Kies maar. Een oude of een nieuwe BMW M5 voor hetzelfde geld

Volgens ons is het geen moeilijke keuze. Maar wat zou jij doen?
Over de BMW M5 zijn al hele boeken volgeschreven. Terecht ook, want het is natuurlijk in al die jaren al een meesterwerk geweest. Of je er nou van houdt of niet. Het was ook een pionier, een snelle zakensedan omtoveren tot Ferrari-killer. Laat dat maar aan BMW over. Sinds de eerste generatie in 1984 heeft BMW inmiddels zeven verschillende M5’s gebouwd, en bijna allemaal zijn ze op hun eigen manier legendarisch geworden.
De eerste M5, de E28, was eigenlijk een wolf in schaapskleren. Onder de motorkap lag een aangepaste versie van de zes-in-lijn uit de legendarische BMW M1. Met 286 pk was het destijds de snelste productie-sedan ter wereld. Er werden er relatief weinig gebouwd en daardoor is het tegenwoordig een van de meest gewilde M5's.
Daarna kwam de E34, nog grotendeels met de hand gebouwd in de fabriek van BMW Motorsport. De motor groeide gedurende zijn leven van 3,6 naar 3,8 liter en leverde uiteindelijk 340 pk. Dit was toentertijd ook de enige M5 die als stationwagon leverbaar was, al bleef dat een zeldzaamheid.
Voor veel liefhebbers begon het echte feest met de E39. Onder de kap lag een atmosferische 4,9-liter V8 met 400 pk. Geen turbo's, geen vierwielaandrijving, geen ingewikkelde rijmodi. Gewoon een handbak, achterwielaandrijving en een motor die steeds harder ging zingen naarmate de toerenteller opliep. Niet voor niets wordt de E39 vaak gezien als de beste M5 ooit.
BMW draaide vervolgens alle gekte open met de E60. Die kreeg een 5,0-liter V10 met 507 pk, rechtstreeks geïnspireerd door de Formule 1-periode van die tijd. Het blok draaide door tot ruim 8.000 toeren en maakte een geluid dat tegenwoordig onmogelijk nog door de typegoedkeuring zou komen. De beruchte SMG-bak maakte hem soms wat humeurig, maar juist dat karakter hoort erbij.




De F10 luidde het turbotijdperk in. De atmosferische motor verdween en maakte plaats voor een 4,4-liter V8 biturbo. Meer vermogen, veel meer koppel en ineens was de M5 een auto die absurd snel was onder alle omstandigheden.
Met de F90 kwam voor het eerst vierwielaandrijving. Dat leek heiligschennis, totdat bleek dat je het systeem ook volledig naar achterwielaandrijving kon schakelen. Met maximaal 635 pk in Competition CS-uitvoering werd het een van de snelste sportsedans ooit gebouwd.
De huidige G90 is misschien wel de meest controversiële M5. Voor het eerst is hij een plug-in hybride. Samen leveren de V8 en elektromotor 727 pk, maar het gewicht is opgelopen tot ruim 2.400 kilo. Toch sprint hij nog steeds sneller naar 100 km/u dan vrijwel alles wat in de jaren tachtig en negentig een supercar werd genoemd. Sterker, hij trekt ook nu nog harder op dan menig supercar. Het ís zelf een supercar.



En nu de keuze. Welke zou jij kopen voor ongeveer hetzelfde geld? Een oude of een nieuwe? We hebben er twee gevonden, een uiterst zeldzame E61, oftewel de M5 Touring met de V10 en een G90, ook uitgevoerd als Touring. De E61 kost €104.500 en de G90 heb je voor €114.945. Beide auto's zijn volgens de verkopers in uitmuntende staat.
Wij -of althans ik- zouden het wel weten. Zonder knipperen de ouwe. Naast de 10k die je bespaart en waarmee je een jaartje kunt tanken, is het ook een veel specialere auto. Die z'n geld ook waard blijft en dat moeten we bij de nieuwe nog maar zien.
Maar het gaat om jou. Kies maar, wordt het oud of nieuw?




