Waarom er dit jaar geen bijzondere Garage 56-auto meerijdt op Le Mans

De 24 Uur van Le Mans staat bekend als de ultieme uitputtingsslag voor mens en machine, maar het is historisch gezien ook een broedplaats voor autotechnologie. Sinds 2012 heeft de organisatie (de ACO) daar een speciaal vinkje voor op de startlijst: Garage 56. Dit zijn de opvallendste creaties die de paddock op zijn kop zetten.
Wat is Garage 56 eigenlijk?
In 2012 besloot de Automobile Club de l'Ouest (ACO) dat er ruimte moest zijn voor creativiteit. Ze voegden een extra, 56e pitbox toe aan het circuit: Garage 56. De auto die deze uitnodiging krijgt, rijdt mee als exhibition entry. Dat betekent dat de auto buiten de officiële competitie om rijdt; de rondetijden tellen niet mee voor een klasse-overwinning en er worden geen WK-punten verdiend. Het enige doel? Laten zien wat de technologie van morgen (of een compleet andere racecultuur) in petto heeft. De auto moet uiteraard wel aan alle strenge crash- en veiligheidstesten voldoen.
Waarom ontbreekt Garage 56 in 2026?
Aanvankelijk wilden merken als Alpine en Toyota dit jaar al een waterstof-aangedreven raceauto inzetten via Garage 56. De ACO heeft de reglementen echter aangepast en verschoven naar 2028. Vanaf dat jaar komt er een volledig officiële, competitieve klasse voor waterstof-racers op Le Mans. Fabrikanten hebben hun ontwikkelingsbudgetten daarom omgebogen: in plaats van nu te demonstreren in Garage 56, bewaren ze hun munitie om in 2028 direct te vechten voor de échte overwinning. Omdat er voor 2026 geen andere projecten waren die voldeden aan het predicaat 'grensverleggende innovatie', blijft pitbox 56 dit jaar helaas leeg.

Alle Garage 56-auto’s door de jaren heen
2012: Nissan DeltaWing

.jpg?width=1800)
De allereerste Garage 56-auto was direct een visuele shock. De DeltaWing zag eruit als een kleine straaljager. Het idee was simpel: halveer het gewicht, de luchtweerstand en het brandstofverbruik van een traditionele LMP-racer door de voorwielen superdicht op elkaar te zetten. De auto werd aangedreven door een bescheiden 1.6-liter turbomotor van Nissan.
De DeltaWing bleek verrassend snel in de bochten en verbruikte inderdaad bizar weinig brandstof. Helaas eindigde het sprookje vroegtijdig. In het zesde uur en na ruim 1.000 kilometer werd de auto van de baan gekegeld door een Toyota LMP1 die aan de leiding van de race lag. Coureur Satoshi Motoyama vocht buiten de omheining anderhalf uur lang als een bezetene om de auto te repareren terwijl het team hem instructies gaf om de driehoekige auto weer aan de praat te krijgen. Helaas moest hij uiteindelijk huilend opgeven.
2014: Nissan ZEOD RC
Nissan keerde twee jaar later terug in Garage 56 met de ZEOD RC. Die letters staan voor Zero Emission On Demand Racing Car. De auto gebruikte dezelfde unieke driehoeksvorm als de DeltaWing, maar herbergde dit keer iets compleet nieuws in de racerij: hybride aandrijflijn die zowel volledig elektrisch als op benzine kon rijden.

Het doel klinkt nu niet zo bijzonder: een volledige ronde op Le Mans (13,6 km) puur elektrisch afleggen met snelheden boven de 300 km/u, om daarna over te schakelen op een driecilinder. Als dit zou lukken, zou Nissan de eerste die zijn die een elektrisch rondje op racesnelheid aflegde. Als, inderdaad. Ja, Nissan reed tijdens de warm-up een rondje op pure stroomkracht en ook gewoon op tempo. De race zelf werd echter een drama. Al na vijf rondjes (nog geen 25 minuten racen) gaf de gloednieuwe versnellingsbak de geest. Ach, zo gaat het met innovatie hè: vallen en opstaan.
2016: Morgan-Nissan LMP2 – SRT41
Met weer een gat van één jaar werd Garage 56 in 2016 weer gevuld. Nu trad het Britse Morgan aan. Het merk en de ACO lieten zien dat de extra auto niet hoeft te draaien om innoverende aero of een nieuwe krachtbron. Nee, de Morgan LMP2 is het levenswerk van de Frédéric Sausset.

De Franse ondernemer verloor door een bacteriële infectie al zijn ledematen. Zijn droom? Le Mans rijden. De ACO stelde Garage 56 open voor zijn team, SRT41. Een Morgan LMP2-auto werd volledig omgebouwd zodat Sausset de auto met zijn dijen via een vernuftig hydraulisch systeem kon besturen en gas geven, terwijl zijn teamgenoten de auto traditioneel konden overnemen tijdens de pitstops. Het verhaal van Sausset werd een jongensboek. Zowel de Fransman als zijn teamgenoten maakte geen fouten en kwamen als 38e in het algemeen klassement over de finish.
2021: Oreca 07-Gibson – SRT41
Sausset had zijn droom bereikt, maar het SRT41-team wilde nog meer mindervaliden helpen bij een Le Mans-deelname. Het project kwam in 2021 terug om de verlamde coureurs Takuma Aoki (voormalig motorcoureur) en Nigel Bailly mee te laten rijden met de 24-uursrace.

De Oreca-LMP2-auto was uitgerust met geavanceerde handbediening aan het stuur voor het gas en de remmen. Net als in 2016 bewijst SRT41 dat fysieke beperkingen geen grens hoeven te zijn om de 24 Uur van Le Mans uit te rijden. De Oreca werd als 32e in het algemeen klassement geklasseerd.
2023: Chevrolet Camaro ZL1 "Next Gen" NASCAR

American Thunder in Frankrijk. Ter ere van de 100e verjaardag van Le Mans en de 75e verjaardag van NASCAR, sloegen Hendrick Motorsports, Chevrolet en Goodyear de handen ineen. Ze bouwden een bulderende NASCAR Cup-auto om voor het Franse circuit. Hij kreeg fatsoenlijke koplampen, carbon remmen, een dikke diffuser en verloor flink wat gewicht. Maar die heerlijke klinkende V8, die bleef natuurlijk gewoon! Achter het stuur zat een sterrenensemble: F1-kampioen Jenson Button, NASCAR-legende Jimmie Johnson en Le Mans-winnaar Mike Rockenfeller.
De bulderende 5.5-liter V8 werd direct de absolute publieksfavoriet. De auto was bovendien erg snel. Hij viel qua snelheid tussen de GT’s en de LMP2’s. Ondanks een klein probleem met de versnellingsbak in de slotfase, finishte de brullende Camaro als 39e algemeen en legde hij maar liefst 285 ronden af. Het project was zo'n succes dat er onlangs zelfs een documentaire over is uitgebracht. Het blijven toch Amerikanen hè. Er kwam ook nog een speciale Camaro-uitvoering als eerbetoon aan de racedeelname.





