Audi RS6 rijtest en video
Audi RS6 C8 rijtest

Al vier generaties een icoon. De hoogste tijd voor een rijtest met de laatste generatie Audi RS6 dus.
Het testexemplaar is lekker zwart en sinister. Alleen de velgen hadden nog wat zwarter gekund, voor de rest heeft Audi Sport de "zwarte verfkwast" uitbundig gehanteerd. En ja tegenwoordig kunnen ook de Audi ringen en de type-aanduiding af fabriek in het zwart worden uitgevoerd.
Een V8 met 600 pk
De Audi RS6 begon in de eerste generatie ooit met een V8, maar kreeg voor de tweede generatie een V10. Een heerlijke V10 zelfs, een zeldzaam lekker, uniek blok, Dat was er één generatie, maar komt nooit meer. Ook de vorige generatie Audi RS6 (de C7) had een V8 en deze vierde generatie ook.

Het is echt een monster. In standaardtrim al en bij de Audi RS6 kan je er de klok op gelijk zetten dat tuners mee aan de gang gaan. De vier liter grote V8 heeft een hot V lay-out, daarbij zitten de turbo’s tussen de twee cilinderbanken. Aangezien de uitlaatgassen die de turbo’s aandrijven bijna 1000 graden kunnen worden, snap je waarom dat een hot V is. Het wordt er nogal warm. Voordeel van deze constructie is dat de afstand die de uitlaatgassen moeten afleggen korter is Dat is beter voor de efficiëntie en zorgt er voor dat er een snellere gasrespons is.
Er valt dan ook weinig te klagen als je het op gas hengst in de Audi RS6. De V8 en achttraps automaat zijn lekker bij de les, dus de acceleratie is er meteen. In theorie kan je zelf schakelen met de flippers achter het stuur, maar echt veel aanleiding om dat te doen is er niet. Het koppel is namelijk aarde verschroeiend en alom aanwezig. Beide turbo’s zijn 3 mm groter geworden en de turbodruk is met 0,2 bar tot 1,4 opgevoerd. Het resultaat: een koppel van 800 Nm wat tussen 2.200 en 4.500 toeren per minuut permanent beschikbaar is.

Waar de eerste generatie Audi RS6 uit een 4.2 liter grote V8 450 pk haalde, is voor deze generatie het vermogen al gestegen naar 600 pk. Het maakt de RS6 een supercar in station-verpakking en je mag nog uitkijken naar een snellere RS6 Performance die nog wel eens gaat komen.
RS=retesnel
De rijtest van de Audi RS6 is er één waar we altijd naar uitkijken. Je hebt namelijk snelle auto’s en dan heb je Audi RS snel. De 4.0 TFSI is zo’n ontzettend powerhouse dat korte metten maakt met de natuurwetten. Een grote, en zeker niet echt lichte station hoort niet zo ontstellend snel te kunnen sprinten.
De launch control lijkt in eerste instantie niet zo spectaculair. Er is geen onderbroken ontsteking met klappen uit de uitlaat en dus eerst de twijfel of er wel iets komt. Nou, daar had ik niet over hoeven twijfelen. Op een mooi droog, warm genoeg en geheel vlak stuk asfalt klapt de tiptronic automaat er zo hard in dat er wielspin achter is. Ondanks quattro vierwielaandrijving weet de V8 de lappen rubber in de maat van 285/30 toch nog te verrassen.

De sprint naar de 100 duurt slechts 3,6 seconden, van 0 naar 200 kost exact 12 seconden. Zo’n tien tellen later zou de begrenzer bij 250 km/u een eind aan het feest maken. Liever kies je dus voor een opgerekt begrenzer naar 280 of 305 km/u. De begrenzer naar 280 km/u is onderdeel van het RS dynamic pakket, waar ook vierwielbesturing en het quattro sport differentieel in zitten. In het RS dynamic plus pakket gaat de begrenzer naar 305 km/u en “krijg” je ook keramische remmen.
Audi RS6 in de rijtest = geen driftkoning
En dat is niet erg. Je zou misschien denken van wel, want de twee grote concurrenten van de Audi RS6 hebben een driftmodus. Bij zowel de Mercedes-AMG E63 en de BMW M5 kan de aandrijving naar de voorwielen worden uitgezet en je achterbanden worden opgerookt. Hartstikke leuk, maar ook hartstikke irrelevant, vooral omdat het ESP dan ook helemaal uit moet.

Terug naar de Audi RS6 nu, voor de rijtest hoefde ik dus niet op zoek naar een grote lege parkeerplaats om een paar strepen te trekken. Daarentegen excelleert de RS6 als transportmiddel om jezelf (en vier van je naasten) zo snel en zo veilig mogelijk op plaats van bestemming te brengen. Dat betekent niet dat het weggedrag saai is. En het betekent ook niet dat de Audi RS6 C8 je alleen maar op onderstuur kan trakteren.
Sterker nog: als je echt tempo probeert te maken, helpt de RS6 je. De quattro vierwielaandrijving stuurt standaard 40% van de kracht naar voren en 60% naar achteren. Dat helpt bij insturen, de achterkant wordt heel duidelijk de bocht ingeduwd. Wordt het allemaal te gek, dan kan de elektronica de verdeling tussen voor en achter variëren tussen 70:30 of 15:85. Omdat jullie wegens de opgerekte begrenzer sowieso één van de RS dynamic pakketten gingen kiezen, heeft jullie RS6 ook het quattro sport-differentieel standaard. Die helpt hier ook weer aan mee.

Kers op de appelmoes is de vierwielbesturing. Die zorgt voor meer wendbaarheid, op lage snelheid stuurt de achteras 5 graden tegengesteld. Dat helpt echt bij parkeren en straatje keren. Op hoge snelheid sturen de achterwielen tot 1,5 graad mee voor meer stabiliteit. Het zijn kleine verschillen, maar ze complementeren het mooie onderstel van de Audi RS6.
Het hoge gewicht en snelheidspotentieel worden beteugeld door forse remmen. Standaard zit er op de vooras 420mm grote composiet remschijven. De keramische remmen zijn nog een maatje groter en meten 440mm. Het scheelt ook nog 34 kilogram aan onafgeveerd gewicht. Bij de keramische remmen mag je overigens kiezen tussen grijs, rood of blauw voor de remklauwen.

Dikkie Dik
Het lijkt op een Audi A6, maar zo heel veel heeft de RS6 er ook weer niet mee gemeen. Alleen dak, kofferklep en voordeuren van de Audi RS6 zijn hetzelfde als bij een reguliere A6. Totaal is de RS6 80mm breder dan zijn normale broers, bij het front is dat ook duidelijk te zien. De koplampen zijn hetzelfde als die van de Audi RS7 en krijgen optioneel grootlicht met lasers.
De single frame grille verloor zijn rand en zit lager, daarboven zitten nu de (functionele) luchtinlaten die geïnspireerd zijn op de sportquattro. Om wat lucht en ruimte te creëren heeft de motorkap een powerdome. Aan de zijkant vallen de uitgeklopte wielkasten op die ruimte moeten bieden aan de gigantische velgen. Standaard rolt de Audi RS6 al op 21”, de auto van de rijtest stond op de optionele 22” jetsers.

Het interieur
Dat kunnen ze wel bij Audi. De lay-out mag inmiddels bekend heten met de drie mooie, grote schermen. De meeste zaken worden bedient door middel van touchscreens (met haptische feedback) en gelukkig is Audi er in geslaagd dat lekker te laten werken. Heel fijn is de nieuwe RS knop, waaronder RS 1 en RS 2 zijn op te roepen. Dat zijn volledig vrij in te stellen rijmodi, zodat je op je favoriete weg de Audi RS6 met één druk op de knop in full-attack-modus te zetten.

Ook nieuw zijn de sportkuipen die nu ook met ventilatie en massagefunctie kunnen worden uitgerust. Op veler verzoek is er nu ook een cognac leer leverbaar en standaard krijgt de RS6 donker aluminium sierstrips.

Niet altijd nodig, maar wel heel leuk zijn de details op de schermen. Zo is er een op de urquattro geïnspireerde hockeystick toerenteller inclusief shiftlights. In alle animaties is nu een echte Audi RS6 te zijn. Bijvoorbeeld ook in het scherm waarin alle temperaturen van aandrijflijn en remmen zijn op te roepen. Je gebruikt waarschijnlijk bijna nooit, maar fraai is het wel.

Prijs en conclusie
De Nederlandse basisprijs van € 184.600 hakt er al lekker in. De Audi RS6 uit de rijtest kost inclusief een hele zwik aan opties zelfs € 231.458. Dat is veel geld, maar bij de concurrentie ben je niet goedkoper uit. Dit is simpelweg wat een 600 pk sterke vierpersoons auto met een V8 zo ongeveer kost.
Maar wat een waanzinnig pakket. Enorm competent om snelheid te maken in de echte wereld. Er zijn elektrische auto's die sneller naar de 100 kunnen sprinten, maar een Audi RS6 kan zo veel meer. Een RS6 is de auto die je even pakt als je een weekendje wilt wintersporten en er echt snel wel zijn. Alle bagage voor vier man kan mee, een kruissnelheid beginnend met een twee is geen enkel probleem. Wat een apparaat.




