We doen ineens andere dingen met onze EV's

De markt voor tweedehands elektrische auto’s lijkt ineens in beweging te komen. En dat is best opvallend.
In april zijn er namelijk bijna 14.000 elektrische occasions verkocht in Nederland. Dat is bijna twee keer zoveel als een jaar geleden. Volgens de knappe koppen van de ING is dat vooral te danken aan de hoge benzineprijzen. Die duwen mensen toch richting elektrisch, ook als het om tweedehands gaat.
En daarmee gebeurt er iets wat we al een tijdje niet zagen: een soort trendbreuk. We doen ineens andere dingen met onze EV's.
Tot nu toe verdwenen veel gebruikte EV’s namelijk naar het buitenland zodra ze uit de lease kwamen. Inclusief de subsidies die ooit bedoeld waren om ze hier te houden. Maar dat beeld kantelt nu. De export daalde met zo’n 17 procent, terwijl import en binnenlandse verkoop juist aantrekken.
En dan kom je automatisch bij beleid uit. Want er ligt nog een voorstel op tafel, de zogeheten eTimerregeling. Die moet ervoor zorgen dat elektrische auto’s langer in Nederland blijven, door leaserijders te stimuleren er langer in door te rijden. Op zich logisch bedacht.
Het kan wél duurder
Alleen, als de vraag naar tweedehands EV’s nu juist groeit, kan dat averechts werken. Minder doorstroming betekent minder aanbod op de occasionmarkt. En dat is precies waar de vraag nu zit. Daarom wordt er ook gekeken naar een andere optie: een inruilregeling voor oude benzineauto’s. Dus subsidie als je een oude fossiele bak inlevert voor een gebruikte EV. Daarmee maak je elektrisch rijden toegankelijker voor een grotere groep én haal je oudere auto’s van de weg.
De grote vraag is alleen: is dit een tijdelijke opleving of het begin van iets structureels? Dat hangt volledig af van het de richting die het kabinet Jetten opgaat. En daarvoor gebruiken wij de stelregel 'Het kan wél duurder'. Dus we moeten nog even afwachten hoe dit gaat lopen.




