BOVAG neemt geen genoegen met de pseudo-eindheffing van het kabinet

BOVAG is nog lang niet tevreden over de pseudo-eindheffing. De brancheorganisatie vindt de aanpassingen van het kabinet onvoldoende en wil dat er opnieuw naar de regeling wordt gekeken.
De pseudo-eindheffing moet voorkomen dat werknemers met een ICE-auto van de zaak worden geconfronteerd met een oneerlijke fiscale prikkel. Het kabinet heeft eerder al enkele wijzigingen doorgevoerd na stevige kritiek vanuit de autobranche. Zo komt er een uitzondering voor vervangend vervoer en kortdurende zakelijke autoverhuur en krijgen lesauto’s een gerichte vrijstelling.
Ook wordt de overgangsperiode iets aangepast. Die loopt straks tot 1 januari 2031, in plaats van 17 september 2030. Volgens BOVAG lossen die wijzigingen echter lang niet alle problemen op.
Nog steeds flinke financiële gevolgen
De brancheorganisatie heeft de aangepaste plannen de afgelopen weken samen met ondernemers verder doorgerekend. Daaruit komt volgens BOVAG naar voren dat de financiële gevolgen voor autobedrijven en verhuurbedrijven groter kunnen zijn dan aanvankelijk gedacht.
Met name versnelde afschrijving en lagere restwaardes van auto’s kunnen volgens de organisatie flink in de papieren lopen. Daarnaast ziet BOVAG praktische problemen rond de aansprakelijkheid. Zo bestaat het risico dat een autobedrijf of verhuurder wordt aangesproken wanneer een vervangende auto langer dan de toegestane twee weken bij een klant staat. Wat de BOVAG betreft is dit een behoorlijk probleem. De ondernemer heeft namelijk niet altijd controle over hoe lang een auto daadwerkelijk wordt gebruikt.
Twee jaar extra tijd
BOVAG wil daarom dat de pseudo-eindheffing voorlopig alleen geldt voor auto’s die structureel aan een medewerker ter beschikking worden gesteld. Voor vervangend vervoer en verhuur zou vervolgens een extra overgangsperiode van twee jaar moeten komen.
Die tijd is volgens de organisatie nodig om het wagenpark te elektrificeren en tegelijkertijd voldoende laadinfrastructuur te regelen. Daarmee moet worden voorkomen dat bedrijven op korte termijn met forse waardedalingen en afschrijvingen van hun bestaande wagenpark worden geconfronteerd.
Ook wil BOVAG af van de regel waarbij een specifieke huurauto maar één keer per kalenderjaar bij dezelfde werkgever mag worden ingezet. Vooral voor kleine verhuurbedrijven levert dat volgens de brancheorganisatie onnodig veel administratie op en een concurrentienadeel ten opzichte van grote verhuurders.
Daarnaast moet er na de overgangsperiode één duidelijke termijn komen voor incidentele verhuur. Nu geldt zeven dagen voor reguliere verhuur en veertien dagen voor vervangend vervoer..
Ook demo-auto’s moeten worden vrijgesteld
Tot slot heeft BOVAG nog een belangrijke wens. Dealerdemo’s moeten wat de organisatie betreft volledig buiten de pseudo-eindheffing vallen.
Volgens BOVAG bepaalt een dealer namelijk niet zelfstandig welke auto’s en demo’s in de komen te staan. Importeurs en fabrikanten schrijven via de dealerovereenkomst grotendeels voor welke modellen beschikbaar moeten zijn. Zolang een merk nog nieuwe benzineauto’s en plug-in hybrides verkoopt, kan een dealer dus worden verplicht om daar ook demo’s van te hebben.
BOVAG heeft inmiddels een brief naar het kabinet en de Tweede Kamer gestuurd. Het laatste woord over de pseudo-eindheffing is wat de brancheorganisatie betreft nog niet gezegd.
Foto: Porsche Taycan via bartsmid op Autoblog Spots
Volg ons ook op Google Nieuws
Stel Autoblog in als voorkeur op Google Discover




