Gespot: nog meer klassiekers

Auteur: , 39 Reacties

Een belangrijk onderdeel van WoDaSpoDa is geschiedenisles. Gelukkig krijgen jullie dit hier niet twee keer per week. Of: helaas... Want ik vind het best interessant. Maar dat zegt elke geschiedenisdocent, want die oude auto's moeten je maar net liggen.

Alvis TD21 Cabriolet MkII

Een zondag Knokke doet wonderen. Het was een rode Alvis die vluchtig voorbij reed, dus uitgebreid tijd voor foto’s was er niet. Drie kwartier later kregen Dave en ik een herkansing. Terwijl we naar een Murciélago stonden te kijken viel ons in de verte iets op. “Dit lijkt het meeste op…” dacht ik, gevolgd door “nee, te toevallig om waar te zijn”. De eigenaar van deze Alvis, precies hetzelfde als de rode, kon ons vertellen dat er van de 1.070 TD21’s maar 56 waren geleverd als MkII Cabriolet, gekenmerkt door ingebouwde koplampen en… Een open dak. 27 daarvan zijn nog bekend. Dat laatste zal wel iets te maken hebben met het aantal lidmaatschappen bij Alvis clubs wereldwijd, want er staan er vast nog wel wat weg te rotten in een schuurtje op het Britse platteland. Als één van de 17 Bugatti T57S Atalante’s daar kan worden gevonden, kan een Alvis natuurlijk ook. Enfin, het mag erg bijzonder genoemd worden dat er twee van deze zeldzame auto’s rondreden.

Alvis TD21 Cabriolet MkII - Foto Jim Appelmelk
Alvis TD21 Cabriolet MkII - Foto Jim Appelmelk
Alvis TD21 Cabriolet MkII - Foto Jim Appelmelk
Alvis TD21 Cabriolet MkII - Foto Jim Appelmelk
Alvis TD21 Cabriolet MkII - Foto Jim Appelmelk
Alvis TD21 Cabriolet MkII - Foto Jim Appelmelk


Bentley MkVI Special

Een aantal Bentley’s mag zich MkVI Special noemen. Op het eerste gezicht zijn dit modellen uit de jaren ’20 en ’30, maar schijn bedriegt. Bentley’s met een versleten koets – met name Mk VI’s, het eerste naoorlogse model – voorzien van een zogenaamde “W.O. Look-a-like” koets. Een body die veel lijkt op die van Bentley’s vanuit de tijd van Walter Owen Bentley. Het ging niet zo goed met het bedrijf na de Wallstreet crash van 1929, waardoor het werd verkocht en in november 1931 over ging naar Rolls-Royce. Bentley was sinds de 8-Litre, een luxe personenauto (Bentley bouwde verder voornamelijk raceauto’s) een bedreiging voor ze. Overigens vielen de 100 8 Litres in het niets bij de 1.680 Phantom II’s wat betreft aantal. Het kenteken dat erop zit doet vermoeden dat het de oorspronkelijke Britse platen zijn, maar dit is een Belgisch klassieker kenteken. Dat begint altijd met een O, en bestaat zoals gebruikelijk uit drie letters en drie cijfers.

Bentley MkVI Special - Foto Jim Appelmelk
Bentley MkVI Special - Foto Jim Appelmelk
Bentley MkVI Special - Foto Jim Appelmelk
Bentley MkVI Special - Foto Jim Appelmelk


Lamborghini Jarama

Jarama. Google even en je weet meteen waar de naam vandaan komt. Het is de naam van een circuit in Spanje. Schijn bedriegt alweer, want het heeft er weinig mee te maken. Ferrucio Lamborghini moest niets hebben van die dure racerij. Ook is het niet waarschijnlijk dat het veel met de rivier de Jarama te maken heeft. Uiteraard had het te maken met de activiteit van stierenfokkers in die streek, want met stieren(-vechten) heeft het merk een nauwe band. Zo heeft Diablo niet direct iets met de duivel te maken, maar eerder met een ras vechtstieren.
De Jarama kon van de immer lange to-spot lijst worden gestreept. Dat vind ik zelf één van de leuke dingen van het spotten. Zo veel mogelijk verschillende modellen. Lamborghini is één van mijn favoriete merken, ik wil elk model wel eens gespot hebben. Zeker de klassiekers zijn moeilijk te vinden. In 2007 spotte ik dan eindelijk een Espada, zo’n lange vierpersoons auto die er een beetje vreemd uit ziet. Vorig jaar kwam ik samen met Roland een Islero tegen in Düsseldorf. En in Knokke kwam ik dan deze Jarama tegen, ook een model waar meningen over verdeeld zijn. Hoekig en een beetje Amerikaans, maar met een stoer front. Op een foto is het “maar een hoekig hok”, on the road is hij wel redelijk indrukwekkend. En de V12 klinkt natuurlijk fenomenaal!

Lamborghini Jarama - Foto Jim Appelmelk
Lamborghini Jarama - Foto Jim Appelmelk
Lamborghini Jarama - Foto Jim Appelmelk
Lamborghini Jarama - Foto Jim Appelmelk


Maserati Sebring I

Een auto die wèl naar een circuit vernoemd is, is deze 2+2 van Maserati. Om de overwinning te vieren in de 12 uursrace van 1957 noemde werd hier in 1962 een auto naar vernoemd. Dit merk was wèl erg actief met racen. Het neusje van de zalm van die tijd, de 5000 GT, had zelfs de motor van een 450S racewagen. Denk bij hun raceverleden ook aan de Birdcage, de 250F, en momenteel de MC12 en zelfs de Quattroporte (!). Maar de Sebring zelf was bedoeld voor op straat. Afgebeeld is een Sebring I 3500 GTI. De auto volgde de sierlijke en slankere 3500 GT(I) op. Die I staat voor injectie. Dit systeem stond nog in de kinderschoenen en was dus niet geheel probleemloos. De voorganger werd aanvankelijk nog gecarbureerd geleverd, wat een stuk beter werkte. Veel Sebrings zijn dan ook omgebouwd naar dit “oude” systeem. Onder de auto zie je schitterende Borrani spaakwielen. Hoe duur de auto dan ook mocht zijn, ze waren niet standaard. De motor werd in 1965 opgeboord tot 3,7 liter, in dat jaar kwam eveneens de iets strakker vormgegeven MkII op de markt. Die was ook nog te koop met 4,0 liter zescilinder. Er zijn 346 MkI’s gemaakt, en maar 98 MkII’s. De Mistral zal op den duur wel een beetje invloed hebben gehad, hoewel die al vlak na de Sebring I in productie werd genomen.

Maserati Sebring I - Foto Jim Appelmelk
Maserati Sebring I - Foto Jim Appelmelk
Maserati Sebring I - Foto Jim Appelmelk
Maserati Sebring I - Foto Jim Appelmelk
Maserati Sebring I - Foto Jim Appelmelk
Maserati Sebring I - Foto Jim Appelmelk
Maserati Sebring I - Foto Jim Appelmelk


Mercedes-Benz 300SL Gullwing

Waar in Laren mijn wens uitkwam ooit eens een 300 SL Gullwing te spotten, kon ik er in Antwerpen zelfs nog even rustig omheen wandelen voor “een aantal” foto’s. Een stuk of zeventig dus. En eigenlijk is de auto best vreemd gelijnd. De achterklep lijkt niet echt bij de rest van de auto te passen. Maar zoiets vergeef je zo’n auto snel, net als de moeilijke instap over de brede dorpels (ben helaas geen ervaringsdeskundige). De vleugeldeuren maken het namelijk tot een fantastische auto. Zonder dat was de auto waarschijnlijk een stuk minder waard geweest. Sterker nog: ik denk dat zelfs de Roadster – die sowieso al geen vleugeldeuren heeft – dan minder waard was geweest. Die verwantschap speelt namelijk een belangrijke rol, net als dat je voor een klassieke Ferrari disproportioneel meer betaalt dan voor een klassieke Maserati of Lamborghini. De 300SL Gullwing is wat mij betreft overpriced, de Roadster is wel heel erg overpriced hoewel het nog steeds een erg mooie cabrio is.

Mercedes-Benz 300SL Gullwing - Foto Jim Appelmelk
Mercedes-Benz 300SL Gullwing - Foto Jim Appelmelk
Mercedes-Benz 300SL Gullwing - Foto Jim Appelmelk
Mercedes-Benz 300SL Gullwing - Foto Jim Appelmelk
Mercedes-Benz 300SL Gullwing - Foto Jim Appelmelk
Mercedes-Benz 300SL Gullwing - Foto Jim Appelmelk
Mercedes-Benz 300SL Gullwing - Foto Jim Appelmelk
Mercedes-Benz 300SL Gullwing - Foto Jim Appelmelk


TVR Taimar

De vroegste TVR’s lijken allemaal redelijk veel op elkaar. Niet tot in detail, ruim genomen, van de zijkant bekeken, waren overeenkomsten groot. Maar technisch was alles mogelijk. Viercilinder, zescilinder, V8. En de meeste modellen waren er in vele vormen. De Taimar van 1975 was nog duidelijk verwant aan de Grantura uit 1958. De auto’s zagen er nog lang niet zo excentriek uit als de TVR’s van de laatste vijftien jaar. Nergens waren bizarre openingen of vreemde verhoudingen te vinden. Met zijn geheel openende achterruit was de Taimar zelfs nog best praktisch. De nog geen duizend kilo wegende auto werd aangedreven door een drieliter V6 met een maximum vermogen van 138 pk, dan wel 230 pk voor de Turbo, wat nogal veel uitmaakte. Die zoop als een tempelier, wat waarschijnlijk veel mensen heeft doen besluiten om toch de tamme versie maar te bestellen. Zo zijn er 395 Taimars gebouwd, naast 30 Taimar Turbo’s. De 3000S was de cabriolet. Daarvan zijn er zelfs maar 13 geleverd als Turbo.

TVR Taimar - Foto Jim Appelmelk
TVR Taimar - Foto Jim Appelmelk
TVR Taimar - Foto Jim Appelmelk
TVR Taimar - Foto Jim Appelmelk
TVR Taimar - Foto Jim Appelmelk