
Dit is wat je banden vertellen over je auto en de manier waarop hij hem bestuurt.
Of je nu in een instap-Polo rijdt of in iets met 500 pk: de auto prestaties van de auto worden altijd beperkt door wat de banden aankunnen. Precies daarom zeggen banden ook veel meer dan alleen “het profiel is nog goed” of “het is tijd voor nieuw rubber”. Het slijtagepatroon kan namelijk wijzen op problemen met bandenspanning, uitlijning, ophanging, stuurinrichting en soms zelfs remmen. Hieronder sommen we de meest voorkomende slijtagepatronen op en vertellen we je wat ze betekenen.
Inhoudsopgave
Slijtage in het midden van de band
Is het loopvlak in het midden kaler dan aan de zijkanten? Dan is te hoge bandenspanning de meest waarschijnlijke boosdoener. Door overdruk ‘bolt’ de band licht op, waardoor vooral het midden de weg raakt. Het contactvlak wordt kleiner en dat middendeel slijt sneller.
Te hard oppompen heeft nog een nadeel: minder comfort, minder stabiliteit en in sommige situaties zelfs minder grip. Belangrijk: ga niet blind uit van het aantal bar dat op de band zelf staat. Dat is meestal een maximale waarde en geen advies voor jouw auto. Het juiste advies is de fabriekswaarde. Die vind je op de sticker in de deurstijl, in het instructieboekje of aan de binnenkant van de tankklep.

Slijtage aan de buitenranden (schouders)
Zijn juist de buitenranden meer versleten dan het midden? Dan kan de bandenspanning, je raadt het al, juist te laag zijn. Bij onderspanning drukt de band platter op de weg, waardoor de schouders harder werken dan de rest. Dit zorgt niet alleen voor beschadigde schouders, maar ook voor meer rolweerstand en dus een hoger verbruik.
Zijn je banden wel altijd op de juiste spanning geweest? Dan kan slijtage aan de buitenranden liggen aan driftwerk of ander agressief bochtenwerk. Hierbij leunt veel gewicht op de buitenkant van de banden. Ook uitlijningsproblemen en versleten ophangingsdelen (denk aan rubbers of koppelingen) kunnen de oorzaak zijn.
Cuppen: kuiltjes in het profiel
Soms zie je geen mooie, geleidelijke slijtage, maar juist een soort hapjes- of kuiltjespatroon rondom de band. Het lijkt alsof er om de paar centimeter stukjes uit het profiel zijn “geschept”. Dit verschijnsel noemen we ‘cupping’. Het fenomeen komt voor wanneer de band niet overal evenveel druk krijgt. Er is meestal dan iets mis is met de balans, uitlijning of demping van de auto. De wielen gaan dan eerder stuiteren over oneffenheden, en dat vertaalt zich direct naar onregelmatige slijtage.

Feathering: zaagtanden in profiel
Voel je met je hand over het profiel en merk je dat het profiel aan één kant glad aanvoelt en aan de andere kant juist ruw? Dan heb je waarschijnlijk te maken met zaagtandslijtage (feathering). De oorzaak ligt in de meeste gevallen bij de afstelling van de wielen. De banden staan dan net niet recht, waardoor ze als het ware over het asfalt schuren. Speling in wiellagers of fuseekogels kan feathering verergeren. Laat een expert kijken naar de uitlijning om verder zaagtanden te vermijden.
Slijtage aan één kant van de band
Is alleen de binnen- of buitenkant van een band beschadigd of kaal? Dan heb je een probleem met de camber. Het wiel staat dan niet loodrecht op de weg, maar onder een hoek. Een van de zijdes van de band moet daardoor vrijwel al het werk doen. Bij auto’s met onafhankelijke achterwielophanging zie je relatief vaak slijtage aan de binnenkant achter, zeker bij negatieve camber. Ook wat te lomp tegen een stoeprandje oprijden kan dit veroorzaken. Wederom: laat de auto opnieuw uitlijnen om dit euvel te voorkomen.
Bron: Jalopnik, Lubricants, NHTSA, Bridgestone,





Kleine toevoeging : een teveel aan slijtage aan binnen- of juist buitenkant van een band kan ook veroorzaakt worden door teveel uit- danwel toespoor. Komt nogal eens voor op de vooras. Op te lossen door de boel opnieuw uit te (laten) lijnen.