Gespot: Aston Martin DB 2 4 6

Praat mee!
Redacteur Autoblog

Aston-Martin DB6 - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB6 - Foto: Jim Appelmelk

Voor klassiekers moet je maar net een echte liefhebber zijn, want voor comfort, betrouwbaarheid en het betere rijden is een moderne auto doorgaans de beste keuze. Een merk dat zelfs in het verre verleden al auto's maakten waar de meeste mensen momenteel nog wel naar omkijken is Aston-Martin. In de laatste jaren zijn deze dan ook aanzienlijk in waarde gestegen.

Aston-Martin DB(2/4) MkIII

Aston-Martin hield er vroeger altijd uitgebreide series op na. De ene DB2 is de andere niet. Zo begon het in 1949 met de "gewone" DB2, een auto met een klein achterklepje en en vrij korte wielbasis. Meer dan twee mensen konden er niet in. Dat is in grote lijnen wat de eerste DB2 van buiten onderscheidt van latere. Hij was er ook als cabriolet. Beide versies waren er tevens als Vantage. De 2,6 liter 6-in-lijn leverde dan 125 pk in plaats van 105.

In 1953 werd de DB2 opgevolgd door de DB2/4, een model dat veel op de DB2 leek, maar een stuk was gegroeid. De wielbasis was langer, de daklijn was langer, en daardoor was er achterin ruimte voor twee kleine personen. Men noemde het de DB2/4 MkI. Ook deze was er als cabriolet, en een Vantage was er eveneens. Aangezien er standaard al 125 pk in lag was de Vantage uitgerust met een 2,9 liter zescilinder met een maximum vermogen van 142 pk. Hij haalde daarmee de 200 km/u!

De DB2/4 MkI werd opgevolgd door de MkII, die in details verschilde van zijn voorganger. Ook hier gold weer dat het voormalige Vantage blok standaard werd, waarmee de Vantage nog krachtiger werd: 162 pk. In de DB MkIII - 2/4 werd achterwegen gelaten - werd dat blok dan weer standaard, het vermogen van de Vantage as inmiddels gegroeid tot 180 pk, wat ook voor hedendaagse begrippen nog indrukwekkend is. Het gewicht van de auto was echter wel gestegen tot 1.349 kilo. Afgebeeld is een DB MkIII zonder de Vantage upgrade. Er zijn 551 DBMkIII's gebouwd, waarvan 84 als cabriolet en 5 als Fixed Head Coupé's, een versie met een ander vormgegeven dak. Één hiervan staat op Nederlands kenteken.

Aston-Martin DB2/4 MkIII - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB2/4 MkIII - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB2/4 MkIII - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB2/4 MkIII - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB2/4 MkIII - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB4 MkIII

De personenauto die de DB2 opvolgde was de DB4. De DB3 overlapte chronologisch met de DB2 en was bovendien alleen om mee te racen. Bij de DB4 waren de uiterlijke verschillen tussen alle series - 5 in totaal! - stukken kleiner. In grote lijnen zien alle versies van de DB4 er hetzelfde uit, afgezien van de DB4 GT Zagato.

In details zitten de verschillen in het type grill (vroege exemplaren hebben roosters, vanaf late series III, afgebeeld, waren er spijlen), de happer op de kap (tot en met series III zo groot als op de afgebeelde DB4, later een platter brievenbusje), de achterlichten, en de bumpers.

De DB4 GT, DB4 Vantage en DB4 Vantage GT kregen plexiglas kappen over de koplampen. Daarnaast hebben GT's een kortere wielbasis. Verschillen binnen de DB4's zijn aanzienlijk kleiner dan die binnen de DB2's. De opvolger van de DB4 was de DB5, die sprekend op de DB4's met plexiglas koplampen leek. Er waren natuurlijk óók cabrio's. Die zijn erg zeldzaam waardoor ze nog meer waard zijn. De beeldschone daklijn kun je dan helaas wel vergeten.

Aston-Martin DB4 MkIII - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB4 MkIII - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB4 MkIII - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB4 MkIII - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB4 MkIII - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB6

De volgende Aston met een geheel eigen vorm was de DB6, aangezien de DB5 van buiten slechts in details te onderscheiden was van de DB4 Vantage. De DB6 was langer dan de DB5, en het dak liep minder scherp af waardoor passagiers achter comfortabeler konden zitten. Het is praktischer, maar volgens velen iets minder sexy. Van de DB4, 5 en 6 is het de meest betaalbare. Prijzen stijgen echter wel gestaag.

De DB6 is er in minder vormen en maten dan de DB4, maar er was wel een stationcar (net als van de DB5). Harold Radford bouwde die 4 exemplaren. Voor de open versie werd de term Volante geïntroduceerd op de DB6, nog steeds heten open Astons - afgezien van de AMV8 Roadster dus - Volante. Voorin de auto lag nog steeds een zescilinder-in-lijn motor, die inmiddels gegroeid was naar 4,0 liter via 3,7 liter in de DB4. Standaard leverde de motor 282 pk, het dubbele van de DB2/4 MkII, de Vantage had 325 pk voorin. Daarmee zou de DB6 Vantage de magische grens van 250 km/u kunnen halen, waar Astons twaalf jaar eerder pas net aan de 200 km/u kwamen. Het design was tegen het einde van de jaren '60 alweer wat verouderd. De DB4, waar de DB6 eigenlijk best wat van weg heeft, was immers er al in 1958. In 1967 kwam men dan ook met de DBS, waarmee Aston-Martin net als vele andere merken een tijdperk van hoekigere designs inluidde.

Aston-Martin DB6 - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB6 - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB6 - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB6 - Foto: Jim Appelmelk

Aston-Martin DB6 - Foto: Jim Appelmelk

Eigenlijk is er nog heel veel meer te vertellen over deze reeks naoorlogse zescilinders, maar dan ben je erg lang bezig. Het is leuk om ze allemaal bij elkaar te sparen als spotter, hoewel sommige versies, zoals de DBMkIII F.H.C., de DB4 GT Zagato, cabrio's en Volantes, en de Harold Radford Shooting Brakes heel erg moeilijk te vinden zijn. Als je nog vragen hebt kun je me mailen. Morgen wordt er aandacht besteed aan een andere serie klassieke Engelse auto's, die overigens beter betaalbaar is.