Hoe het was om een auto te hebben in de USSR

Auteur: , 34 Reacties

In communist Russia, car owns you!

Nu Vlad stevig aan het roer zit in Rusland en de politieke banden aanhaalt met Erdogan, denken we soms met weemoed terug aan de tijd van de muur, het vrije Westen, het rode gevaar, spionage en intrige. Na een kleine eeuw bleek dat het communisme niet opgewassen was tegen de snoeiharde concurrentie van de vrije markt. Rocky Versloeg Drago en wij hadden al de Golf II terwijl zij nog steeds in die Trabi’s reden. Onze topcoureurs reden 1.500 pk sterke F1-bolides en de Soviet-cracks boenderden op onder andere de Sachsenring in koffiemolens rond om te bepalen wie er vandoor ging met de ‘Pokal für Frieden und Freundschaft’.

Pokal-für-Frieden-und-Freundshaft

Zelfs de grootste fans van Soviet-staal op de redactie zullen moeten toegeven dat de kwaliteit van de Volga’s, Lada’s, ZILs en GAZzen niet van het allerhoogste niveau was. Maar hoe werkte het eigendom van een auto überhaupt in het land waar iedereen gelijk was, maar sommigen iets gelijker dan anderen?

Het aankoopproces
Dit proces valt het beste te illustreren met een grap die Ronald ‘we need to tear down this wall’ Reagan ooit gebezigd heeft.

Een man gaat naar de autodealer in de Soviet-Unie, legt het aankoopbedrag neer en vraagt wanneer hij de auto kan ophalen. De verkoper zegt ‘over tien jaar’. Hierop antwoord de koper ‘in de ochtend, of in de middag?’, waarop de verkoper zegt ‘wat maakt dat uit over tien jaar dan?’. Daarop antwoord de koper ‘nou, in de ochtend komt de loodgieter al langs’.

In de realiteit was een auto kopen in de Soviet-Unie zo mogelijk zelfs nog gecompliceerder. In een systeem waar privé-bezit een vies woord was, kon je helemaal niet zomaar elke maand een bedragje opzij zetten om een auto te gaan kopen, eerst moest je het recht om een auto te hebben zien te verkrijgen. Daarvoor moest je eerst je werkgever, wat uiteraard in alle gevallen mother Russia was, gunstig stemmen. Dat kon bijvoorbeeld door heel productief te zijn op je werk en door lid te zijn van de communistische partij. Maar zelfs als je de apparatsjiks wist te overtuigen van jouw noodzaak een auto ter beschikking te hebben, was de wachttijd voor de gemiddelde VAZ ongeveer zeven tot tien jaar.

Gelukkig waren er ook manieren om het proces wat te versnellen. In goed Brabants vallen deze manieren op te sommen als ‘het gaat er niet om wat je kent, maar om wie je kent’. Was je bijvoorbeeld een familielid van comrad partij-bons, dan was het opeens een stuk makkelijker om een auto te bemachtigen. Ook waren de personen die mochten beslissen wie wél en wie geen auto kreeg toegewezen vaak niet te beroerd om die machtspositie om te zetten in klinkende munt. Hoewel de commies de schuld van alle onheil in de wereld neerlegden bij het kapitaal, waren ze zelf vaak niet vies van wat bakshies. Naar verluidt hadden alle beschikbare auto’s op deze manier zelfs een onofficiële meerprijs, waarvoor je wist dat je er een kon krijgen en liefst een beetje sneller dan pas over zeven jaar.

Lada

Je hebt een auto! Maar wat nu?
Zelfs in 1985 waren er maar 45 auto’s voor elke 1000 comrads, dus zelfs al had je een gare Lada, je wilt dat ding beveiligen alsof je leven ervan afhangt. Op de straat parkeren voor je huis is eigenlijk geen optie, want dan worden minimaal je wielen en ruitenwissers gestolen en waarschijnlijk gewoon je hele auto. Netjes in de garage parkeren dus, dat ding. Maar, het probleem was vaak dat in de door de staat zo zorgvuldig geplande woongelegenheden helemaal geen garage’s waren opgenomen. En door het gebrek aan ruimte konden die er ook niet zomaar bijgebouwd worden. Denk Amsterdam 2016, maar dan doorgaans kouder. Zodoende werden er veelal garagecomplexen gebouwd aan de rand van de steden, die meestal een flink eind verwijderd waren van de woningen van de gemiddelde autobezitter. Woon-werk verkeer was dan ook zeldzaam, want je kon net zo goed naar de fabriek lopen, dan naar je garage om vervolgens naar de fabriek te rijden. Auto’s werden dan ook meestal alleen gebruikt om in het weekend naar de Datsja te rijden. Dat maakte de unbearable lightness of being net aan dragelijk.

Voordeel van het systeem was wel dat auto’s door de schaarste nauwelijk afschreven, of zelfs alleen meer waard werden. Er was altijd wel iemand te vinden die toch zo’n heilige корова wilde hebben. (via Jalopnik.com)