aanzienlijk minder waard dan oude sport- en raceauto’s. Een halve ton zullen de meeste niet zo paraat hebben, maar méér dan dat heb je voor een dergelijke auto in voldoende conditie niet nodig.
De S3 onderscheidt zich van de S2 is het tweetal dubbele koplampen. De iets schuiner lopende motorkap als kenmerk is voor de puristen onder ons. Wat eronder zit is ongewijzigd gebleven. Het is het blok waar het al decennialang om draait. De bakermat van wat er voorin de Arnage, Azure en Brooklands ligt. Die V8 van 6,75 liter stamt namelijk af van de 6,2 liter voorin deze klassieker. Tegenwoordig met een maximum vermogen van 530 pk, vroeger werd dat discreet gehouden bij “voldoende” vermogen. Tegenwoordig is dat gewoon 180 pk, aangezien “voldoende” niet meer geloofwaardig overkomt…

Bentley S3 - Foto: Jim Appelmelk

Bentley S3 - Foto: Jim Appelmelk

Bentley S3 - Foto: Jim Appelmelk

Bentley S3 - Foto: Jim Appelmelk

Bentley S3 - Foto: Jim Appelmelk

Bentley Arnage T

In 1970 werd de 6,2 liter V8 opgeboord tot 6,75 liter, en zo kennen we hem nog steeds. De afgebeelde Arnage is een T van na de facelift, wat het makkelijkste te zien is aan de koplampen, die nu niet meer achter plexiglas zitten. De twee dubbele uitlaten werden op de standaard T eerder niet gebruikt, alleen op de T-24 Mulliner en de Le Mans Series. Verder is er genoeg te schrijven over verschillen tussen Arnages, maar aangezien dat al eens is gebeurd bespaar ik het jullie. Deze luxe auto is wat vroeger de Bentley S3 was. Alleen al aan dit voorbeeld is duidelijk te merken dat de kloof tussen een luxe en een snelle auto sterk is gekrompen. De S3 deed de honderd bijvoorbeeld in elf seconde, waar een Ferrari 250 GT PF Coupé dat in 6,7 seconde deed. De huidige verhoudingen: 5,9 seconde voor de Arnage T tegen ongeveer 4,5 seconde voor een 612. Ik zou niet meteen zeggen dat beide auto’s op dezelfde lijn liggen, maar door de jaren heen zijn de genres wel naar elkaar toe gegroeid. Onder de noemer “Arnage Final Series” rollen de laatste 150 exemplaren momenteel van de band. Als één van de talloze gelimiteerde oplagen…

Bentley Arnage T - Foto: Jim Appelmelk

Bentley Arnage T - Foto: Jim Appelmelk

Bentley Arnage T - Foto: Jim Appelmelk

Bentley Arnage T - Foto: Jim Appelmelk

Bentley Arnage T - Foto: Jim Appelmelk

Jaguar Mk IX

Wie naar de lijnen van de auto kijkt kan waarschijnlijk wel zien dat deze auto uit dezelfde periode komt als de Bentley S en Rolls-Royce Silver Cloud. Tussen 1958 en 1961 werden Mk IX’s gebouwd voor mensen die luxe en schoonheid zochten, maar het geld niet (over) hadden voor een Rolls of Bentley. De aandrijving was dan ook meteen “maar”een 3,8 liter zescilinder, echter wel met meer vermogen dan de Rolls of Bentley, 223 pk. Die kwam uit de XK150, dus het is niet erg gek dat het een vrij krachtig blok was. Het was voor die tijd dan ook een vrij snelle auto, reden genoeg om vòòr schijfremmen te monteren, een optie die nog niet veel werd gebruikt. Tevens werden de meeste exemplaren geleverd met automatische versnellingsbak en stuurbekrachtiging (!). Alternatieven voor deze Jag zijn de Mercedes-Benz 300d en de BMW 502, Audi was er toen nog niet, en zou ook pas decennia later de concurrentiestrijd aangaan met dit segment.

Jaguar Mk IX - Foto: Jim Appelmelk

Jaguar Mk IX - Foto: Jim Appelmelk

Jaguar Mk IX - Foto: Jim Appelmelk

Jaguar Mk IX - Foto: Jim Appelmelk

Jaguar Mk IX - Foto: Jim Appelmelk

Jaguar XKR Convertible

De grill van de XKR is een overblijfsel uit het verleden. De vorm is duidelijk een verwijzing naar het front van de E-Type, een succesvol model dat een verre voorvader is van de afgebeelde auto’s. Het gaat in wezen maar drie generaties terug in de tijd, maar dat is wel enkele decennia. Voor de afgebeelde serie XKR was de eerste serie XK8/XKR de tweedeurs Jag, daarvòòr was het de XJS, en dáárvoor was de E-Type er. Van zescilinder schommelde dit via twaalfcilinder naar achtcilinders die Jaguar sinds de jaren negentig gebruikt voor een groot aantal modellen. Het slagvolume van de motor is 4,2 liter, maar dat is niet het enige wat de motor tot zo’n krachtpatser maakt. De compressor maakt van de 300 pk uit de XK 4,2 maar liefst 416 pk. Ik wilde niet beweren dat iemand er nadrukkelijk om zou hebben gevraagd, maar een welkome toevoeging aan het programma is het wel. De auto is als onderscheidend kenmerk voorzien van net iets te gekunstelde roostertjes op de motorkap, en hij ademt uit door twee dubbele uitlaten.

Leuk van het afgebeelde exemplaar is het kenteken. In België mag je dat tot op zekere hoogte zelf invullen. Een overtreffende trap is de B-serie, een reeks kentekens die ooit bedoeld was voor de adel. Het zijn de eerst uitgegeven kentekens in België, namelijk vanaf 1946. Onder het mom van “de een zijn dood is de ander zijn brood” komen kentekens op den duur weer beschikbaar voor andere liefhebbers, zoals de eigenaren van deze XKR Cabriolet. Hier betaal je 874 euro voor, dus de kentekens komen dan ook voornamelijk terecht op dure auto’s en iets minder dure rijkeluisspeeltjes zoals Mini’s en Smarts. Een lijst waarin een groot aantal van deze B-kentekens wordt opgesomd bevat opmerkelijk veel Mercedes-Benzen, Aston-Martins, Bentleys, en Porsches.

Jaguar XKR Convertible - Foto: Jim Appelmelk

Jaguar XKR Convertible - Foto: Jim Appelmelk

Jaguar XKR Convertible - Foto: Jim Appelmelk

Jaguar XKR Convertible - Foto: Jim Appelmelk

Lotus Exige MkI

Hij blijft een echte “hard-to-get”. De huidige Exige is al beter te vinden, en de Elise is eigenlijk al helemaal geen zeldzaamheid. Maar helaas is het niet beter dan dat zo’n vroege Elise lastig te vinden is. Er zijn er dan ook maar vrij weinig van gebouwd, want naar men op een Exige forum zegt werd de stekker er na 601 exemplaren uit getrokken.

Voor de achteras ligt een viercilinder Rover-K motor van 1,8 liter VPHD in, wat staat voor Very High Performance Derivate. Dit blok leverde standaard 177 pk, maar de fabriek leverde hem ook met 192 pk. Op 780 kilo is dat erg veel, wat neerkomt op indrukwekkende acceleraties en snel bochtenwerk. In 2001 betaalde je voor een Exige 73.726 euro (f. 162.470, wat klinkt dat opeens als veel-te-veel!), een meerprijs van bijna twintig mille (euro’s) bovenop de Elise 160. Dat verklaart de productiecijfers al…

Lotus Exige MkI - Foto: Jim Appelmelk

Lotus Exige MkI - Foto: Jim Appelmelk

Morgan Plus Eight

Morgan is een heel erg oud merk, dat tijdloze modellen bouwt. Al sinds 1936 zijn de auto’s maar lichtelijk van uiterlijk gewijzigd, techniek maakte door de jaren heen uiteraard wel nog wat sprongen. Ze zien er heel klassiek uit, maar gelukkig niet zo lelijk als veel retro-ontworpen auto’s. Ik vind ze zelf eigenlijk best mooi. Veruit de meeste die je tegen komt zijn uitgerust met een viercilinder in lijn motor, genaamd 4/4 (viercilinder, vier wielen. In tegenstelling tot de driewielers die men eerst bouwde), Plus 4 (met een grotere motor) en Plus 4 4-seater, die door zijn achterbank lang niet zo’n mooi lijnenspel heeft. Van die versie zijn er dan ook maar weinig.
De afgebeelde auto is de duurste versie, de Plus Eight, met 3,9 liter V8. Aanvankelijk, in 1986, was dit een 3,5 liter motor van Rover. Waar de Morgans met viercilinder al vrij duur waren, was de Plus Eight zo duur dat maar erg weinig mensen er eentje kochten. Voor die f.114.250 uit 1996 kon je bijvoorbeeld ook een Range Rover Classic 3.9 kopen. Dan had je precies hetzelfde motorblok, maar er zat een veel comfortabelere, praktischere auto omheen.

De Plus Eight wordt niet meer gebouwd, want in 2004 verving een V6 de toen tot 4,6 liter gegroeide V8, het vermogen bleef uiteraard ongeveer hetzelfde aangezien de V8 nogal verouderd was wat betreft techniek (220 pk). Het koppel is er wel iets op achteruit gegaan.

Morgan Plus Eight - Foto: Jim Appelmelk

Morgan Plus Eight - Foto: Jim Appelmelk

Morgan Plus Eight - Foto: Jim Appelmelk

Morgan Plus Eight - Foto: Jim Appelmelk

Morgan Plus Eight - Foto: Jim Appelmelk

Morgan Plus Eight - Foto: Jim Appelmelk

Riley RMD

Er zijn al erg veel Britse merken ten onder gegaan door de tand des tijds. Riley legde het loodje in 1969, maar was wel al in 1890 opgericht. Aanvankelijk bouwde het merk motorfieten, maar in 1898 was de eerste auto een feit. In de jaren ’20 en ’30 kwam serieproductie op gang. Men bouwde motoren met 4, 6 en 8 cilinders, gelegen voorin auto’s met uiteenlopende koetsen. De Riley Brooklands was een raceauto die erg veel succes had in heuvelklimmen en op Le Mans. Men bouwde maar liefst 18 verschillende modellen in het interbellum, na de Tweede Wereldoorlog gingen ze verder met het bouwen van auto’s. Het merk was in opmerkelijk veel segmenten thuis. Klein, midden, en groot. De afgebeelde RMD valt daarbij in het grote segment, wat niet betekent dat het in de buurt van Rolls-Royce, laat staan Jaguar in de prijslijst te vinden was. De vooroorlogse achtcilindermotoren werden niet meer gebruikt, hier lag een viercilinder van 2,4 liter in, met een maximum vermogen van 100 pk. Hiermee haalde de auto 160 km/u, respectabel voor een auto die plaats bood aan vier personen. Er werden maar 502 exemplaren van gebouwd, waarmee het meteen een erg zeldzame Riley is. Als je er eentje te koop kan vinden, kun je rekenen op een prijs van ongeveer dertigduizend euro.

Riley RMD - Foto: Jim Appelmelk

Riley RMD - Foto: Jim Appelmelk

Riley RMD - Foto: Jim Appelmelk

Riley RMD - Foto: Jim Appelmelk

Riley RMD - Foto: Jim Appelmelk

Rolls-Royce Silver Spur III

In 1980 werd de succesvolle Silver Shadow opgevolgd. Er waren er heel erg veel van verkocht voor Rolls-Royce begrippen, alleen al dertigduizend sedans en sedans met lange wielbasis. De auto werd ook nog geleverd als coupé en cabriolet, die later Corniche gingen heten. De verwachtingen van de opvolger(-s), de Silver Spirit en Silver Spur (met 10cm langere wielbasis) waren dan ook hoog. Het design was heel typerend voor de jaren ’80. Strak en met veel minder opsmuk. Simpeler en vernieuwender. De auto was niet veel gegroeid ten opzichte van de Shadow, maar oogde een stuk langer door de plattere, scherpere vormen, en bood tevens meer binnenruimte. Ook deze auto werd een groot succes, in de eerste tien jaar werden van beide versies meer dan veertienduizend gebouwd. Daarvan hadden er 101 een lange wielbasis van een toegevoegde 14 inch, 36 inch, en 42 inch. Jankel was voor deze extensie verantwoordelijk. Opmerkelijk is dat er veel Spurs werden verkocht, waar Silver Shadows met lange wielbasis eerder maar een klein deel van de productie hadden uitgemaakt.

Na de eerste serie kwam nog een tweede serie, die in 1993 alweer werd opgevolgd door een derde serie, zoals afgebeeld. Grote wijzigingen waren het niet, denk aan achterstoelen die individueel te verstellen waren (!). Het model werd alleen in 1993 en 1994 gebouwd, om opgevolgd te worden door de laatste versie: de New Silver Spirit, Spur en Dawn. Die zijn zeldzaam. De Spur III was ook al niet zo’n succes als de voorgangers, met een productie van maar 430 stuks.

Rolls-Royce Silver Spur III - Foto: Jim Appelmelk

Rolls-Royce Silver Spur III - Foto: Jim Appelmelk

Rolls-Royce Silver Spur III - Foto: Jim Appelmelk

Rolls-Royce Silver Spur III - Foto: Jim Appelmelk

TVR Griffith 500

TVR’s zie je vrij weinig. Van de Griffith en de Chimaera, die de jaren ’90 domineerden in de fabriekshallen van Blackpool, werden er nog best veel gebouwd. Beide modellen hadden ongeveer hetzelfde te bieden, namelijk een lichte glasvezel koets, een open dak, en een Rover V8, dus het mag opmerkelijk worden genoemd dat beide modellen tegelijkertijd werden aangeboden. Er werden maar liefst 5 verschillende motoren aangeboden, met inhouden van 4,0 (twee versies), 4,3 4,5 en 5,0 liter. Dit exemplaar heeft het grootste blok voorin, met een maximum vermogen van maar liefst 340 pk. Van 0-100 kost de auto volgens TVR maar 4,1 seconde, maar een betere omschrijving zou zijn: snel genoeg. Want met precieze cijfers neemt men het daar niet zo nauw. Overigens is een 0-100 tijd een niet veel zeggend detail, snelheidssensatie hangt van andere zaken af, net als rondetijden.

TVR Griffith - Foto: Jim Appelmelk

TVR Griffith - Foto: Jim Appelmelk

Voor meer informatie kun je me e-mailen. De Aston-Martin die jullie nu hoogstwaarschijnlijk missen is morgen te zien!



32 reacties

Wie wordt er Vakantieauto van het jaar in de FUN categorie, bekijk het HIER!
Leuk verhaal maar ik wacht wel op de samenvatting.

Kan iemand mij vertellen wat die B op dat belgische nummberbord betekent? Deze foto is in Knokke gemaakt en daar zie je enorm veel, vaak dure, auto’s met nummerbord
B #### (#=cijfer) Explicame por favor!
@John: Even gekeken op wikipedia en daar staat bij belgische nummerplaat: Van 1951 tot 1961: A.1234
dus dit zijn oude nummerplaten die ze blijkbaar behouden hebben…
Anders zou ik het ook niet weten.
(Het gaat trouwens over die XK)
John,

Als je de moeite niet wil nemen om het verhaal te lezen, neem dan ook niet de moeite om te reageren en ook nog vragen te gaan stellen.
Dat zou een verklaring kunnen zijn.. Ik zal eens kijken of ik het kan vragen aan een bestuurder als ik daar ben.
@John: B is voor mensen van adel.
ik kan nergens iets vinden over dit gedeelte! Voor de rest staat er meerdere combinatie voor het kenteken, maar niets over die B!
http://nl.wikipedia.org/wiki/Belgisch_kenteken
Zo’n Morgan +8 is toch een prachtige auto! Vooral met zo’n Liebrands uitlaat, zoals hier gefotografeerd. Jammer dat deze geen spaakwielen heeft.

Rijdt trouwens ook heerlijk! Vorig jaar nog twee weken met zo’n apparaat door de Alpen gaan touren: één groot feest!
@John: volgens mij kun je de betekenis wel lezen in ’t verhaal hoor
@slappehap
@paul
Thanks, zoals ik al aangegeven had had ik het artikel niet gelezen.. Zou ik toch vaker moeten doen.. Wel leuk om te zien dat ik niet de enige was die het niet gelezen had ;)
Wees gegroet!
Wat voor auto is die gele auto op de tweede foto van die Silver Spur. Heb je daar een spot gemist?
370Z
@jorden en @jpoers:

Volgens mij niet. Raampartij is anders. Is Escher er niet?
@niels,
die gele is volgens mij een gewone 350Z.

verder mooi verhaal, mooie spots!!
Ik wil gewoon een Brooklands hebben… NU!
DBS, please.
@Appeltje:

Zo zeldzaam is die Exige ook weer niet… Ga maar eens een dagje op het Engelse platteland kijken bij in de buurt van een circuit wanneer er trackdays zijn. Heb laatst een 2-Eleven gezien toen ik bij Guildford op de A25 reed. Die zijn echt heeeeeel gaaf!!!

Ook geen Noble trouwens. Die zijn ook wel erg mooi! En ook geen Bristol (ooit 1x een fighter tegenkomen onderweg, erg vreemde auto…) er tussen.
@Niels en anderen: zeker een 370z…
Mooie spot, mooie fotos
Zoek de combo’s :)
@ John
De B-plaat was een nummerplaat die gebruikt werd door de mensen van adel, de B staat voor blauw, hiermee bedoelen ze het blauwe bloed dat de mensen van adel hebben. Maar tegenwoordig kan iedereen het kopen… Vooral de rijkere kopen het want het geeft blijkbaar een manier van ‘status’ weer.
Die ouwe Jag is zeker het mooist. Kort gevolgd door die Bentley S3.

Met afstand de mooisten.
Rover motoren in een Exige? Volgens mij is de Lotus Exige enkel geleverd met Toyota motoren. Anders heb ik het wel heel erg bij het verkeerde eind.
@ 5de foto bentley s3 is dat een zwarte rs6?
@peter: Inderdaad een RS6.
Prachtige auto, die S3.

Ik hoop op een DB4 Zagato morgen…
^ De allereerste Exiges uit 2000 hadden nog de K-series in de buik. Persten er nog net 180pk uit in die configuratie. Daarna kwam de betere Toyota unit.
cardesigner@USA
Waar zijn de Reliant Robins? :D
@bozewold
Beter toyota unit? hahha.. Kan er beter een honda k20 of duratec instoppen :)
“Alleen al aan dit voorbeeld is duidelijk te merken dat de kloof tussen een luxe en een snelle auto sterk is gekrompen. De S3 deed de honderd bijvoorbeeld in elf seconde, waar een Ferrari 250 GT PF Coupé dat in 6,7 seconde deed. De huidige verhoudingen: 5,9 seconde voor de Arnage T tegen ongeveer 4,5 seconde voor een 612.”

Volgens mij is de kloof tussen de luxe en snelle auto’s helemaal niet gekrompen. De snelle auto doet 0-100 in +- 2/3 van de tijd van de luxe auto. De verhouding is dus nog steeds gelijk wat de kloof dus helemaal niet kleiner maakt.
leuke blog maar, er zijn zon beetje nog tweeduizend auto merken uit GB.

Geef een reactie:

Je moet ingelogd zijn om reacties te posten, registreren kan HIER (ook via Facebook).