10 onbehouwen roadsters met pk's en achterwielaandrijving
onbehouwen roadsters

10 onbehouwen roadsters voor mannen die geen honing eten, maar op bijen kauwen.
De zomer komt er weer aan! Dat betekent dat de winterbanden weer op stal kunnen en plaats kunnen maken voor de mooie velgen. Maar zou het niet veel mooier zijn dat je speciaal een auto hebt om het mooie weer te vieren? Een sportieve auto met bij voorkeur een open dak?
Voordat onze hoofdredacteur aankomt zetten dat je dan een BMW R18 moet pakken, zijn er ook diverse dikke roadsters die perfect zijn in het niet perfect zijn. Juist het ruige, onbehouwen karakter maken dit soort auto’s de moeite waard. Juist omdat ze open zijn. Dan krijg je meer binnen van het geluid, temperatuur en trillingen. Dichter bij een ongetemd paard berijden zul je niet komen. Dit zijn 10 voorbeelden:
Shelby Cobra (CSX200)
1962

In principe is de Cobra de eerste auto auto in dit briljante doch specifieke segment. Het idee was simpel, maar oh zo briljant. De AC Ace was een fraaie, typisch Britse sportwagen: een laag gewicht, een relatief modale motor en briljante looks. Shelby voegde daar wat extra sjeu aan toe middels een 4.7 liter V8 van Ford en maakte de auto breder, zodat er bredere banden onder paste die het vermogen aankonden. Het resultaat was niet alleen een racewinnaar en commercieel succes, maar ook een absoluut icoon.
TVR Griffith 500
1994

In principe kunnen we dit lijstje vullen met alleen maar TVR’s. Dat zijn allemaal onbehouwen roadsters. Want eigenlijk heeft het Britse merk nooit andere auto’s gebouwd. Sterker nog, de eisen voor dit lijstje levert TVR-achtige auto’s op. Ze zien er geweldig uit, ze hebben zonder uitzondering een geweldige motor én de groei van borsthaar wordt versneld. Bij TVR was er de bonus dat ze heel erg betaalbaar waren. Voor 30.000 tot 40.000 pond had je zo’n Roadster met meer dan 300 pk op de oprit staan. De TVR Griffith 500 is de heilige graal. Qua looks (E-Type-esque), qua vermogen (345 pk) en qua gewicht (amper 1.100 kg).
Ac Ace 5.0 Supercharged
1997

Als je dan al ooit een iconische auto hebt gemaakt, waarom dan niet gewoon nog een keer proberen. Dat moeten ze gedacht hebben bij AC. In de jaren ’90 denkt AC daar ook zo over. Het resultaat is de AC Ace, precies, zoals de Cobra heette voordat het de Cobra werd. Er keuze uit diverse Ford motoren: een 4.6 Quadcam of een 5.0 Supercharged, beide goed voor zo’n 325 pk. Deze zijn eenvoudig te kietelen naar (veel) meer. Mocht je de koplampen herkennen, ze komen van de Mazda 323F (BA). Een groot succes werd het niet.
BMW M Roadster (E36/7)
1998

Er zit een verschil tussen wat een fabrikant van plan lijkt te zijn met een model en wat een fabrikant daadwerkelijk produceert. Dat was bij de M versie van de Z3 het geval. Om de eerste veelgemaakte fout uit de wereld te helpen: de naam is BMW M Roadster, niet Z3 M, Z3M of zoiets. Je zou kunnen verwachten dat het een vlijmscherpe rijdersauto was, gezien de reputatie van BMW M. Een symbiose tussen de wegligging van de E30 (onderstel van de Z3) en kracht van de E36. Maar nee, het was een ietwat onderontwikkeld chassis met véél te veel vermogen. BMW monteerde lachwekkend brede banden om het vermogen een beetje kwijt te kunnen. Op een circuit zul je een S2000 niet zo snel losrijden, terwijl je wel 100 pk méér hebt. Waar je in de Honda altijd zit te wachten op meer vermogen, ben je in de M Roadster het juist altijd aan het managen. Weliswaar niet efficiënt, maar wel heel heroïsch, zo'n onbehouwen roadster.
Marcos Mantis GT
1999

Er zijn inmiddels al zo veel gave merken verdwenen. Marcos is zo’n merk. Veel te klein om te overleven, maar voldoende identiek om een merk van te maken. Marcos lijkt wel iets op TVR, maar waar TVR eigenzinnig, buitenaards en knettergek is, zijn ze dat bij Marcos, eh, ook, zij het op een klassieke wijze. Bij Mantis bouwden ze roadster en coupé’s met viercilinder turbo’s, maar in de Mantis GT lag een V8 en niet zomaar eentje. Dankzij een supercharger steeg het vermogen naar 500 pk. Het was een van de eerste open auto’s die onder de 4 seconden naar de 60 mijl per uur kon sprinten. Een heel specifieke verwerving, maar wel een coole.
Mercedes-Benz SLK55 AMG (R171)
2005

De Mercedes-benz SLK32 AMG was een zeldzame mispeer. Een karakterloze motor met veel te veel vermogen en een ondermaats chassis. Het ding stuurde als een gekrompen en opgevoerde taxi. De SLK55 AMG was op alle fronten zoveel beter. Het chassis stond op een veel hoger niveau, de besturing was zowaar redelijk direct en was iets als carrosseriestijfheid. Desondanks was de motor de dominante factor tijdens elke rit, dus absoluut passend in de categorie onbehouwen roadster. Voor zo’n compacte auto is 5.4 liter aan atmosferische V8 enorme overkill. Maar juist dat maakte de auto zo leuk.
Wiesmann MF4 Roadster
2009

Bij Wiesmann kennen ze een paar periodes. De meest geslaagde was tussen 2000 en 2005. Daarvoor waren ze te langzaam en te weinig onderscheidend, daarna waren ze veel te duur. In 2003 werd de GT MF4 geïntroduceerd, met een 4.8 liter V8 van BMW met 367 pk. Tegenwoordig heeft zelfs een viercilinder Volvo hybride zoveel vermogen, maar in een relatief lichte auto met enkel achterwielaandrijving is het behoorlijk veel. De Wiesmanns staan erom bekend dat ze behoorlijk verfijnd zijn, maar dat is natuurlijk ook ‘binnen het genre’. Het zijn nog altijd spectaculaire auto’s. Verrassend waardevast bovendien.
Chevrolet Corvette 427 (C6)
2012

Men zegt dat je vaak de coupé moet hebben van een non-plus ultra versie van een sportwagen. Logisch, want je kan geen 911 GT3 Cabrio krijgen, of een M3 CSL Cabrio. En bij de Black Series van de Mercedes Roadsters (SLK55, SL65) lassen ze bij AMG het dak dicht. Chevrolet doet dat echter niet altijd. Het grote voorbeeld, de Corvette 427. Deze specifieke uitvoering is nooit in Nederland leverbaar geweest. Het is in principe een combinatie van een Chevrolet Corvette cabriolet met de aandrijflijn en techniek van een Corvette 427. De Corvette Z06 is al geen auto voor de sim-racer, maar de 427 doet er een schepje bovenop, want alle sensaties komen nog beter binnen. Je bent constant die LS7-motor aan het temmen: een 7 liter V8. 7 liter is 427 cubic inches, weet je meteen waar de naam vandaan komt.
Panoz Esperante Spyder GT
2014

Voor wie Panoz niet kent, dit is een Amerikaanse familie van Petrolheads die bij Brasselton Georgia bijzondere sportwagens bouwen. Dat niet alleen, ze maken ook succesvolle raceauto’s. Daarbij is de fabriek gelegen bij Road Atlanta, een van de gaafste circuits in de VS. De Esperante GT Spyder is een doorontwikkeling van de Esperante. Die auto kreeg nog weleens de kritiek dat ‘ie te verfijnd en comfortabel was. Bij de Spyder GT is de Esperante een stuk serieuzer met een veel strakker onderstel en veel meel vermogen. Misschien dat 475 niet klinkt als waanzinnig veel, maar vergeet niet dat ‘ie minder dan 1.200 kilogram weegt.
Jaguar F-Type Convertible R-Dynamic P450 RWD (X152)
2020

In principe is deze categorie vrij eenvoudig te bepalen: klassieke roadster-looks, iets te veel vermogen en iets te weinig finesse in het onderstel. Hoe mooier, sterker en hopelozer: hoe beter. Het is een van de weinige moderne auto’s die in dit lijstje van onbehouwen roadsters past. Op papier is het in elk geval helemaal goed. De motor is een V8 met 450 pk, wat in principe al meer dan voldoende is. Het mooie is dat je met deze combinatie níet vast zit aan het AWD-systeem, dat de auto veiliger en zwaarder maakt.




