Dit zijn exotisch ogende coupés met een saaie motor

Praat mee!
Redacteur Autoblog

Eruit zien als een echte sportwagen, maar onderhuids redelijk normaal of zelfs ietwat traag: dit zijn exotische coupés met een vrij saaie motor onder de kap.

Het is zover: Honda komt terug met de Prelude. In de stroom van merken die al hun 'nichemodellen' wegbezuinigen geeft Honda je een dikke vinger en komen ze gewoon met een tweedeurs coupé. En dat soort lef kunnen we waarderen. Alleen nu er steeds meer bekend wordt over de auto, ook dankzij rijtesten, wordt wel iets heel duidelijk. Het is niet direct een sportauto. De looks definiëren niet wat er onder de kap schuilgaat: een Honda Civic-hybrideaandrijving waar de benzinemotor dient als generator en niet voor aandrijving aan de wielen, met een CVT als versnellingsbak. Nou heeft Honda wel geëxperimenteerd met een 'DCT-achtig gevoel' als sportmodus voor de CVT, maar dan nog. Verwacht geen keiharde Type R in een coupékoets.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Is dat erg? Nee, eigenlijk niet. Een Honda Prelude is er altijd geweest met redelijk basale motoren geleend uit een Civic, maar dan verpakt als coupé (alleen wel met een topversie als de SiR om toch wat sportiviteit erbij te gooien). Coupés waren natuurlijk altijd 'gewoon' tweedeurs varianten van een anders vierdeurs auto, of andersom. Mettertijd werd duidelijk dat een coupé toch vaak beter verkoopt als je het sportieve uiterlijk bijstaat door een sportieve aandrijflijn.

Exotisch uitziende trage coupés

Maar dat betekent niet dat een auto die er exotisch uitziet ook altijd een exotische motor heeft. Sterker nog: al jaren zijn er auto's die eruit zien alsof er een blubberdikke motor voorin ligt, maar door een beetje normale auto eruit gereden worden. We pakken wat voorbeelden erbij van exotisch uitziende coupés met een saaie motor en vergeet niet: alles is relatief. We hebben het grotendeels gehouden op alles onder de 200 pk, maar ook gekeken naar 'waar komt de motor vandaan' en een paar keuzes zijn dus vooral omdat de coupé niet bijster veel sportiever is dan de praktische broer of zus. Suggesties mogen zoals altijd in de reacties achtergelaten worden.

Audi TT TDI (Typ. 8J)

2.0 liter viercilinder diesel
170 pk

De Audi TT is er zo'n eentje waar het wellicht gemeen is om je te richten op één motorvariant. Gepeperde 2.0 TSI's, 3.2 VR6, 2.5 liter vijfcilinder: ze zijn er geweest en dat zijn serieus dikke motoren om bij het exotische coupé-uiterlijk van de TT te passen. Maar goed, de TT was onderhuids gewoon een Audi A3 op het PQ34-platform van Volkswagen, waar je ook de Golf V op vond. Dus ook een breed scala motoren uit de A3/Golf was beschikbaar, neem de 1.8 TSI, vele variaties van de 2.0 TSI in allerlei vermogens. De grootste verrassing en de auto die we wilden behandelen voor deze lijst? Een diesel. De TT TDI had de 2.0 liter grote diesel met 170 pk, bekend van andere Audi's en bijvoorbeeld de Golf GTD. Het was geen strepentrekker maar vooruit, ook geen supertraag ding. Vooral gewoon niet de motor die je verwacht in een auto als de TT en belangrijker: van buiten had hier net zo goed een 3.2 VR6 in kunnen liggen.

Ondersteunend beeld bij het artikel

DeLorean DMC-12

2.8 liter V6
132 pk

Een wat klassieker voorbeeld van wat we met exotische coupés met een saaie motor bedoelen: de DeLorean. Een bijzondere en vrijwel onvergetelijke koets, vervaardigd uit rvs. Vleugeldeuren. Motor en aandrijving achterin. Top! Alleen de motor in kwestie was de 'PRV' V6, waar PRV staat voor Peugeot, Renault, Volvo en het de middenklasse motor is die je vond in modellen van die drie fabrikanten. Goed voor wel 132 pk achterin de DeLorean, die voor een 'sportauto' ook nog eens verrassend zwaar was. Zelfs voor een Amerikaan, waar het bekend was dat grote motoren vaak voor kleine vermogens zorgden, klonk dit alsof het zo traag is als dikke stront door een trechter. Omdat het zo was.

tijdmachine

Honda CR-Z GT

1.5 liter viercilinder hybride
137 pk

Het aanwijzen van de Honda Prelude als één van de aanstichters voor deze lijst zorgt dat we ook even de 'voorganger' moeten bespreken. Het is namelijk niet voor het eerst dat Honda een semi-sportief model herintroduceert als een milieuvriendelijke auto. Dat gebeurde namelijk ook met de Honda CR-Z. Hij ziet eruit als een moderne interpretatie van de bekende middenklasse coupé van Honda, de CR-X. Nou was dat ook niet in al zijn versies de sportiefste, maar bij de CR-Z had totaal geen sportieve versies. Het was gewoon de 1.5 liter viercilinder 'IMA'-hybride zoals in de Honda Jazz, goed voor 137 pk. En dat was de Sport of de GT, de basisversie had 124 pk. Hoe het rijdt? Zoals een Jazz. Ja, echt.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Hyundai Veloster 1.6 GDI

1.6 liter viercilinder
140 pk

Definieer de Hyundai Veloster. Is het een coupé? Is het een hatchback? Is het een gek mengelmoesje? Dat laatste sowieso. Het oogde in ieder geval vrij exotisch, helemaal dankzij die asymmetrische deuren. Maar qua aandrijflijn begon het met een doorsnee Hyundai-blok, de welbekende 1.6 GDi zonder turbo. Goed voor een heuse 140 pk, met dezelfde beleving als de i30 of Tucson waar het blok vandaan kwam. Toegegeven, er was een turbo, maar die was met 184 pk ook niet bizar sportief. Pas bij de ons bespaard gebleven tweede generatie ging Hyundai leuk doen met een N-versie die technisch identiek is aan onze i30 N.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Lamborghini Urraco P200

2.0 liter V8
182 pk

Een Lamborghini met V8 benoemen als een exotische coupé met saaie motor: da's gedurfd. Het gaat wel om een V8, dus hier is saai echt betrekkelijk. Qua cijfers wordt het echter niet spannend. De Lamborghini Urraco was gewoon de instapper, zo simpel is het. In de tijd dat de Italianen toch ietsje meer op de massa moesten richten, kwam Lamborghini met deze 2+2 waar Ferrari bijvoorbeeld met de Dino GT4 kwam. De drieliter V8 Urraco was goed voor een prima 250 pk, maar als je de 2.0 liter grote V8 pakte kwam je slechts op 182 pk uit. Het waren andere tijden, want de Urraco was niet de zwaarste. Maar een beetje sportieve moderne hatchback rijdt een basis-Urraco overal zoek.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Peugeot RCZ THP 155

1.6 liter viercilinder
155 pk

Bij de Peugeot RCZ wilden we eigenlijk ook de diesel benoemen, want ook die was er als HDI met 160 pk. Maar dat is niet de instapmotor. Je kon de exotisch uitziende Peugeot RCZ namelijk ook krijgen met de saaie motor uit vele andere Peugeots. De 1.6 viercilinder THP 155, die net als de hele voorkant gewoon uit de 308 en 508 kwam. Daarmee is het qua algehele beleving niet veel anders dan één van die twee, wat de RCZ vooral qua uitstraling bijzonder maakt. Optisch hadden de dikkere motoren namelijk niet veel meer te bieden voor de bijzondere 308 Coupé, waardoor het double bubble-dak en de coupélijn identiek waren voor alle versies. Daarover gesproken: ook hier moeten we vermelden dat Peugeot wel andere vermogens uitbracht, waaronder in de laatste jaren nog de hele dikke THP als RCZ R met 270 pk.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Saab Sonett III

1.7 liter V4
65 pk

Een wat klassieker voorbeeld, letterlijk. De Saab Sonett was een bijzondere 'sportauto' van Saab. Maar dat sportieve, dat beperkte zich letterlijk tot de koets. Want onder die puike koets had je gewoon te maken met een Saab 95 of 96, afhankelijk van de evolutie die je kiest. Dat zie je overigens ook wel aan de proporties, eigenlijk staan de wielen nét te ver naar binnen en is de front- en achteroverhang ook net niet perfect. De motoren bevestigen dit beeld. Pak je de allerlaatste Sonett III, dan is het een 96 V4 met wel 65 pk uit de 1.7 liter Ford Taunus-motor. Je zou bijna zeggen: maar het oog wil ook wat. Al was een sportieve motor wel een mooie bijval geweest voor de sportieve looks. Hij oogt perfect door zijn imperfecties, wat het een uitstekende Saab maakt.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Toyota 86

2.0 liter viercilinder
200 pk

De spirit van de Sonett komen we zo even op terug, want qua exotisch ogende coupés met een saaie motor is de Toyota 86 wellicht ietwat op het randje. Qua concept klopt het namelijk wel: klein, licht, aandrijving op de juist wielen en alsnog 200 pk: het meeste in deze lijst. Bovendien was juist het idee van de 86 dat je hem dwars kon krijgen zonder de snelheidslimiet te breken. Maar het verwijt wat de standaard 86 (en zusje BRZ) al vrij snel kregen: hij is echt niet snel. In ieder geval niet zo snel als wat je verwacht van een achterwielaangedreven coupé. Nou was het een perfecte basis om aan te sleutelen, dus er was makkelijk meer van te maken. Maar een standaard 86 zouden wij niet aanraden voor stoplichtsprintjes. Dat is het doel ook niet, maar een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Toyota Celica 1.6 STi

1.6 viercilinder
105 pk

Er is nog een voorbeeld bij Toyota. Met de aankomende Celica is het merk van plan om weer een racemonster met die naam neer te zetten, zoals je kent van bijvoorbeeld de ST185 of ST205-rallyversies of de latere T-Sport. Maar dat is niet de basis-Celica. Je had daarom hier ook vrijwel elke generatie Celica kunnen neerzetten, maar wij kiezen dan voor de versie uit de vroege jaren '90. Die ken je wellicht met allerlei rally-mods en een Castrol-kleurstelling, maar dat was de voor de rally voorbereide Celica GT-Four RC ST185. En als je de basisversie nam, bleef de bijzondere ronde coupé-koets met lange motorkap en klapkoplampen. Maar de krachtbron als je de basisversie nam? Een turboloze 1.6 met een heuse 105 pk. Met de aandrijving op de voorwielen. Het gebrek aan sportiviteit op de Celica 1.6 werd nog wel bewezen door wieldoppen in plaats van lichtmetalen velgen, maar goed. Het is het bewijs dat je soms bepaalde sportauto's iets te exotisch herinnert dankzij hun sportversie.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Volkswagen SP2

1.7 liter viercilinder
65 pk

Dan de andere auto die deze lijst van exotische coupés met een saaie motor aanstichtte, de recent nog benoemde Volkswagen SP2. Dat was de Braziliaanse opvolger van de Karmann-Ghia, een auto die een doodnormale basis pakt en er een coupétwist aan geeft. Voor de SP2 werd de basis van een Braziliaanse Type 3 gepakt en in theorie heb je veel zaken die een auto sportief maken: boxermotor achterin, aandrijving achter en een aerodynamische koets. De motor zelf? Dat was gewoon de 65 pk sterke 1.7 boxer uit een Type 3. Waarmee de SP2 niet de budget-Porsche werd die je wellicht verwacht, al is het wel qua vormgeving een erg fraaie en welhaast supercar-achtige auto. Wat enigszins bijzonder is: de proporties lijken aan te duiden dat de (grote) motor voorin zit.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Volkswagen XL1

0.8 liter tweecilinder diesel, plug-in hybride
69 pk

Krappe cabine, ultieme lage luchtweerstand (inclusief camera-spiegels!), vervaardigd uit koolstofvezel, vleugeldeuren en een auto die eigenlijk alles opgeeft qua praktisch gemak voor ultieme prestaties. Hebben we het dan over de nieuwste McLaren? Nee, natuurlijk niet. We hebben het dan over de Volkswagen XL1. En ja, op zich hebben alle zaken die een supercar zo efficiënt maken ook invloed op de algehele efficiëntie van de aandrijflijn. Maar bij de XL1 was het doel om de wens van Piëch te vervullen: een auto op de markt brengen met een verbruik van minder dan één liter per 100 km. En met de XL1 die een Cw-waarde van 0,199 en een verbruik van 0,9 l/100 km (1 op 111) heeft, is dat gelukt, alleen dan wel door het zijn van een plug-in hybride. Vandaar een vermelding in deze lijst: de aandrijflijn was een piepkleine elektromotor met 27 pk, gekoppeld aan het blok van een halve 1.6 TDI (0.8 liter tweecilinder diesel met turbo), goed voor 48 pk en een totaalplaatje van 69 pk. Zo onpraktisch (en met 111.000 euro duur) als een supercar en zo spannend om mee te rijden als elke andere eco-broodtrommel.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Volvo P1800

1.8 liter viercilinder
100 pk

Als afsluiter een auto die ondergetekende doet denken aan een vraag waar je autoliefhebbers uren mee bezig kan houden. Heb jij liever een Ferrari 458 met de motor van een Prius, of een Prius met de motor van een 458? Oftewel: in hoeverre maakt het uit wat voor motor erin ligt als de auto bloedmooi is, of is de motor juist zo iconisch dat elke auto er iconisch door kan worden? Dat eerste kan je je afvragen bij de Volvo P1800. Deze coupé is inmiddels iconisch gebleken door zijn prachtige, welhaast Amerikaanse styling, of natuurlijk zijn ES-broer die even iconisch is geworden. Onder de kap van de P1800 was het allemaal minder spannend. De latere S- en E-modellen wisten oké cijfers neer te zetten dankzij tot wel 130 pk uit een 2.0 liter viercilinder. Maar de eerste P1800 zonder toevoegingen had een 1.8 liter grote viercilinder met, houd je vast, 100 pk. De P1800 was dus eigenlijk een soort PV544 of Amazone in maatpak, maar een echte sportauto was het niet. Wellicht vandaar dat de moderne Cyan Racing P1800 die wél de sportieve pretenties waarmaakt, zo'n heerlijk recept is.

Ondersteunend beeld bij het artikel

BONUS: Alfa Romeo 4C

1.75 liter viercilinder
240 pk

Oké, één bonus dan nog, want officieel is het best gemeen om de 4C-motor te scharen onder exotische coupés met saaie motoren. Daar doe je de 1750 TBI van Alfa echt tekort mee, want in een Giulietta QV of Veloce maakt die motor het een heerlijke hot hatch. Bij de 4C is het meer dat, net als de Volkswagen XL1, de basis voelt alsof 'ie bij een veel exotischere motor hoort. Koolstofvezel monocoque, bijna zo breed als een supercar, motor en aandrijving achterin, enkel met een pijlsnelle automaat? Daar verwacht je op zijn minst een MC20-esque V6. En dan is een 240 pk sterke viercilinder wellicht iets tegenvallend, wetende dat je dan weer in theorie concurreert met auto's die veel simpeler van aard zijn of wel een grotere motor hadden (Mazda MX-5, Lotus Elise, Porsche Cayman). Vandaar een eervolle vermelding, want we willen absoluut het totaalplaatje van de 4C niet bagatelliseren.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Video