De veiligheidskooi – Deel 1

Auteur: , 31 Reacties

Zachtjes tikken m'n vingers op het stuur. Het is een trekje wat ik nooit kwijt heb kunnen raken en wat al lang geen teken meer is van zenuwen. Het is een manier geworden om me te focussen op wat komen gaat. Zonder eigenlijk ergens naar te kijken, kijk ik door de voorruit naar buiten. Het is niet de eerste keer dat ik hier maar wat rondhang. Een voordeel van het taxibordje op de auto. Niemand kijkt er raar van op als je een groot gedeelte van de dag op een taxistandplaats staat.

De klok op het middenconsole tikt langzaam de laatste seconden van de spits weg, maar in Brussel is het nooit rustig op straat. De klassieke klinkers in de straten zijn altijd aan het zicht onttrokken door de kilometers aaneengesloten blik dat er op staat en het roet op de vele sierlijke, witte gebouwen roept bij iedere toerist een hoestreflex op. Maar zelfs met het eeuwige lawaai van motoren, toeters en sirenes, heeft Brussel een charme die zeldzaam is. Zelfs met dit waterige zonnetje, die de natte straten van de verregende stad doet oplichten, voel het er goed.

De eerste klanken van het elfde uur van die dag galmen over de stad en ik druk op de knop van m’n horloge. De komende 27 seconden is de stad ondergedompeld in het lawaai van de vele kerktorens die een poging doen elkaar te overstemmen. 26, 25, 24. Ik tel zonder te kijken mee. Dit is routine. 19, 18, 17. Ik druk de handbak in de eerste versnelling. Altijd een handbak, nooit een automaat. Over 14 seconden zal het stoplicht naast me op oranje gaan. Twee seconden later op rood. En in de laatste seconden dat de kerktorens door de stad klinken zal ik de weg tot het volgende stoplicht voor mezelf hebben.

27 seconden zijn er nodig om te verdoezelen dat twee oorverdovende schoten door het wit marmeren interieur van het bankgebouw galmen. Nooit meer, nooit minder. Twee schoten, snel achter elkaar, trekt de aandacht, maar zorgt niet voor paniek. Paniek werkt niet, paniek maakt mensen onvoorspelbaar.

De twee kogels blijven steken in het hoge, gepleisterde plafond en terwijl de galm langzaam wegsterft dwarrelen stukjes verf zachtjes naar beneden. Alle ogen zijn gericht op de man in het midden van de hal. Zijn half lange, zwarte haar zit netjes met gel naar achteren gekamt. Een klein sikje siert z’n kin en op z’n neus staat een subtiele, ronde bril. Zijn helder blauwe ogen kijken streng door het gebouw en blijven rusten op een beveiligingsbeamte die z’n hand subtiel achter z’n rug houdt. ‘Het lijkt mij een goed plan om deze dag positief af te sluiten, wat vindt u?’ Hij laat het geweer zakken, maar blijft de beveiliger aankijken. De twijfel is in het gezicht van de beveiliger te lezen. Het blijft ijzig stil, terwijl iedereen naar de beveiliger kijkt. Hij werpt een laatste blik door de zaal. Een blik die ‘sorry’ lijkt te zeggen, en hij haalt zijn hand, met daarin een portofoon, tevoorschijn. Wapens worden nog maar weinig gedragen.

‘Dank u, zou u nu zo vriendelijk willen zijn deze naar mij toe te schuiven?’ De arme man gooit vluchtig de portofoon voor zich uit zonder zijn ogen van de overvaller te halen. ‘Dank u.’ En hij draait zich weer naar de rest van de mensen in de bank. ‘Ik ben Nummer 1, immers ik heb het pistool, dus het is wel zo logisch om de prioriteit bij mij te leggen.’ Hij glimlacht vriendelijk. ‘Daar staat mijn collega, Nummer 2.’ Alle gezichten draaien in de richting waar Nummer 1 heen knikt. Een man bij de balie, net als Nummer 1 gekleed in een net pak, zwaait even vriendelijk naar de mensen in de hal en draait zich dan weer naar de cassiëre.

‘Nu, zoals u waarschijnlijk al begreep zijn wij hier om de bank te beroven, verder niets. Het alarm is al afgegaan, dus u bent over amper een kwartier al weer in de goeie zorg van de politie van Brussel en dan zijn wij weer weg. Gaat u dus rustig even zitten, dan bent u zo van ons verlost.’

Ik draai na een paar stoplichten en kruisingen alweer een parkeerplek in. Genoeg voor de camera’s op straat om mijn rit door de stad vast te leggen. Weken eerder heb ik mijn route al uitgestippeld vanachter het anoniem makende vizier van een motorhelm. Elk detail van deze rit zit al in m’n hoofd. Ik zwaai de deur open en rek me even uit. Tijd voor een plasje. Met de motor draaiende loop ik nonchalant een ondiep steegje in, waarvan ik weet dat een camera elke centimeter ziet. 500 euro heeft het zakje met urine gekost, wat nu via een buisje tegen de muur aan loopt. Een hoop geld voor een afvalproduct, maar als je klandizie bestaat uit mensen die wanhopig goed door een drugstest moeten komen, dan heb je nou eenmaal een goeie onderhandelingspositie.

‘Dames, heren, dankuwel voor uw medewerking en nog een fijne dag toegewenst,’ zegt Nummer 1 als Nummer 2 hem voorbij loopt met een paar goed gevulde plastic tassen van de supermarkt. Samen lopen ze door de glazen schuifdeuren naar buiten, de straten van Brussel in.

‘Taxi!’ Vanaf de treden van het bankgebouw zwaaien twee mannen naar me en ik stuur richting de stoep. ‘Zou u ons naar het station kunnen brengen?’ Vraagt een van de twee door het passagiersraampje. ‘Uiteraard, dat gaat 15 euro kosten.’ Voorbijgangers nemen nauwelijks acht van ons, maar elk detail is belangrijk. De twee knikken instemmend en schuiven op de achterbank en ik draai weer weg bij de stoep.

Een paar minuten gaan stil voorbij. In de binnenspiegel kijk ik even naar de verkleedpartij van mijn passagiers. Het sikje op de kin van Thomas, de lange bakkebaarden van Jasper. Het staat niet raar, maar het is niet hoe ik ze ken. ‘Wat hebben we opgenomen?’ Ze kijken op van hun blik naar buiten.

‘We hebben niet te klagen.’ Grijnst Thomas.

Jasper knikt instemmend. ‘Wat heb je gekregen?’

‘Ik heb gevraagd om 500, maar ze gooide alles wat ze vinden kon in de tassen, dus het zou best meer kunnen zijn.’

Met loeiende sirenes probeert een politieauto zich op de andere weghelft door het drukke verkeer te banen en het is even stil in de auto.

‘Misschien moeten we dat taxibordje eerst even weghalen voordat we gaan tellen,’ opper ik vanaf de bestuurdersstoel.

In een stad zo druk als Brussel heeft het geen zin om een race aan te gaan met de politie. Ze pakken je simpelweg bij de eerstvolgende verkeersopstopping. Het is beter om op te gaan in de omgeving. Hidden in plain view. En in een stad met veel goedbetaalde forenzen, te weinig wegen en te weinig parkeerplaatsen, wordt het straatbeeld gedomineerd door taxi’s.

We draaien een lange, smalle straat in. De hoge, blinde muren zijn gelijnd met containers en vuilniszakken. Het is een stukje Brussel wat toeristen niet te zien krijgen. Het is de uitvalsbasis van bezorgers van eten, die elke avond in deze steeg, aan de achterkant van de restaurants hun bezorgwaar ophalen. Er hangen geen camera’s, getuige de vele grote en uitgebreide kunstwerken die met grafitti op de muren en containers gemaakt zijn. Deze betonnen kloof, waar de Mercedes maar net doorheen past, is aan haar lot overgelaten. En dat is precies wat we nodig hebben.

De restaurants zijn nog gesloten, dus ik parkeer de auto tussen twee grote containers. Uit het dashboard kastje pak ik twee gele kenteken platen en alledrie stappen we zonder een woord te zeggen uit de auto. Terwijl ik de witte kentekenplaten uit hun behuizing druk met een schroevendraaier, trekken Jasper en Thomas de zilveren folie van de auto. Van onder de folie komt de donkerblauwe lak tevoorschijn, de originele kleur van de auto. De kleur die ook staat vermeld op de kentekenpapieren die horen bij de gele platen die met een geruststellende klik plaatsnemen in hun frames.

In amper een paar minuten rijden we weer weg uit de steeg. De dertien in een dozijn taxi omgetoverd tot nette, dertien in een dozijn zakenauto en we sluiten aan in de eeuwig durende file.

Politie auto’s rijden voorbij, op zoek naar de zilveren taxi die ze nooit zullen vinden.

We worden nergens gestopt, nergens gecontroleerd en na een uur zie ik in m’n spiegels de stad steeds verder uit zicht verdwijnen.

Thomas leunt met z’n gezicht tegen de ruit, kijkend naar de witte strepen die langs de auto schieten. Het sikje is weg en z’n haar is weer warrig als altijd. Jasper ziet me vanaf de passagiersstoel kijken. ‘Je hebt goed werk geleverd vandaag, Alex.’

Ik kijk hem even aan en knik kortaf. Hij kijkt me onderzoekend aan terwijl ik alweer naar de weg kijk en laat dan z’n stoel naar achter zakken. ‘Kun je me wakker maken als we langs Rotterdam komen?’



31 reacties

Leuk stuk, ben benieuwd hoe het verder gaat..
Cool! Nog best spannend ook :p
ben benieuwd naar delen 2 e.v.
Zalig stukje. Maak er aub een volledig verhaal van, dus before en after de overval. Jij kunt heel goed schrijven. Ik werd gwn van in het begin opgezogen in het verhaal en dan pas op het einde weer uitgespuwd :p
@lemster: leuk stuk om te lezen ! Jouw mooiste zin = Ze kijken op van hun blik naar buiten … erg verrassend.

Ik ben zelf schrijver van korte verhalen, dus ik ga een paar kritiekjes plaatsen (goed bedoeld):

1) je schrijft leuk gedetailleerd en indruk-wekkend over de stad Brussel; ná de bankoverval laat je deze detaillering weg, waardoor er een ‘mistig’ beeld ontstaat rondom de situatie nadien…
2) ik mis een auctoriale verteltrant (tussendoor)

P.s.: ik zie uit naar de volgende delen !
@Megakix: Auctoriële verteltrant nooit of te nimmer doen. Een alwetende verteller verpest het voor de lezer.
@dafmaf: een auctor hoeft niet persé een ‘verklikker’ te zijn in een verhaal ?!?! Je kunt ook een atmosfeer of scene laten beschrijven door de auctor….
1
@mzferrari: mm vreemd, er kwam alleen een 1.
Lijp verhaal!
Ontzettend tof verhaal! En ik hoop dat als meer mensen reageren jou dat overhaalt voor een deel 2, en evt. een hele serie ;-)
Leuk verhaal, wanneer komt deel 2?
MEER MEER MEER MEER!!! Normaal heb ik altijd muziek aanstaan maar nu stond die op pauze omdat ik helemaal opgezogen in het verhaal zat. Een echte topper.
Leuk geschreven, leest goed weg! Ik wacht met smart op deel 2 :)
Leuk geschreven, maar vermits zowat alle taxi’s zwart zijn in Brussel, volgende keer toch maar een zwarte folie nemen ;-)
Goeie toevoeging aan autoblog.nl zeg!
Heel benieuwd naar deel 2. :)
Wat iedereen al zei, leuke toevoeging, en echt heel leuk geschreven! Woensdag rijtest dag, maandag verhaal dag !
the-budel-guy via Android app
mooi stukje ontspanning leest lekker makelijk maar je blijft wel geïnteresseerd in wat komen gaat. Aub deel 2
Is dat niet de grille van een nieuwe Audi op die foto???!

;-)
Mooi geschreven! Ik kijk al uit naar een spannend vervolg!
Leuk geschreven en bedacht, een goede poging tot oog voor detail; maar de taxi was allang onderschept adhv de vele toezichts camera’s in Brussel.
Leuk man!Ik ben ook heel beniuewd naar de andere delen!!!
Wat een heerlijk verhaal! Ben heel erg benieuwd naar de andere delen! Spannend, met veel gevoel voor detail! Ga zo door zou ik zeggen!
Oh, en voor de mensen die dachten dat het leuk bedacht was, nee dat was het niet. De wrap komt hier vandaag: http://www.youtube.com/watch?v=uPC1Qseuo4E&feature=related

Net als de kentekenplaten, het detail komt van the Transporter. Blijf er wel bij dat het leuk beschreven is. Maar nog altijd niet reëel.
@Stefje: Hey Stefje, ik heb het wel echt zelf bedacht. Beetje jammer dat het blijkaar wel al een keer gedaan is dus, maar ik heb het eerlijk waar zelf bedacht.

Welke Transporter is dit van? Ik ken alleen die met Jason Statham.
Toch bedankt voor het posten van het filmpje.
@lemster: niet luisteren. Jij hebt dit stukje gwn zalig geschreven. Maar er bestaan nu eenmaal mensen die het voor iedereen moeten verpesten. Ik zeg doe zo voort. Want je doet het heel goed :D
@Stefje: Ik moest ook meteen daar aan denken, wist alleen niet meer welke film dat was! :lol:
Haha, leuk dit! MEER!
Benieuwd naar het vervolg. Een echte ‘pageturner’. Het leest als een thriller.
Vergeet ik nog: het zou wel aardig zijn je echte naam bij het verhaal te vermelden. Dat ‘lemster’ slaat nergens op.
@jetje: Beetje vaker AB bijhouden. Iedereen weet dat Lemster ons aller Thijs is van de Saab Arctic Experience:

http://www.autoblog.nl/archive/2011/03/27/saab-arctic-adventure-mijn-3-dagen-noord-zweden

Geef een reactie:

Je moet ingelogd zijn om reacties te posten, registreren kan HIER (ook via Facebook).