Het is hem echt: de Opel Calibra V6 ITC kampioensauto uit 1996

Zo in het diepzwart valt hij helemaal niet zo op, maar het is één van de belangrijkste auto’s en misschien wel het hoogtepunt in Opel’s racehistorie: de Opel Calibra V6 4x4 ITC. In 1996 won hij het wereldkampioenschap voor toerwagens met de Duitse coureur Manuel Reuter achter het stuur. Opel Classic toont hem op Retro Classics in Essen. Het is de echte kampioensauto, verzekert Leif Rohwedder van Opel Classic, de beheerder van het klassieke erfgoed van Opel in Duitsland.
De sporen van de racecarrière zijn hier en daar van dichtbij goed te zien op de carbon body van de Calibra, maar tegelijk heeft Opel hem netjes gemaakt om te glimmen op de beursvloer. De zege in 1996 was voor de race-Calibra de bekroning van een loopbaan die was begonnen in 1993, toen het DTM nog een nationaal kampioenschap was in Duitsland met af en toe een uitstapje naar een buitenlands circuit.
DTM deed niet onder voor Formule 1










De Calibra kreeg vierwielaandrijving en een 2,5 liter V6-motor die eerder was gebaseerd op de eigen V6 die met 170 pk ook in de straatmodellen leverbaar was. Later stapten de race-ingenieurs over op een ander zescilinderblok in de GM-stal, eentje van Isuzu met een grotere blokhoek zodat het zwaartepunt van de motor lager werd. De techneuten van Opel persten daar in samenwerking met Cosworth ongeveer 500 pk uit bij een schreeuwende 11.500 toeren. Williams hielp mee bij het construeren van de bliksemsnel schakelende sequentiële versnellingsbak die in 0,004 seconde van verzet kon wisselen.
De zitpositie is heel bijzonder. Coureur Manuel Reuter zit ver naar achteren en iets naar het midden van de auto, bijna languit zoals in een formule-auto. Het dashboard en stuurwiel reiken tot halverwege het zijraam, omdat het motorblok ver naar achteren ligt, onder het voorraam en deels in het interieur. De Calibra heeft dus het uiterlijk van zijn gewone broer voor op de weg, maar de technische opzet is wezenlijk anders. In die tijd deed het DTM en later het International Touring Car Championship (ITC) niet onder voor de Formule 1. Enorme budgetten en een tamelijk vrij reglement leidden tot technisch zeer hoogstaande, maar ook complexe auto’s.
De beginjaren

De DTM-regels waren eind jaren tachtig en begin jaren negentig nog wat eenvoudiger, voordat het 1993-reglement van kracht werd. Eerst reed Opel met de viercilinder Kadett GSi mee, maar die kon niet opboksen tegen BMW, Mercedes, Ford en later Audi met de V8. De Opel Omega A 3000 kon dat vanaf 1990 wel met zijn dikke zes-in-lijn. Voor het seizoen 1991 had tuner Irmscher die opgeboord naar vier liter en 450 pk totdat vanaf 1993 de Calibra het stokje overname met het nieuwe 2,5 liter motorenreglement.
De Omega 3000 24V Evo 500 uit 1991 die Opel Classic-beheerder Rohwedder ook uit zijn collectie heeft meegenomen, toont duidelijk de verschillen tussen de beginjaren en de latere, fijngeslepen hoogtijdagen. De Omega weerspiegelt veel meer de straatversie en heeft gewoon een glazen voorruit (inclusief sterren en barsten van opspattend grind) en een metalen carrosserie. De Calibra V6 4x4 ITC is veel meer doorontwikkeld.
Ten onder aan wereldambities
De sterke groei van het DTM vanaf begin jaren negentig met méér merken, waaronder Audi en Alfa Romeo stuwden de serie op naar grote hoogten. Mooie techniek, harde gevechten op de baan, aansprekende auto’s en coureurs en ruimte televisie-coverage in veel Europese landen. Maar de stap naar een wereldkampioenschap dat zich uitstrekte naar landen als Japan en Brazilië met matig bezochte races en afkalvend uitzendbereik door de alsmaar duurdere televisierechten, deden het DTM/ITC uiteindelijk de das om. Aan het einde van 1996 stopten Opel en Alfa Romeo ermee. Audi en BMW waren al eerder afgehaakt en met alleen Mercedes valt er geen wedstrijd te organiseren dus ging de raceserie ter ziele. De Opel Calibra V6 4x4 ITC herinnert nog aan de goede tijden.
Dit was een bijdrage van Maarten van der Pas en Robert van den Oever







