De Jaguar die Jan Lammers naar de top bracht
XJR-9
Jan Lammers schreef autosporthistorie toen hij in 1988 met zijn Jaguar XJR-9 winnend over de finish kwam tijdens de 24 Uur van Le Mans. Niet alleen voor Nederland, maar voor heel Jaguar, want die overwinning zette het Britse merk weer op de kaart. Precies deze Jaguar XJR-9 is te zien tijdens klassiekerbeurs Interclassics & Topmobiel in Maastricht, die donderdag de deuren opende.
De XJR-9 van het Tom Walkinshaw Racing team in de befaamde Silk Cut livery met chassisnummer TWR-J12C-488 wordt gekoesterd door Jaguar Daimler Heritage Trust, want de overwinning van 1988 betekende een nieuwe mijlpaal die Jaguars dominantie op Le Mans in de jaren vijftig met de C en D-types deed herleven. Meer dan drie decennia hadden de Britten op een overwinning moeten wachten, en mede dankzij Jan Lammers was Jaguar back on top.
De XJR-9 heeft een 7 liter V12-motor met 760 pk en 828 Nm koppel. Met de deur open is de carbonstructuur van het chassis goed te zien. In de jaren ’80 experimenteerden fabrikanten voor racewagens al volop met carbon. De aanwezige Britse Jaguar-technici legden het fabricageproces uit. Het materiaal bevat naast koolstofvezel ook glasvezel dat in laagjes bijeen wordt gehouden door hars toe te voegen. Na vervaardiging wordt het een aantal uren samengeperst in de gewenste vorm. Dit procedé werkt zonder afbakken in een oven. De samenstelling van de hars is het grote geheim van elke fabrikant.
Kapotte versnellingsbak
De winnende auto uit 1988, bestuurd door Jan Lammers, Johnny Dumfries en Andy Wallace, reed dat jaar 394 rondes en legde een afstand van 5.332,79 kilometer af. Bij de finish had de Jaguar een voorsprong van 2.36 minuten op de Porsche 962 die tweede werd.
“Ik heb in 1988 een fantastisch jaar gehad”, zei Jan Lammers terugblikkend in Andere Tijden Sport, dat in 2009 een aflevering aan de 24 Uren van Le Mans wijdde. Tijdens de race hoorde hij van een teammaat dat één van de andere Jaguars was uitgevallen door problemen aan de versnellingsbak. In zijn laatste stint op zondagmiddag krijgt Lammers ook problemen met schakelen, de bak springt uit de derde versnelling en blijft wel in vierde versnelling: Lammers: “Ik sprak met mezelf af dat ik niet meer aan die versnellingspook zou zitten. Ik heb toen het hele circuit constant in zijn vier afgelegd, ook bij 60-70 km/uur bochten. Sterker nog: ik moest ook nog een pitstop maken in zijn vier met een enorm slippende koppeling. […] Het is een wonder dat we de finish hebben gehaald. Toen later de versnellingsbak eruit werd gehaald viel er bij het laatste moertje alles helemaal kapot uit.”
Jaguar was in de jaren tachtig weer ingestapt in de racerij omdat het toenmalige wereld-sportscar kampioenschap (WSC) een grote publiekstrekker was. Merken als Mercedes en Peugeot deden mee met fabrieksteams en hadden flinke budgetten. Naast Le Mans was er een handvol andere endurance races wereldwijd, net als nu in het World Endurance Championship (WEC).
De oorsprong van het XJR-project ligt in de Verenigde Staten, waar het Group 44 team van Bob Tullius de XJR-5 ontwikkelde voor het Amerikaanse IMSA GTP kampioenschap. Voor Europa deed Jaguar een beroep op Tom Walkinshaw Racing, dat een ander chassis bouwde, maar wel dezelfde V12-motor gebruikte. In de basis was dat hetzelfde blok als van oorsprong in de Jaguar E-type lag en dienst deed tot eind jaren tachtig, in verschillende configuraties, inclusief de winnende 7-liter uit 1988.
Door reglementswijzigingen begin jaren negentig, waarbij Jaguar afscheid moest nemen van de aloude V12, hield de Britse roofkat het voor gezien in de sport-prototype racerij.
Een mooi overzicht van Jaguars racehistorie vanaf de XK120 tot en met de XJR-14 als laatste sport-prototype en samengesteld door Jaguar Heritage zie je hier:

Met dank aan Robert van den Oever en Maarten van der Pas voor deze bijdrage!
















