Geschiedenis explosie: de historie van circuit Zandvoort

Voorafgaand aan de eerste Nederlandse F1 Grand Prix sinds 1985, besteden we deze week extra aandacht aan alles wat vooraf ging. Vandaag kijken we nog eens terug op de historie van het legendarische circuit Zandvoort.
Het grote moment komt steeds dichterbij. Aanstaande zondag, klokslag drie uur 's middags, zal er voor het eerst sinds 25 augustus 1985 een voltallig F1 startveld op de grid staan, klaar om de Tarzanbocht aan te vallen. Strijden met Tarzan, heroïscher wordt het eigenlijk niet.
Wat de coureurs waarschijnlijk niet weten, is dat deze bocht vernoemd is naar de boer die er ooit een aardappelveldje had. Deze had volgens de overlevering een weelderige haardos en een lange baard. Logischerwijze, was zijn bijnaam daarom 'Tarzan'. Het behoort allemaal tot de folklore van het circuit. Vandaag nemen wij in frisse duik in de geschiedenis van de baan.
De twinkeling
Het begint altijd met een twinkeling in de ogen van een verlichte geest. In dit geval heet deze man waarschijnlijk van Alphen, de burgemeester van Zandvoort in die dagen. Zeker is dat rond 1930 het lumineuze idee ontstaat een autorace te organiseren in Zandvoort. Racen met auto's in die tijd is helemaal hip en happening. Plaatsen op zoek naar naamsbekendheid en inkomsten, organiseren graag races om toeristen te trekken. Een autorace houden is daarmee een soort logische 'fit' voor de destijds mondaine badplaats.
Het duurt echter tot 1939 voordat de eerste race daadwerkelijk georganiseerd wordt. Omdat er nog geen circuit is, vindt die race plaats op een tijdelijk stratencircuit. Piet Nortier wint de race en krijgt een krans omgehangen door Prins Bernhard. De race is zo'n belachelijk succes, dat er direct plannen ontstaan om een permanent circuit te bouwen.
Helaas moeten die plannen al snel de ijskast in. De Duitsers hadden namelijk andere permanente plannen met Zandvoort en Nederland. De kustplaats wordt een keten in de Atlantikwall, die de bezetter bouwt om zich te verdedigen tegen invallen door de lucht of over het water. De burgemeester verzint nog wel een list, om stiekem toch een beginnetje te maken met het circuit. Onder het voorwendsel dat tewerkgestelden een 'Paradestrasse' voor de Duitsers bouwen, wordt een weg aangelegd.
Deze weg wordt later inderdaad een paradeweg. Maar dan wel voor de winnaars van de races op Zandvoort. De met puin van de oorlog aangelegde rijstrook, wordt namelijk de basis voor het rechte stuk op het permanente circuit van Zandvoort, dat in de jaren na de oorlog alsnog vorm krijgt.
In 1946 is een eerste opzet voor een circuit uitgesneden in de duinen. Bentley Boy Sammy Davis wordt door de KNAC uitgenodigd om zijn verdict te komen geven over het baantje. Sammy is enthousiast, maar geeft de circuitbouwers nog wel een aantal belangrijke tips mee. Eentje daarvan: haal zo veel mogelijk trage bochten uit het circuit. Die zijn namelijk niet alleen zwaar voor de remmen, maar zorgen ook dat de gemiddelde snelheid omlaag gaat. Dat is niet goed om het spektakel te adverteren naar toeschouwers die nog geen ervaring hebben met races bekijken.
1948: de eerste race op Zandvoort

Twee jaar na het bezoek van Sammy Davis, wordt de eerste race georganiseerd op het splinternieuwe permanente circuit van Zandvoort. De wedstrijd heet dan nog heel bescheiden 'Prijs van Zandvoort' in plaats van 'Grote Prijs van Zandvoort'. Op uitnodiging van de KNAC verscheept de British Racing Drivers' Club twintig raceauto's naar de haven van Haarlem. Onder andere ERA's, Bugatti's en Masers kwamen aan de start.

Het laaiend enthousiaste publiek, dat tussen de 2,50 Gulden en 7,50 Gulden heeft neergeteld voor een kaartje, ziet hoe Prins Bira in zijn Maserati 4CL de wedstrijd wint. Dit na een zinderend duel met voormalig luitenant in het Britse leger Tony Rolt, die ooit nog ontsnapte uit de gevangenis van slot Colditz. Voor de winnaar, die ook de snelste ronde in de race rijdt, is er een cheque van 500 Gulden en een zilveren beker. Geen slechte beloning voor een dagje racen, hoewel het vele malen duurder zal zijn geweest om dat te bekostigen...
De wedstrijd is een groot succes. De media steken de loftrompet over het circuit en de ambiance. De betonnen pitboxen worden zelfs omschreven als luxueus. Later werd daar ietsjes anders over gedacht, maar ach, zo zie je hoe tijden veranderen...
1952: de eerste F1 Grand Prix op Zandvoort
Na een aantal succesvolle races, maakt de race op Zandvoort in 1952 voor het eerst deel uit van de officiële F1 kalender. Alberto Ascari wint en wordt dat jaar ook wereldkampioen. Hij krijgt een louwerkrans omgehangen door Prins Bernhard. Later zal Ascari op 36-jarige leeftijd sterven in het harnas, net als zijn vader, die ook Alberto Ascari heette en ook op 36-jarige leeftijd stierf in het harnas. Prins Berhard zal zich later inzetten voor het Wereldnatuurfonds en een dappere bijdrage leveren aan het uitbreiden van de wereldbevolking.

Ook in 1953 en 1955 staat de F1 race op Zandvoort op de kalender. In 1953 wint Ascari nogmaals en in 1955 gaat Juan Manuel Fangio met de hoogste eer strijken. Na 1955 volgt een kort intermezzo, waarna de race van 1958 tot en met 1971 onafgebroken deel uitmaakt van het kampioenschap. De winnaars in die tijd zijn Stirling Moss ('58), Jo Bonnier ('59), Jack Brabham ('60 en '66), Wolfgang von Trips ('61), Graham Hill ('62), Jim Clark ('63, '64, '65 en '67), Jackie Stewart ('68 en '69), Jochen Rindt ('70) en Jackie Ickx ('71). Wat een namen...
1972-1973: eerste verandering van de layout

Op aanraden van Sammy Davis, was het originele circuit van Zandvoort een snelle baan met weinig trage bochten. In de jaren '70 begon men echter wat problemen te krijgen in de F1 met het feit dat coureurs bij bosjes het loodje legden. Circuit Zandvoort moest mee met de tijd. Zodoende werd de vlijmsnelle 'Bos in'-sectie vervangen door een chicane.
Er was nu dus nog wel een 'Bos uit', maar geen 'Bos in' meer op het circuit. Deze layout werd gehandhaafd tot en met 1979. De F1 winnaars uit die jaren zijn nogmaals Stewart ('73), Lauda ('74 en '77), Hunt ('75 in de Hesketh! en '76), Andretti ('78) en Jones ('79). Ook niet bepaald de minste coureurs die ooit op aarde hebben rondgelopen dus. Helaas bleek in deze periode ook dat racen op Zandvoort nog steeds gevaarlijk kon zijn. In 1973 overleed Roger Williamson tijdens de F1 Grand Prix. In 1979 overleed Rob Slotemaker van de bekende slipschool er eveneens. De roep om veiligheid in de sport werd nu steeds groter.
1980: Zandvoort wordt nog trager, gebrek aan geld wordt fnuikend

In 1980 wordt daarom nog een snelle sectie geneutraliseerd middels een chicane. Zandvoort probeert zich aan te passen aan wat de bovenbazen willen. Maar inmiddels wordt ook in andere opzichten duidelijk dat dit steeds moeizamer gaat. De faciliteiten op het circuit, ooit nog geprezen om hun luxe en moderne uitstraling, zijn inmiddels hopeloos verouderd.
De organisatie van het circuit heeft elk jaar de grootste moeite om het plaatje van de F1 race financieel rond te krijgen. De nieuwe rechtenhouder Bernie Ecclestone heeft er eigenlijk al lang genoeg van. Hij wil liefst alleen kapitaalkrachtige teams en circuits toegang verlenen tot 'zijn' sport.
Even lijkt de Canadese 'miljonair' Michael Hordo de redder in nood. Hij koopt het circuit en heeft grootse plannen. De Olympische Spelen moeten maar naar Zandvoort komen, evenals een monorail richting Amsterdam. Helaas blijkt Hordo een luchtfietser te zijn, die vooral veel schulden maakt.
Na nog enkele jaren pappen en nathouden, wordt duidelijk dat 1985 het laatste jaar wordt dat de Formule 1 Zandvoort aandoet. Dat jaar wint Niki Lauda zijn allerlaatste race na een scherp duel met teammaat Prost. De andere winnaars van de laatste Grote Prijzen op Zandvoort zijn de schoonvader van onze held Max Verstappen ('80), Prost ('81 en '84), Pironi ('82) en Arnoux ('83).
1989: Zandvoort wordt een sneue, kneuzige schim van zichzelf

Met de F1 op Zandvoort nu een ding van het verleden, breken er moeilijke tijden aan voor Circuit Zandvoort. De mensen die over geluid en de dwarsgestreepte Korenwolf klagen, krijgen bijna hun zin. De goegemeente heeft het plan opgevat om het circuit verder van het dorp af te plaatsen. In voorbereiding daarop, wordt de baan in mootjes gehakt totdat slechts bovenstaande layout overblijft. Een schamele 2,5 kilometer lang meet de baan nu nog maar. De rest is gedegradeerd tot golfbaan en -oh gruwel- vakantiepark. Dit blijft zo tot 1998.
1998: De voorzichtige wederopstanding

Gelukkig maakt in 1998 en 1999 het circuit toch weer een stap vooruit. In grote lijnen ontstaat de baan zoals die nu nog is, met uitzondering van de aanpassingen die speciaal voor de F1 zijn gemaakt in de afgelopen jaren. Bovenstaande afbeelding bekijkend, kan je zien dat de baan tot een stukje na het Scheivlak nog hetzelfde is als vroeger.
Daarna blaf je helaas niet meer vol door, maar kom je in de technische sectie van bocht negen en tien terecht. Via de Kumho-bocht kom je richting Arie Luyendijk dan weer terecht op 'de oude baan'. De grootste autosport evenementen op Zandvoort in deze periode waren de A1GP, de DTM en de Marlboro Masters.
Max Emilian en de terugkeer van de F1
Zoals bekend is racen de afgelopen jaren opeens heet in Nederland, dankzij de prestaties van ene Max Emilian Verstappen. Deze schwung heeft mensen als Prins Berhard junior ervan overtuigd dat de tijd rijp is om de F1 terug te halen naar Circuit Zandvoort. Het circuit is hiervoor aangepast met behulp van architectenbedrijf Dromo uit Italië.
De bedoeling was daarbij om vooral géén 'parkeerplaats' van het circuit te maken met overal meters asfalt naast het circuit. Wel zijn er de inmiddels overbekende kombochten aangelegd. Dit in de hoop dat dit een unieke uitdaging zal bieden aan de F1 coureurs en dat inhalen erdoor bevorderd wordt. Of dat ook werkt in de praktijk, gaan we hopelijk dit weekend zien.
En daarmee is ook dit bericht ten einde. We zijn immers aanbeland bij het heden. De rest, wordt pas komend weekend geschiedenis. Gaat Max Emilian zijn naam toevoegen aan de illustere winnaars van weleer?




