Livepics: twee keer een hele bijzondere BMW 750iL
BMW 750iL

Raketwerper in het schuifdak: check. Uitschuivende achterbumper om kraaienpoten te strooien: check. Omhoogschuivend BMW-logo op de motorkap met roterend scherp mes: check. Het werkt allemaal nog!
Een BMW-monteur loopt alle gadgets in deze bijzondere 750iL nog eens na. De auto schitterde in de James Bond film Tomorrow Never Dies uit 1997. BMW toont hem op de Techno Classica als onderdeel van 7 bijzondere 7-series die de 40e verjaardag van dit model markeren.
Deze E38 joeg in de Bond-film door een parkeergarage tijdens een achtervolging terwijl Pierce Brosnan liggend op de achterbank de wagen met zijn telefoon bestuurde. Er lijkt geen bestuurder op de voorstoel te zitten. En dat is ook zo. BMW bouwde namelijk een extra stuurwiel achter de voorstoel en verlengde de pedalen zodat een BMW-testrijder onzichtbaar laag zittend de auto kon bedienen. Overigens is de auto nog altijd fahrbereit en zo nu en dan toont de BMW zijn kunnen opnieuw aan autojournalisten.
Met de 7-serie kreeg BMW eind jaren zeventig van de vorige eeuw definitief aansluiting bij het topsegment, waar tot dan toe de Mercedes S-klasse het rijk min of meer alleen had, samen met de Jaguar XJ. Dit jaar is het 40 jaar geleden dat BMW de 7-serie introduceerde, ofwel de modelgeneratie E23. BMW viert die 40e verjaardag van de 7-serie op klassiekerbeurs Techno Classica in het Duitse Essen, die vandaag zijn deuren opent voor het publiek. Voor de gelegenheid heeft BMW 7 bijzondere exemplaren van de 7-serie uit zijn museum meegenomen.
Voor de komst van de E23 waren er ook al grote BMW's, maar die heetten toen nog geen 7-serie. Het voorafgaande model E3 (1968-1977) heette simpelweg 2500, 2800 of 3.0S. Met de E23 zette BMW een flinke stap vooruit in formaat, prestaties en kwaliteit. Daardoor werd het model een serieuze optie in het segment van de grote limousines. De E23 is uitsluitend met zescilinder lijnmotoren geleverd. Er is overwogen de 4,5 liter V8 uit de Porsche 928 te gebruiken, maar de BMW-ingenieurs vonden die te weinig toevoegen aan de eigen zescilinders.
De interessantste van de 7 exemplaren op de Techno Classica is zonder twijfel het V16 prototype van de E32. Dit was een hobbyproject van drie enthousiaste BMW-ingenieurs: Karl-Heinz Lange, Adolf Fischer en Hans-Peter Weisbarth. De E32 was eind 1986 geïntroduceerd en in 1987 baarde BMW opzien door het gamma uit te breiden met een fonkelnieuwe vijfliter V12 met 300 pk, de eerste naoorlogse twaalfcilinder voor een Duits seriemodel. Op basis van dit nieuwe M70 V12 blok gingen de drie BMW-technici aan de slag om er nog vier cilinders extra aan te hangen. Het geheime project droeg de naam Goldfish, omdat de motor werd ingebouwd in een aanvankelijk goudkleurige E32. De inhoud per cilinder bleef gelijk, dus groeide de totale cilinderinhoud van 4.998 cc naar 6.651 cc. Het vermogen steeg van 300 pk bij 5.200 toeren naar 408 pk bij 5.200 toeren. Motormanagement van Bosch stuurde de elektronica aan als twee acht-in-lijn motoren naast elkaar. Het blok werd gekoppeld aan de handgeschakelde zesbak uit de E31 8-serie.
Het blok paste net in de motorruimte van de E32, maar voor de koeling was geen plaats meer. Die vond een plekje in de kofferruimte. Met opvallende en a-typische luchtinlaten in de flanken boven de achterwielen werd het koelsysteem voorzien van voldoende verse lucht om de gigant op temperatuur te houden. Alles functioneerde naar behoren en de bouwers klokten de 0-100 km/u sprint op 6 seconden en haalden een top van 280 km/u.
De Goldfisch en de James Bond-750iL figureren in een mooie documentaire die hier al eens eerder voorbijkwam. Daar kun je de 007-auto echt in actie zien.
Lange tijd gaf BMW nauwelijks ruchtbaarheid aan dit bijzondere prototype. Dat geldt ook voor andere fraaie knutselprojecten als de onofficiele M8, de E46 M3 Touring en de E34 M5 cabriolet. Tegenwoordig slijten zij hun dagen in de kelders van het BMW museum, maar voor de Techno Classica heeft BMW de Goldfish uit zijn donkere rustplaats gehaald.

Met dank aan Robert van den Oever en Maarten van der Pas voor deze bijdrage.














