Deze Volkswagen Transporter krijgt een engine swap die je niet verwacht

Een Volkswagen Transporter staat over het algemeen nou niet bepaald bekend als een auto die je spontaan bij het stoplicht adrenaline bezorgt. Je verwacht er een aannemer in, een gezin met drie kinderen of iemand die zes keer per dag op en neer rijdt naar de Gamma. Maar deze specifieke Transporter krijgt een carrièreswitch waar je eng van wordt. Onder de motorkap komt namelijk een motor terecht die daar absoluut niet geboren is.
Van bestelbus naar Supervan
Van Haven, een Britse specialist in Volkswagen Transporters, werkt aan een nogal ambitieus en tof project. Het bedrijf pakt een T6.1 en geeft die de motor uit een Audi RS3. Jazeker, de befaamde en altijd heerlijk klinkende 2,5-liter vijfcilinder turbo verhuist van een compacte Duitser naar een bus.
Waarom? Omdat het kan natuurlijk!
Hoeveel vermogen de Supervan uiteindelijk krijgt, wil Van Haven nog niet vertellen. Ook de rest van de technische specificaties blijft voorlopig netjes achter slot en grendel. Het bedrijf belooft alleen dat de techniek stevig genoeg moet zijn om van het busje een serieus performance-apparaat te maken. En daarvoor hebben ze de hulp van RML Group ingeschakeld. Die naam klinkt een beetje alsof ze ergens achter in een industrieterrein raceauto's poetsen, maar niets is minder waar. RML heeft ervaring met onder meer de McLaren Senna GTR, Nissan Juke-R en andere vrij absurde projecten.
Dat kan hier best goed van pas komen. Want een vijfcilinder RS3-motor in een Transporter schroeven is één ding. Er vervolgens voor zorgen dat hij remt, stuurt, koelt en niet uit elkaar valt wanneer iemand het pedaal door de bodem trapt, is een tweede.
Geen hobbyproject voor één rijke gek
Het leukste aan de Supervan is dat het geen eenmalige gekke creatie wordt die vervolgens op Instagram een paar duizend likes krijgt en daarna ergens stof staat te happen. Van Haven wil er namelijk 30 exemplaren van bouwen. Het project moet in 2027 op de markt komen en RML behandelt de ontwikkeling als een serieus productieprogramma. Denk aan simulaties, prototypes, benchmarking en uitgebreide tests op zowel de openbare weg als het circuit.
Dat is ook best logisch. Een bus met een serieuze performance-aandrijflijn is leuk, maar een bus met een serieuze performance-aandrijflijn die bij iedere drempel zijn eigen onderdelen verliest, is wat minder wenselijk. Van Haven noemt juist het herhaalbaar maken van zo'n project een van de grootste uitdagingen. Supervans zijn traditioneel unieke one-offs. Nu moet je er gewoon eentje kunnen bestellen.
En daar kunnen we natuurlijk alleen maar respect voor hebben.
Een bus met vijf cilinders
De combinatie is wel echt fantastisch fout. Een Transporter is ontworpen om spullen te vervoeren. De Audi-vijfcilinder is ontworpen om vooral heel veel herrie te maken en ervoor te zorgen dat je je afvraagt hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat je je rijbewijs nog hebt. Nu worden die twee werelden samengevoegd.
De exacte prijs is helaas nog niet bekend, net als het uiteindelijke vermogen en de prestaties. Maar dat maakt de Supervan voorlopig alleen maar interessanter. Want een standaard Transporter kun je overal verwachten. Een T6.1 met het hart van een Audi RS3? Die zie je nou niet iedere dinsdag bij de supermarkt staan.
En straks zijn er, als alles volgens plan verloopt, dertig van zulke dingen. Dat is precies genoeg om exclusief te zijn en precies weinig genoeg om ervoor te zorgen dat je er niet iedere ochtend eentje achter je ziet aansluiten.
Volg ons ook op Google Nieuws
Stel Autoblog in als voorkeur op Google Discover




