Klassieker: AMC Rebel The Machine

Praat mee!

AMC

AMC

Make American Motors great again. The Machine deed het in 1970. Zo ongeveer.

Het was op de Detroit Motor Show in januari 2004. De Ford Motor Company onthulde de vijfde generatie Mustang. Deze auto word gezien als de start van de musclecar-revival. Geheel terecht overigens. De Mustang combineerde een paar hele essentiële ingrediënten die kenmerkend en onmisbaar zijn voor een rechtschapen musclecar.

Het eerste was een in-your-face design. Niets subtiel, alles overdone. Het was duidelijk te zien dat Ford met meer dan een schuin oog had gekeken naar de eerste generatie van de Mustang. Het tweede ingrediënt was een dikke V8. Wederom geen verfijning. Dat is niet belangrijk. Overdadig vermogen, sleurend koppel en oorverdovend kabaal zijn dat wel. Het derde ingrediënt is een lage prijs. In Nederland kost een Mustang GT 5.0 meer dan een ton en concurreert daardoor met de Mercedes-AMG C63 en Porsche 911. Dat kon en kan nooit de bedoeling zijn. In de states had je een Mustang V8 voor de prijs van een aangeklede Jetta.

Enfin, nadat Ford enorm succes had met de vijfde generatie Mustang, konden concurrenten Chrysler en General Motors niet achterblijven. De Dodge Challenger en Chevrolet Camaro waren zo mogelijk nog gaver dan de Mustang. De tweede generatie Mustang en Camaro hebben gelukkig aangetoond dat dit type auto voorlopig nog levensvatbaar is. Toch is er één ding erg jammer. De musclecar die het recept: stoer ontwerp, dikke V8 en een lage prijs als beste had toegepast, kreeg geen tweede leven. De beste daarin was namelijk van een merk dat helaas niet meer bestaat: AMC (American Motor Company). Het model in kwestie: de Rebel. De naam van de non-plus-ultra uitvoering: ‘The Machine’. Eat that, BMW.

AMC

De AMC Rebel was het tegenovergestelde van een BMW. Niets premium. Sterker nog, de Rebel was een typische value-for-money auto. De Hyundai Sonata van zijn tijd. De Rebel zat in het hart van het aanbod van AMC, dat overigens uit wonderlijke auto’s bestond. AMC had een niet al te best imago en de Rebel moest dat rechttrekken. AMC had een nieuw marketingbureau aangenomen. Zo konden de nieuwe producten véél brutaler in de markt worden gezet.

De Rebel volgde in 1967 de redelijk succesvolle AMC Rambler Classic op. Net als die auto kon je de Rebel in vele uitvoeringen krijgen. Zo was er een 4-deurs sedan, 2-deurs sedan, 5-deurs stationwagon, 2-deurs cabriolet en 2-deurs hardtop. Qua motoren is het Amerikaans en eind jaren 60. Instappen deed je dus met een hele dikke zescilinder. Dit was een 3.8 liter zes-in-lijn met een bijzonder laag specifiek vermogen. Afhankelijk van het bouwjaar en markt leverde het blok zo’n 150 tot 175 pk.

AMC

Uiteraard bestond de hoofdmoot van het aanbod uit achtcilinders in V-opstelling. In Europa denken we met een V8 aan prestatiegerichte uitvoeringen. In Amerika eind jaren 60 lag dat wat anders. Een V8 was gewoon een type motor. Zo was er een 4.8, 5.0, 5.6, 5.9 en zelfs 6.4 liter groot. Die laatste motor was voorbehouden aan de SST uitvoering. Dat was een soort semi-sportief luxe model. Qua kosten en positionering zouden we het in Nederland hebben over de Kia Pro_cee’d GT. Net als met die Koreaanse topper was die auto behoorlijk ondergewaardeerd. Voor de goede orde, meer dan drie kwart van de Rebel eigenaren kozen voor de middle-of-the-road 5.0.

AMC

De Rebel zou niet lang in productie blijven. Maar voor het laatste jaar wilde AMC nog even groots uitpakken. Nu hadden ze dat al eens eerder gedaan met de AMC Rambler Hurst S/C. Nu was het nadeel van die auto dat de looks heftiger waren dan de prestaties. AMC besloot dit keer geen halve maatregelen te nemen. Wederom werkte AMC samen met specialist Hurst. Maar dit keer was het resultaat iets heel bijzonders.

Het begon al met de naam: The Machine. The Machine moest namelijk niet alleen de snelste musclecar worden, maar ook de beste. In elk geval in zijn prijsrange. Dat betekende ook een opvallend uiterlijk. Je kon de Rebel The Machine in diverse kleuren krijgen. Ging je daarvoor dan had je de keuze voor een vinyl dak. Ondanks dat het zo nutteloos is als een staafmixer voor baby’s, stond het de Rebel The Machine erg goed. De meeste auto’s zijn legendarisch geworden door hun stickerset. Denk aan de Mitsubishi Lancer Evolution VI GSR Tommi Makinen Edition, Porsche 997.2 GT3 RS, Ferrari 360 Challenge Stradale en Ford Mustang Boss 302 Laguna Seca.

Hetzelfde geldt voor de AMC Rebel The Machine. Om de auto de uitstraling te geven van de The American Dream kreeg de auto een stickerset in het rood, wit en blauw. Leuk weetje: de stickerset werd vervaardigd door 3M, het bedrijf dat ook verantwoordelijk was voor de matzwarte wrap op de Ford Focus RS500.

AMC

Om die strepen eer aan te doen kreeg de Rebel The Machine zijn eigen motor, een variant van de 390. Die 390 staat voor cubic inches en is omgerekend 6.4 liter groot. Het vermogen bedroeg maar liefst 340 pk. Hoofdattractie is natuurlijk het koppel: bij slechts 3.800 toeren per minuut wist de ‘390’ 580 Nm te produceren. Geheel in lijn met alle andere echte musclecars had The Machine een handgeschakelde transmissie met vier verzetten. Een drietrapsautomaat was overigens wel mogelijk.

De Machine was voor maar één ding gemaakt: sprinten. Alleen de quarter mile deed er toe. Mocht je met je Golf GTI naast een Rebel The Machine komen te staan bij een verkeerslicht, bedenk dan eerst even goed of je hier aan wilt beginnen. In standaardvorm ging de AMC in 6,4 seconden naar de 100 km/u. Dat is nog steeds een vlotte acceleratietijd. Kun je nagaan hoe dat in 1970 was. Topsnelheid is bij een musclecar niet relevant. De meeste hadden namelijk een korte bak. Standaard liep The Machine zo’n 204 km/h. Dan liep je in de 4e versnelling in het rood. Met langere overbrengingen was de 250 makkelijk te halen, maar niet van waarde in de VS.

AMC

Ondanks het redelijk bescheiden vermogen was The Machine dus erg snel. Dat kwam mede doordat de auto ‘verborgen’ paardenkrachten had. Mocht je flink snelheid maken dan trok de luchthapper via vacuüm zich open om zo de motor van een ‘ram air’ effect te voorzien. In hoeverre dit echt bij heeft gedragen aan meer vermogen is niet duidelijk, alhoewel er gesproken wordt over 30 pk, dus op volle snelheid moest The Machine 370 pk leveren. Naar het schijnt waren het wel een paar paarden meer. De Rebel SST had op papier niet eens zo heel veer meer power, maar desondanks was de Rebel The Machine een klap sneller. Zoals met de beste auto’s waren de opgaves van AMC nogal bescheiden. Door 340 pk op te geven viel de auto in de ‘stockcar’ dragrace-klasse en bleven de kosten voor de verzekeringspremies enigszins binnen de perken. De motor kreeg wel koele lucht, de bestuurder zelf niet. Airconditioning was nog niet een gemeengoed in auto’s, laat staan in goedkope auto’s als AMC. Het was een (behoorlijk) prijzige optie waarvoor slechts 45 eigenaren gekozen hebben.

AMC

Maar het kon natuurlijk altijd sneller. Je kon bij de dealer allerlei upgrades bestellen om je The Machine naar eigen smaak aan te kleden. Denk aan opties als een Detroit Locker sperdifferentieel met 5.001 Ratio voor $45. Altijd doen. Holley carburateurs stonden ook op de optielijst, evenals aangepaste spruitstukken, uitlaten en grotere luchtinlaten. De hoeveelheid extra paarden werd helaas niet vermeld. Maar als je de opties juist uitzocht: een Edelbrock 'High-Rise' spruitstuk, Crane-nokkenas, 850 Holley carburateur en Thrush-dempers, Detroit Locker sper en Good Year dragrace-slicks dan kon je de kwartmijl afleggen in 12.8 seconden bij een snelheid van 172 km/u. Dat is nog altijd een goede waarde.

Mocht je de opties en accessoires zorgvuldig uitgekozen hebben, dan had je een van de fijnste musclecars van zijn tijd. Natuurlijk was het geen lichtvoetige sportwagen. Het was vooral heel erg veel motor en weinig anders, zou je denken. Vergeleken met de concurrentie van de Rebel The Machine viel het allemaal heel erg mee. Dat begon met de zitpositie. Deze was aanmerkelijk beter dan in een vergelijkbare Dodge of Ford. Ondanks dat de fabrikant ‘American Motors’ heette, was de auto niet gebouwd op typische ‘American’ lijven. Tot 1,80 meter kon je redelijk achter het stuur zitten. Daarboven werd het een heel stuk lastiger. Ook moest je niet te veel American Pie hebben gegeten. De zetels waren behoorlijk voorgevormd. Een Amerikaan zou zeggen: bucket seats. Wij Europeanen noemen het: net geen driezits bank.

AMC

Ook de wegligging was anders dan veel andere musclecars. Niet alleen was The Machine nogal krap, veel Amerikanen vonden de auto te hard geveerd. Alles is relatief natuurlijk, maar als je moderne banden legt onder een Rebel The Machine dan kun je er nog prima mee sturen. Er was tenminste iets van een wegligging. Bij sommige auto’s geldt het oude cliché dat de auto smaller aanvoelt dan deze is. Niet zo bij de Rebel The Machine. Aan alles merk je dat je met een lel van een auto onderweg bent. En het was een lap auto. Het gewicht viel nog enigszins mee, een kleine 1.700 Kg (E39 M5 waarden). Combineer dat met een vermogen van een kleine 400 pk (met alle performance opties) en je begrijpt dat dit een serieuze deelnemer was op de dragstrips en Telegraph Road.

AMC

In 1970 was het niet alleen begonnen, maar ook al weer afgelopen met de AMC Rebel The Machine. Ondanks dat de Rebel slechts 4 jaar in productie was geweest, achtte AMC het nodig de auto te vervangen door de Matador. De Rebel had er voor gezorgd dat men anders keek naar het merk. Nog altijd een goedkope aanbieding, maar geen belegen of slechte techniek. Integendeel. De Rebel zou een van de betrouwbaarste en best ontwikkelde auto’s blijken uit zijn tijd. Niet hoogstaand, maar het werkte wel allemaal. Een groot probleem was namelijk de kleine marges op de Rebels. En met The Machine in het bijzonder. Toen een klant een compliment gaf aan een van de executives van AMC, gaf deze aan: “Je realiseert je toch wel dat de motor ons meer kostte dan de hele auto jou heeft gekost?”

Mede daardoor heeft het merk American Motors het niet gered. Dat is eigenlijk opmerkelijk. Van alle Amerikaanse merken waren ze behoorlijk progressief. Ook de kwaliteit van de producten was niet eens zo heel verkeerd. Het lag meer aan de bijzondere management stijl en de bedrijfsstructuur. De samenwerking met Renault mocht helaas niet baten. Jazeker, in Europa kon je ook een Renault Rambler Rebel kopen. Net zoals de Renault Latitude eigenlijk een Samsung SM5 is.

Behoort de Rebel tot de grote namen der musclecars? Op zich wel. Niet zozeer qua verkopen. AMC was geen held in het bijhouden van documentatie, dus elke bron spreekt van een ander getal. Het zijn er waarschijnlijk zo’n 1.950 geweest, misschien een beetje meer. Daarvan was de helft uitgevoerd als ‘Clown Car’, dus met de bijzondere kleurenstelling. De andere helft werd gespoten in één van de andere 16 mogelijke kleuren.

AMC

Een voordeel is dat deze parel onder de musclecars niet in het vizier is van de investeerder. Voor 50k in dollars heb je een in prima staat verkerende The Machine. Aangezien het een klassieker is hoef je er geen extra belasting over te betalen. Sla de Mustang over en ga voor een echte The Machine. Dan heb je de musclecar zoals deze hoort te zijn. Uitbundige looks, veel power en een lage prijs.

Video