Baas Stellantis legt uit waarom elk merk in het concern telt

Stellantis heeft een nieuwe Europese designbaas en het is in theorie een bekende naam: Gilles Vidal. Die zat al bij Peugeot voordat hij een paar jaar geleden vertrok naar Renault en daar de nieuwe c.q. huidige designtaal overzag. Nu is Vidal terug bij Peugeot, maar eigenlijk bij veel meer dan het Franse merk. Hij is dus aan het roer gezet van het hele designportfolio van Stellantis. Niet de minste baan, gezien het aantal historische merken.
De eerste uitdaging is namelijk een voorspelbare. Stellantis telt officieel bijna twintig merken wereldwijd, maar Vidal richt zich vooral op de Europese tak. Ook al zet je merken als Dodge, Jeep en Chrysler buitenspel, dan nog houd je een reeks merken over die in theorie veel overlap hebben. Al jaren gaan wilde geruchten rond over merken die de pijp aan Maarten moeten geven omdat een ander Stellantis-merk die kopers overneemt. Hoe zit dat?
Kannibalisatie beperken
Vidal merkt dat Stellantis-merken vaak met elkaar worden vergeleken. Ergens logisch, want als één platform op meerdere plekken belandt, wat voegen die plekken dan nog aan elkaar toe? Laten we het zo zeggen: of je nou een Citroën C3 Aircross of Opel Frontera koopt, maakt eigenlijk niks uit. Je zou bijna zeggen dat de keuze enkel afhangt van welke dealer de lekkerste koffie zet. In deze wereld waar concurrentie vanuit letterlijk elke hoek van de aardbol komt, kan Stellantis het zich eigenlijk niet permitteren om een strijd met zichzelf te voeren. Dat beseft Vidal en het is één van de speerpunten van de richting waar Stellantis heen moet.
Volgens Vidal is het belangrijkste dan ook dat platforms delen niet 'klonen' betekent. Hij noemt de reeks crossovers DS 7, Citroën C5 Aircross, Peugeot 3008 en Opel Grandland als voorbeeld. Volgens hem had elke auto een reden om hem te willen. Tussen een Opel Grandland en Citroën Aircross valt dat wat ons betreft tegen, maar soit. Vidal wil voorkomen wat er nu bijvoorbeeld gebeurt met de Alfa Junior, Jeep Avenger en Peugeot 2008, waar het eigenlijk gewoon dezelfde auto is zonder dat de identiteit van elk merk écht goed uit de verf komt. Een kleine elektromotor op de vooras plaatsen en er allerlei 4x4-marketing opgooien maakt het nog geen echte Jeep.
Identiteit per merk
Vandaar dat we een cadeautje krijgen van Vidal: aan Autocar legt de grote baas uit wat hij vindt dat elk merk sterk maakt. Als het aan hem ligt, gaan we deze kernpunten dus terugvinden in elk respectievelijk Stellantis-merk. Kom maar op!
Peugeot
Eén van de belangrijkste merken binnen Stellantis blijft Peugeot, vanwege hondstrouwe kopers en een lange geschiedenis. Peugeot moet daarom het merk worden dat ballen toont en op de toekomst gericht wordt. Veel innovatie en bepaalde baanbrekende keuzes durven te maken, zoals het steer-by-wire-systeem dat naar de volgende 208 komt. Verpakt in een clean doch gedurfde verpakking om niet kwijt te raken welke koers er nu qua design wordt gevaard.

Citroën
Zoals de merken altijd naast elkaar hebben kunnen bestaan, is Citroën daarentegen het budgetmerk van Stellantis. Die focus op lage kosten en circulariteit moeten de speerpunten zijn en blijven van Citroën. Bovendien wil Vidal graag dat de 'vreemdheid' van Citroën bewaard moet blijven. Dingen anders durven te doen op een gekke maar nuttige manier. Verwacht simpele, ruimtelijke cabines in alles wat Citroën moet gaan doen.

Opel/Vauxhall
Als ietwat recente toevoeging aan Stellantis is Opel en diens Engelse evenknie Vauxhall wellicht een beetje een vreemde eend in de bijt. Volgens Vidal moet Opel gaan staan voor 'Duitse creativiteit' en moet omarmd worden dat Opel ondanks een vrij Frans/Italiaans concern toch op en top Duits blijft. De designbaas meent dat men vaak kiest voor Duits vanwege de uitstraling, dus verwacht dat Opel voortborduurt op hun huidige designtaal. Scherp en her en der gedurfd, maar over het algemeen redelijk ingetogen.

Alfa Romeo
De status van Alfa Romeo binnen Stellantis is een hele belangrijke. Alfisti kunnen voorbij aan alle rationele gedachten verknocht blijven aan hun auto. Historisch hangt dat samen met het feit dat Alfa een merk is voor echte autorijders. Dat wil het merk blijven omarmen. Vidal noemt hier dat 'één worden met de machine' het speerpunt wordt. Denk aan een nadruk op besturingsgevoel, maar ook interieurs met veel fysieke knoppen om 'de connectie met de auto te voelen'. Gekke projecten als de 33 Stradale zullen her en der terugkeren, maar het belangrijkste wordt om het speciale gevoel wat een dergelijke auto biedt over te zetten naar elk Alfa-product. Van Junior tot Stelvio.

DS, Fiat en Lancia(?)
Over drie merken is Vidal relatief kort of nog erger, terwijl je voor DS en Lancia hoopt dat er iets meer een plan komt. Om hem even uit de weg te krijgen: Vidal wil dat Fiat vooral lekker doet wat ze doen. Ook dat merk kan klanten winnen door karakteristieke auto's als de Panda en 500. Dat moet blijven.

DS moet ook blijven doen wat ze doen: Frans premium zijn. De strijd aangaan met de Duitse drie, bijvoorbeeld. Concreter dan dat wordt het niet.

Nog altijd concreter dan Lancia, want Vidal noemt het merk nergens. Je zou dan zeggen dat het wellicht klaar is voor het merk, want de herlancering met de Ypsilon is ook geen megasucces. Toch lijkt het erop dat nieuwe modellen van Lancia gewoon komen en het merk een plekje blijft behouden. Lancia is misschien wel die stokoude labrador die je ondanks zijn gezondheidskwaaltjes maar niet het spuitje wil geven, want daar is 'ie ook nog niet aan toe.

Maserati
Om ten slotte nog even Samuel Welten tevreden te stellen: naast een huis op Bali, blijft er een Maserati. Vidal geeft wel toe dat er een serieus plan moet komen voor dit merk. De designchef bemerkt dat er ongeveer elke twintig jaar een grote verandering plaatsvindt. Denk aan toen ze in de jaren '80 en '90 een heel gamma aan vrij vierkante auto's bedachten. Zo rond 2000 werden die weer afgewisseld door chique designs met veel rondingen. Er moet weer zo'n shift plaatsvinden, zo vindt Vidal. Iets even helemaal anders doen, want zoals het nu gaat wil het nog niet echt werken voor Maserati. Wat dat wordt, moet blijken.

Kortom: elk Stellantis-merk moet een identiteit krijgen en/of behouden. Of dit mogelijk is in de tijd dat alles lekker gladgestreken en laten we wel wezen, elektrisch wordt, daar zijn we natuurlijk heel benieuwd naar.




