
Wees sneeuw, ijs en zelfs regen de baas.
Als water en kou samenkomen, leidt dat meestal tot vervelende en gladde omstandigheden op de weg. In Nederland gaat het helaas vooral om files, want zodra er ook maar een druppel of sneeuwvlok uit de lucht valt, lijkt iedereen per direct te vergeten hoe het rijbewijs gehaald is en wat je met dat ronde ding voor je kunt doen. Het gevolg bestaat uit ongelukken, wat weer zorgt voor oponthoud en uiteindelijk files.
Mocht je onverhoopt toch in een koude, natte en gladde situatie terechtkomen waarin je wel beweegt, dan is het handig om te weten wat je wel en niet moet doen. Rijden over sneeuw, ijzel of heel veel water vereist namelijk de nodige aanpassingen in rijgedrag.
Een goede voorbereiding is het halve werk
Voordat we je uitleggen waar je op moet letten, is het goed om potentieel gripverlies zoveel mogelijk te voorkomen. Dat doe je door simpelweg je banden te controleren. Meet de profieldiepte. 1,6 millimeter is het wettelijk minimale vereiste, maar de ANWB raadt een minimum van 3 millimeter aan.
Ook de juiste bandenspanning is essentieel. Hierdoor komt precies het goede loopvlak van de band in contact met de ondergrond, wat de optimale grip biedt. Een band met te hoge bandenspanning heeft minder raakvlak met de weg. Een te slappe band daarentegen heeft wel een groot raakvlak, beperkt dan weer de waterafvoer.

Pas je gedrag aan om grip te optimaliseren
Helaas bestaat er zelfs met de juiste banden en bandenspanning geen garantie dat probleemloos over ondergelopen straten en gletsjers kunt rijden. Daarom moet je ook je rijgedrag steevast aanpassen in slechte condities. Een aantal vuistregels:
1. Vergroot de afstand tussen jou en je voorganger
Hier zijn we in Nederland niet zo goed in. Als koning bumperklever op de linkerbaan is het natuurlijk ook lastig om je aan te passen, maar het is wel verstandig voor de veiligheid. In natte situaties wordt je remweg aanzienlijk langer. Op sneeuw en ijs heb je nog meer ruimte nodig om af te remmen. In dat geval mag je rekenen op remweg die tenminste vier keer langer is dan normaal. Als je hier rekening mee houdt, en dus meer dan een halve auto afstand houdt tussen jou en je voorganger, kan je een hoop ellende voorkomen.
2. Kijk verder vooruit
Dit klinkt als een logische tip in navolging van de eerste, en dat is het ook. Als je verder voor je uitkijkt, dan is het makkelijker om tijdig te anticiperen op hetgeen wat voor je gebeurt.
3. Verlaag de snelheid
Gladheid en snelheid kunnen heel leuk zijn, bijvoorbeeld als je over een ijsmeer mag glibberen in een elektrische Porsche. In alle andere omstandigheden zijn het vijanden van elkaar. Waarom hoeven we niet uit te leggen, toch?
Vooral in natte omstandigheden is het verlagen van de snelheid essentieel. Banden kunnen maar een bepaalde hoeveelheid water verplaatsen. Op hogere snelheden wordt dat steeds lastiger, waardoor aquaplaning kan ontstaan. Het werkt ook andersom: gaat je auto glibberen over een laagje water, dan is het eerste wat je doet de snelheid verlagen. Daarmee geef je de banden een kans om voldoende water af te voeren en daarmee weer contact met de weg te krijgen.
In ijzige en besneeuwde omstandigheden zorgt een lagere snelheid ervoor dat je langer grip houdt. Dat maakt het ineens wel mogelijk is om op te trekken, af te remmen en bochten te nemen.
4. Doe alles rustig
Scherpe stuurbewegingen of met geweld op de pedalen trappen, werkt in gladde omstandigheden averechts. Door dit soort ingrepen breek je de grip van de band op de ondergrond eenvoudig en verlies je dus eerder de controle. Rustig sturen, het gas- of rempedaal rustig indrukken werkt veel beter. Zeker in combinatie met bovenstaande tips. Je gunt jezelf simpelweg meer tijd om gestaag actie te ondernemen zonder dat de banden grip verliezen.
5. Kies een hogere versnelling en zet ESP uit
Moet je door de sneeuw ploegen? Dan is het verstandig om standaard een hogere versnelling te kiezen. Daarmee beperk je het toerental en maak je het moeilijker om de grip van de banden te breken. Kom je toch vast te zitten? Dan is het handig om het ESP (Electronic Stability Program) uit te zetten. Dit systeem regelt de tractiecontrole en zorgt er daarmee voor dat je banden niet slippen. Door even zonder tractiecontrole te rijden, kunnen de banden slippen en momentum opbouwen om los te komen.
Voor de mensen met een automaat: zet de sneeuwstand aan, mocht je die hebben. Dan doet de auto het bovenstaande voor je. Heb je die niet, lees dan punt 4 nog eens.

Toch in de slip, wat nu?
Bovenstaande tips niet opgevolgd? Of ‘per ongeluk’ over een stuk ijs gereden? Dan zijn er nog een paar dingen die je in acht kunt nemen om de schade te beperken.
1. Gas los, koppeling in
De snelheid uit de auto halen is ook nu weer het belangrijkste, maar ook de balans in de auto brengen helpt mee. In het geval van een auto met handbak doe je dit door de koppeling in te trappen. De aandrijving komt daarmee los van de wielen, waardoor je auto weer in optimale balans geraakt en je eerder controle terug kunt krijgen.
Ook beperk je hiermee het risico dat je per ongeluk het gaspedaal intrapt, waardoor je banden weer grip verliezen en het spelletje weer opnieuw begint. In het geval van een automaat is het verstandig om het gaspedaal rustig los te laten.
2. Kijk waar je heen wilt
Het klinkt heel logisch om te kijken naar waar je heen wilt, maar je zult er versteld van staan wat je doet als je al glibberend iets probeert te ontwijken. Juist, precies het tegenovergestelde.
Je bent van nature ingesteld om je ogen te houden op het punt waar het gevaar is, niet om te kijken waar het eventueel veilig is. Dat is vervelend, want zoals elke instructeur van een slip-, race- of motorrijschool je zal vertellen: je stuurt automatisch naar het punt waar je naar kijkt. Wegkijken van het mogelijke ongeluk voor je en je blik richten op een veilige locatie ernaast, is een betere optie en zorgt er waarschijnlijk voor dat je een kettingbotsing voorkomt.
3. Rem af
Wanneer je de controle weer over de auto terug hebt, kan je best gaan remmen. Daarbij is het bij nagenoeg alle auto’s niet langer nodig om ‘pompend’ te remmen. Die functie heeft ABS al van de mens overgenomen. Trap het rempedaal richting de vloer en vertrouw erop dat het systeem in de auto, de grip zoveel mogelijk probeert vast te houden. Heb je geen ABS, dan wordt het toch pompen.

Bonustip: neem een slipcursus
Al het bovenstaande is goed om in het achterhoofd te hebben, maar de kans is redelijk groot dat het niet naar boven borrelt als je auto ineens over een laag water begint te glibberen. Daarom raden we je zeker aan om eens een slipcursus te nemen. Daarmee krijg je op een veilige manier te maken met bovenstaande situaties.
Tijdens een slipcursus leer je bijvoorbeeld herkennen hoe aquaplaning aanvoelt. Belangrijker nog, je leert wat voor invloed je handelen heeft op het gedrag van de auto als er (bijna) geen grip is. Met andere woorden: je kunt bovenstaande theoretische kennis op een veilige manier uitoefenen in andermans auto. Neem van ons aan: dat werkt beter dan je denkt en is in de praktijk enorm waardevol. Tevens is het ook nog eens erg leuk. Win-win!





Zoek met sneeuw een lege parkeerplaats op en let op hoe je auto reageert wanneer je vol de rem intrapt of het stuur omgooit.
Het lijkt spelerij maar ik doe dit altijd even als ik de kans krijg.
Kijk én stuur waar je heen wilt. Binnen de grenzen van de natuurkunde zorgt de auto voor de rest. Mits ESP, VSA of hoe het ook heet aan boord.