Oud vs. nieuw: Audi A2 e-tron vs. Audi A2

Audi probeert de A2 nog een keer, wat we deze week voor het eerst volledig te zien kregen. Het merk komt met de opvolger ruim 26 jaar na de introductie van het origineel en 21 jaar nadat de laatste originele Audi A2 (Typ. 8Z) gebouwd werd. Er wordt wel eens gezegd dat de A2 zijn tijd (te) ver vooruit was, dus laat maar eens zien of 2026 een beter decor is dan 2000. Waar we vandaag achter willen komen: is de nieuwe A2 een slap aftreksel of een perfecte opvolger? We zetten de twee naast elkaar en gaan het daar eens over hebben.
De context
Om te kijken of de nieuwe A2 een echte A2 is, moeten we het toch even hebben over de eerste A2 en belangrijker: de impact ervan. De A2 voelt misschien als een kleine auto om mee te doen met de stadsgebakjes, maar het is echt meer dan dat. Het is tot op zekere hoogte een prestigeproject zoals Ferdinand Piëch die veel had. Het doel van de A2 was om de eerste productieauto te worden met een verbruik van 3 liter per 100 kilometer of minder (1 op 33,3). Om dat te bereiken, werd echt het onderste uit de kan gehaald.

Allereerst, het Audi Space Frame of ASF. Dit had Audi in het leven geroepen voor de A8, om te laten zien dat je met een aluminium spaceframe enorm veel gewicht kon drukken. Voor een grote auto nuttig om hem efficiënter te maken. Voor de A2 werd ook de basis en het plaatwerk vervaardigd uit aluminium, minder gewicht betekent immers dat je een kleine motor kan monteren die minder hard hoeft te werken. Dat was ongekend voor een auto van deze grootte en leverde een leeggewicht van onder de 1.000 kg op voor elke A2, de lichtste woog slechts 855 kg!
Vrijwel alle motoren zijn daarom niet eens extreem speciaal voor de A2. De 1.4 MPI-benzinemotor met 75 pk komt regelrecht uit een Polo. Deze heeft prima prestaties, maar breekt geen potten. De 1.4 TDI is eveneens geleend van Volkswagen, met 75 of 90 pk hetzelfde verhaal. De later geïntroduceerde 1.6 FSI, wederom een bekend VW-blok met 110 pk, kon je al bijna rap noemen. De motor die wel uniek was voor het efficiëntiedoel van de Audi A2 was de 1.2 liter TDI met 55 pk, leverbaar in de A2 '3L'. Ja, met deze motor werd een A2 echt traag. Maar de combinatie van de vederlichte A2, een robotische handbak en laag vermogen zorgde ervoor dat die 3 liter per 100 kilometer gehaald werd. En dat was het doel.

Hetgeen wat vrijwel nooit begrepen wordt aan de A2 is dat het geen gestripte beknibbelingsmobiel is. Qua uitrusting deed de A2 niet onder voor bijvoorbeeld een A3. Serieus luxueuze opties des tijds als een radio-multimediasysteem, stoelverwarming, automatische climate control, parkeersensoren, een panoramisch schuifdak, de A2 kon het allemaal hebben. Optioneel kreeg je gesmede velgen van Fuchs en de 3L kreeg velgen mee van magnesium, want dat is veel lichter dan staal of lichtmetaal. Dat is dan ook één van de redenen dat de A2 nooit massaal kopers wist te vinden: qua prijs zat je niet ver van de A3 af. De A3 was gewoon de Golf van Audi, voor de A2 moest je meer overtuigd worden. Uiteindelijk wisten 176.377 stuks een koper te vinden tussen 2000 en 2005. Dat klinkt niet eens rampzalig, maar in dezelfde periode bouwde Audi ruim een miljoen A3's.

Dan helpt het uiterlijk niet mee, maar de A2 is niet lelijk omdat Audi een lelijke auto wilde bouwen. Deze druppelvorm met de korte motorkap en aflopende daklijn is perfect voor de aerodynamica. Een Cw-waarde van 0,28, wat zo laag werd als 0,25 voor de 3L, dat is dan echt indrukwekkend. Bovendien zorgde de relatief hoge raampartij met het korte motorkapje ervoor dat de binnenruimte riant was voor de buitenafmetingen. Oh ja, die motorkap, die kon niet open. Dat was beter voor de aerodynamica. Met wat gedoe kan de hele klep er los af, maar als je de olie wil peilen of bijvullen en je ruitenwisservloeistof wil bijvullen, kan de grille naar voren om dit te checken. De service flap wordt dit genoemd.

De nieuweling
De gloednieuwe Audi A2 is qua context ietsje minder het middenpunt van een wens van Ferdinand Piëch. Stiekem zou je het gewoon een manier kunnen vinden om de proportioneel uitgedaagde Volkswagen ID.3 te rebadgen als Audi. Toch heeft het merk hun best gedaan en zowel de vorm als de essentie van de oude A2 komt op meerdere manieren terug.
Exterieur
Aan de buitenkant valt op dat Audi niet helemaal retro is gegaan met de A2. Recent dagdroomde Audi over een retro-A2 middels de A25 years, maar de productieversie pakt echt de moderne designtaal van Audi. De ietwat bijzondere voorkant met de kleine dagrijverlichting en 'verstopte' koplampunits is meer te wijten aan het feit dat dit de moderne designtaal is, niet de A2 specifiek. Want laten we wel wezen: de styling van de originele A2 is ook enkel zoals 'ie is omdat Audi de Bauhaus-stijl van de TT doorzette naar het hele gamma.


En profil is de nieuwe A2 duidelijk geïnspireerd op het origineel, maar niet volledig hetzelfde. Hij is ietsje meer 'platgeslagen', waardoor hij wat langer en lager oogt. Wel zie je duidelijk de korte voorkant, de daklijn die in één vloeiende lijn van voor naar achter gaat en eindigt in een kleine achterspoiler. Dat herkennen we dan weer al te goed. Ook de uitgeklopte wielkasten van het origineel komen terug. Wel met veel grotere velgen eronder, want dat is de laatste jaren wel flink veranderd ten opzichte van 2000.


Aan de achterzijde meer van hetzelfde. De oude A2 heeft vierkante achterlichten aan de hoeken van de achterkant, met het kenteken ertussen. Inmiddels is het meer gemeengoed om een soort grote diffusor te hebben waar het kenteken in past. De achterlichten zijn nu horizontaal georiënteerd en lopen door in de kofferbak. Wel zien we hier dus die achterspoiler die de achterruit in tweeën splitst, zoals het origineel. En oh ja, als A2-bestuurder wil ik toch even benadrukken: het valt best mee hoe veel zicht naar achter die scheiding kost.


Interieur
In het interieur zijn de oude en nieuwe A2 totaal niet te vergelijken, want hier ga je het duidelijkst zien hoe groot het verschil is tussen 2000 en 2026. Er is wel één overeenkomst: het is simpelweg de Audi-cabine die je gewend bent van andere modellen. De oude A2 deelde veel in het interieur met de A3 en de TT, de nieuweling pakt veel van wat we kennen uit de nieuwe A5 en Q3. Het enige wat we jammer vinden is dat een opvallend detail van de A2 niet terugkomt: een inlegvakje bovenop het dashboard aan de passagierskant met een soort handvat er aan vast, bijna zoals een G-Klasse. Dat soort details laten wel écht zien dat je het origineel bekeken hebt.


Nog een indirecte overeenkomst tussen beide generaties A2 is aankleding en luxe. Zoals gezegd is de originele A2 niet zo armoedig als het formaat doet vermoeden en ook de nieuwe A2 moet geen budget-Audi worden. Er is een hele waslijst aan opties die echt wel meekunnen met premium-auto's in dit segment. Ook het panoramadak keert terug.

Techniek en overig
Ook de techniek van de Audi A2 is niet echt direct te vergelijken met de voorganger, want de nieuweling is een EV en de oude heeft een verbrandingsmotor. Toch heeft Audi wel hun best gedaan om de efficiëntie van de A2 naar de EV-versie te brengen. Een Cw-waarde van 0,24, 0,01 beter dus dan de originele 3L. Het lage gewicht heeft Audi niet echt kunnen overnemen: met 1.940 kg is de nieuwe A2 e-tron meer dan twee keer zo zwaar als het origineel. De 326 pk sterke topversie zou je overigens kunnen zien als de nieuwe 1.6 FSI, dus dat is wel weer leuk bedacht. De motorkap c.q. frunk van de nieuwe A2 is inmiddels wel gewoon een klep geworden, dus niet meer lopen hannesen met een losse motorkap.


De prijs van de nieuwe Audi A2 is 38.200 euro in Duitsland, wat veel duurder is dan de 16.550 euro van het origineel in Duitsland. Met de inflatie gecorrigeerd is het verschil kleiner, dan zou de originele A2 zo'n 31.000 euro hebben gekost. Daarmee loop je wel een beetje het risico dat de nieuwe A2 in dezelfde val trapt als het origineel, waar je een premium-prijs betaalt voor iets wat eigenlijk gewoon een vrij doorsnee auto is qua segment. Bovendien heeft de nieuwe A2 het directe vergelijk met de 32.990 euro kostende ID.3 Neo, een equivalent wat er nog niet was in 2000.
Kies maar!
We kunnen toch wel concluderen dat Audi de A2 goed naar 2026 heeft vertaald, in acht houdende dat ze hem natuurlijk ook nog een beetje willen verkopen. Genoeg knipogen naar het origineel, maar ook voldoende kijk op het heden en de toekomst. Wat ons betreft een geslaagde tweede poging, nu maar hopen dat de kopers er ook zo over denken. Welke zou jij kiezen?
Volg ons ook op Google Nieuws
Stel Autoblog in als voorkeur op Google Nieuws




