Dino 246 GT: Autoblog classic rijtest en video
Dino 246 GT rijtest en video


De Ferrari die geen Ferrari-badge waardig was. We reden met deze fraaie machine en maakten er een video van!
Heel even dacht ik "Ferrari" maar toen kwam het besef: dit wordt nog altijd geen Ferrari rijden voor mij. Niet officieel althans, al noemen veel mensen deze auto wel gewoon een Ferrari. De Dino badge was namelijk van het merk dat Enzo Ferrari bedacht om met goedkopere sportwagens als de Porsche 911 te concurreren. Ferrari wilde niet dat het exclusieve Ferrari met haar 12-cilinder motoren over één kam werd geschoren met “bereikbare” sportwagens als de Porsche 911. Officieel is een Dino dus geen Ferrari, maar het DNA van Ferrari zit -ondanks de samenwerking met Fiat voor de productie- diep in de auto. Zo diep zelfs, dat Enzo het merk vernoemde naar zijn op 24-jarige leeftijd aan een spierziekte overleden zoon Alfredo “Dino” Ferrari.

De typeaanduidingen waren ook typisch Ferrari: net als bij de racers werd het aantal cilinders voorafgegaan door de cillinderinhoud. De 206 was uitgerust met een 2.0 zescilinder, de 308 was dus een 3.0 liter achtcilinder, terwijl de 246 waar wij mee rijden een 2.4 liter zescilinder achter de voorstoelen heeft liggen.

De Dino 206 GT werd in een kleine oplage gebouwd, er zijn er slechts 152 van geproduceerd. De Dino 246 was de eerste “Ferrari” die in grote aantallen gebouwd werd en de pers was destijds laaiend enthousiast over het vernieuwende design en de pure (maar minder makkelijke) rij-eigenschappen. Ferrari claimde 180 pk voor de 206 GT maar aangezien de blokken van exact dezelfde productielijn kwamen als de vergelijkbare motoren van Fiat -en dat merk 160 pk claimde voor het blok- lijkt dat marketingpraat.

De klanten voor de Dino wilden meer power en dus volgde de 246 met een 2.4 liter V6 met drie Weber carburateurs. Het blok was echter van gietijzer, de wielbasis groeide iets en ook de body werd van staal gemaakt waardoor de pk-winst (195 stuks) bijna teniet werd gedaan. De 246 kwam er als GT (coupe) en GTS, een spyder met uitneembaar dak. Er zijn 2295 GT's gebouwd en 1274 Spyders. Totaal werden er dus 3569 gebouwd

Uiteindelijk werd in 1973 de Dino 308 GT4 voorgesteld als vervanger van de 246. Deze had een stuk strakker design van Bertone (de eerste Dino's werden door Pininfarina getekend) en kreeg een 3.0 V8 met 250 pk. Het chassis was wel op de 246 gebaseerd. De 308 bleef in productie tot 1980, er kwam tussendoor ook nog een mildere versie met 170 pk op de markt.

Er waren wat kleine verschillen per markt, de Dino die wij reden is origineel in de Verenigde Staten geleverd en heeft andere knipperlichten dan de Europese Dino 246 GT. Opties waren aangepaste Group 4 wielkasten en de stoelen uit de 365 GTB/4 Daytona, die vaak in combinatie met Campagnolo wielen werden besteld (die ook onder "ons" exemplaar te vinden zijn).

Rijden in de Dino 246 GT is leuk, ik kan er niks anders van maken. Los van het feit dat ik dit een fantastisch mooi getekende auto vindt (alleen daarom zou ik hem al willen hebben) is het geluid van een gietijzeren zescilinder uit de vroege jaren '70 een geluid wat voor mij bijna niet te overtreffen valt. Het is niet heel moeilijk om hard te gaan met deze Dino, al schijnt het op de limiet (waar ik uit de buurt ben gebleven) een listige auto te zijn als we de journalisten van die tijd mogen geloven. Sturen op lage snelheden is een prima manier om extra biceps te kweken maar eenmaal op gang voelt alles precies en direct aan. De versnellingsbak schakelt strak en precies en de motor laat zich lekker door z'n toeren jagen.

Dit is een auto waarmee ik graag een paar Alpenpassen over zou jagen. Raampje open, radio uit, de snerpende zescilinder die weerkaatst tegen de bergwanden. Heerlijk lijkt me dat, wat een lekker fel en venijnig wagentje is dit zeg. Het is niet zo verfijnd als een Porsche 911 S uit deze tijd maar juist dat rauwe spreekt me aan in deze auto. Het gebeurt me niet vaak dat ik hebberig wordt van Italianen maar een Dino 246 GT krijgt nu toch wel definitief een plekje in mijn droomgarage.

Helaas blijft het voor mij voorlopig bij dat woordje "droom" want deze auto heeft een vraagprijs van €325.000 euro. De liefhebbers van de zeldzame centerlock wielen kunnen óók bij Gina Classics terecht op dit moment, want er staat ook een exemplaar van 1970 (de zogenaamde L-serie) met die wielen erop te koop voor €359.000 euro. Rijkdom, ik zou er wel raad mee weten.
[lg_folder folder="0_Reviews/Dino/246_GT/" count="8" cols="4" paging="true"]




