Dit valt op aan de prijzen van de Porsche 911 GT3

Praat mee!
Redacteur Autoblog
Houdt vooral van alledaags en obscuur. Kan daar alle vragen over beantwoorden: vooral vragen die je niet stelde.

In de markt voor een Porsche 911 GT3? Wat koop je dan zoal en belangrijker: welke versies moet je nu hebben voordat het te laat is?

De naam 'GT' in de autowereld kan verschillende dingen betekenen. Tegenwoordig noem je een auto GT voor Gran Turismo of Grand Tourer en dan bedoel je dat een auto een goede mix is tussen sportauto en comfortabele cruiser, uitermate geschikt voor een roadtrip. Bij Porsche vindt de GT-naam zijn oorsprong nog steeds in de racerij. Immers kan je GT ook associëren met de naam van de raceklasses die GT heten, waaronder die nu nog bestaan (GT3, GTLM, et cetera). Een Porsche GT is dus een heftige sportauto.

GT3

De oorsprong van de Porsche GT hebben we relatief recent al eens doorgenomen toen er een smakelijke 911 (997) GT2 te koop stond. Toen richtten we ons op de drie generaties 911 GT2 (non-RS) die hebben bestaan. Nu moeten we het even hebben over de broer van de GT2, de GT3. Er bestaan inmiddels vijf generaties van de Porsche 911 GT3 en er wordt duidelijk dat liefhebbers de goede versies weten te vinden. Dankzij cijfers van ClassicCarRatings hebben we wat ins en outs en deze zaken vallen op.

993: te ver heen

De 993 is een beetje de outsider van de GT3-reeks. Om mee te beginnen, hij heette eigenlijk geen GT3 en was gehomologeerd voor de GT2-klasse. Officieel heette hij zelfs '911 GT' als je de badge mocht geloven. Porsche bouwde deze versie eigenlijk om te racen, maar de homologatieregels verplichtten het merk om een straatversie te verkopen. Dat werd gedaan in oplage van 57 stuks.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Een auto uit de 90's met 430 pk, race-genen en zo zeldzaam: de Porsche 911 993 GT is (te) duur. In december verkocht er nog één voor 2,2 miljoen(!) euro. Sinds 2012 zijn er al zes exemplaren verkocht voor meer dan een miljoen en drie van de andere tikten de miljoen net niet aan. Een contrast met 2012, toen er nog eentje verkocht voor 250.000 euro. 993 GT-prijzen zijn geëxplodeerd en de kans dat ze ooit nog terugkomen is nihil.

996: de goedkoopste, maar...

We gaan niet weer de Porsche 911 (996) gebruiken als pispaaltje, want opgroeien is realiseren dat het eigenlijk nergens op slaat om dit als de slechtste 911 te bestempelen. Toch heeft de 911 GT3 van die generatie nog steeds de laagste waardes op zijn naam staan. Een originele 996 GT3 van voor de facelift verkoopt voor gemiddeld 75.000 euro. Heb je één met het Clubsport-pakket, dan zit je op 95.000 euro gemiddeld. Een 996.2 doet al gelijk meer dan een ton (114.000 euro). Koop dus een 996 als je nu de dip in de markt wil meemaken. Ook al kon je ze ooit ietsje goedkoper krijgen.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Bovendien zijn er al 996-modellen waar de waardes al redelijk explosief zijn gestegen. Een GT2 gaat je nét geen twee ton kosten (191.000 euro) terwijl je met het Clubsport-pakket al dik boven dat bedrag zit met 212.000 euro. De allerduurste is de allereerste Porsche 911 GT3 RS die debuteerde met de 996-generatie. Daar wordt gemiddeld 241.000 euro voor gevangen.

997: facelift heilig

Voor wie het niet wist: bij Porsche wordt veelal de generatie gevolgd door .1 of .2, wat de 'fase' aanduidt (.1 is pre-facelift, .2 is post-facelift). Zo heten de auto's niet officieel, maar elke auto- dan wel Porsche-fanaat weet wat je ermee bedoelt. Over facelifts gesproken: qua waardes zit daar een vrij groot verschil in bij de 911 GT3 (997). Een 997.1 vangt namelijk zo'n 125.000 euro gemiddeld, met uitschieters daar ver onder. Dat was de versie met het 3.6 liter grote blok.

Ondersteunend beeld bij het artikel

De mediaan voor de 997.2 met de 3.8 ligt veel hoger. Die vangen gemiddeld nog 187.000 euro. En die lijn is aan het stijgen, dus het heeft ook niks te maken met het feit dat de .2 recenter is. Prijspakken doe je dus met een .1 die niet echt in de lift zit.

991: binnenkort de goedkoopste?

De Porsche 911 GT3 is eigenlijk iets te 'mainstream' om altijd zijn waarde te blijven behouden. De 996 en 997 zitten nu ook in de lift terwijl deze jarenlang lekker aan het dalen waren. Dat proces zit de 991 nu in. De pre-facelift 991.1 daalt nog van rond de 125.000 naar richting de 100.000 waarmee hij al bijna op het niveau zit van een 996.1 Clubsport. De lijn van de 991.2, ook al is deze wat recenter, daalt lang niet zo hard en zit nog rond de twee ton. Bij deze auto's maakt het aantal gereden kilometers ook nog eens uit. Een goed ingereden 991.1 kan dus wel eens veel waar voor je geld bieden, maar er niet mee rijden houdt de waarde wat vaster. Al hebben we het idee dat dit type auto sowieso binnenkort wel in de lift komt te zitten.

Porsche compenseert eigenaren voor te hoog verbruik

992: handbak en Touring

De Porsche 911 is ook waar de 911 R-saga zich afspeelde. Waar deze mix tussen puristische Carrera-body en hardcore GT3-aandrijflijn ervoor zorgde dat de ultieme rijders-Porsche vooral niet gereden werd om de waardes te behouden. Porsche introduceerde een 911 R-esque variant van de 991.2 GT3 om de waardes te laten zakken en dat werd de 911 GT3 Touring Package. Dat recept werd één op één overgenomen voor de 992. De belangrijkste verschillen zijn het ontbreken van de vaste achtervleugel, het enkel leveren met handbak (al kun je voor de 992 nu ook een PDK bestellen) en een iets meer op comfort gericht interieur.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Het resultaat is vrij simpel: de Touring Package is de veel begeerlijkere versie. Een GT3 PDK doet gemiddeld zo'n 231.000 euro met 236.000 euro voor de handbak. Een GT3 Touring PDK vangt nog 267.000 euro met zelfs 270.000 euro voor de handbak. Uiteraard is dit model nog zo nieuw (zelfs nog nieuw te leveren) dat het nog niet heel veel zegt, maar het zegt wel wat over hoe zo'n slimme zet de Touring Package was.

Met dank aan ClassicCarRatings voor de cijfers.

Headerfoto: een smakelijk samengestelde 911 GT3 Touring Package, door @ecnerualcars op Autoblog Spots.