
Zegt de ANWB
Naast benzineprijzen zijn ook de vaderlandse parkeerperikelen een dankbaar onderwerp voor gesprek. Dan is het te duur, dan moeten die vervelende auto’s juist weg uit de straat, en wat er allemaal niet nog meer wordt gezegd. Er is zo vreselijk veel onenigheid over, want het is namelijk nooit goed geregeld. Door de overheid. En precies in dat hele korte laatste zinnetje schuilt de oplossing, aldus de ANWB.
Want als het over parkeren gaat, zijn bewoners vaak de laatsten die iets mogen zeggen. Eerst komt het plan, daarna de aankondiging, en pas daarna mogen mensen er iets van vinden. Volgens de ANWB zou dat eigenlijk precies andersom moeten.
De organisatie vindt dat gemeenten inwoners veel eerder moeten betrekken bij hun parkeerbeleid. Nu worden veranderingen in buurten zoals het schrappen van parkeerplaatsen, het invoeren van betaald parkeren of het reserveren van plekken voor elektrische auto’s, vaak pas uitgelegd als de plannen al zo goed als vaststaan.
Dat zorgt volgens de ANWB regelmatig voor frustratie. Parkeerbeleid raakt tenslotte bijna iedereen die in een stad woont. Als er ineens minder plekken zijn of een vergunning duurder wordt, merken bewoners dat meteen.
Uit onderzoek blijkt bovendien dat bewoners niet alleen maar roepen dat er meer parkeerplaatsen moeten komen. Veel mensen vinden ook andere dingen belangrijk in hun buurt, zoals meer groen, ruimte voor voetgangers of bredere stoepen. Maar dan willen ze wel betrokken worden bij de keuzes die daarover worden gemaakt.
De ANWB pleit er daarom voor dat gemeenten bewoners al in een vroeg stadium laten meepraten over parkeerplannen en de inrichting van straten. Niet pas als alles al besloten is, maar wanneer er nog echt iets te kiezen valt.
En daar zijn wij het hier ter redactie volmondig mee eens.





“De organisatie vindt dat gemeenten inwoners veel eerder moeten betrekken bij hun parkeerbeleid.”
Hou op schei uit. Die weelde kan de doorsnee burger helemaal niet dragen. Ik ben 8 jaar als bestuurslid actief geweest in een bewonersvereniging die het contactorgaan vormde tussen de bewoners van onze wijk en de gemeente. Dit onderwerp is in al die jaren tig keer voorbij gekomen, maar het vroegtijdig informeren en contacteren leidt alleen maar tot meer onbegrip, meer nimby gedrag, en ontelbare vormen van micromanagement dan met een klein clubje bewoners, deskundigen en gemeente de belangen afwegen en een uitgewerkt plan presenteren.
Een praktijkdiscussie uit de tijd dat wel wél poogden de burgerparticipatie mee te laten wegen:
V – “we willen niet dat de bedrijven hun personeel in onze wijk laten parkeren.”
A – “dat kan, maar dan moeten we het parkeren in de wijk alleen toestaan met parkeervergunningen.”
V – “ja maar het vrouwtje heeft ook een auto, en mijn zoon is ook al bezig met z’n rijbewijs.”
A – “dan kost de eerste auto je enkele tientjes per jaar, elke volgende kost je enkele tientjes per maand. En je krijgt het recht op één gastenparkeerkaart per huisadres.”
V – “ja maar er wordt ontiegelijk veel fout geparkeerd.”
A – “Handhaving is daarvan op de hoogte, maar als die dan ook echt gaan handhaven, wordt ook de helft van alle bewoners op de bon geslingerd, want die maken er net zo goed een puinhoop van.”
V – “ja maar ik sta voor mijn eigen schuur/garagebox/uitrit.”
A – “klopt, maar Handhaving mag geen willekeur toepassen.”
V – “maar kunnen die bedrijven dan niet hun personeel verder weg laten parkeren.”
A – “dat kan niemand opgedrongen worden; die parkeerplaatsen horen bij de openbare ruimte.”
… enzovoort, enzovoort… zo werden hele inspraakavonden in ons wijkcentrum oeverloos volgeluld.
Nou moet je weten, dat we op een gegeven moment en in samenspraak met de gemeente meer dan 100 extra parkeerplaatsen hebben weten te realiseren, dat er op plaatsen met veel foutparkeerders gele stoepbanden zijn aangebracht, betonnen obstakels en zelfs hele boomstammen zijn neergelegd om het foutparkeren te verhinderen zodat Handhaving alsnog selectief kan handhaven en nooit is het goed.