Special: MG ZR 160

Praat mee!

MG ZR

MG ZR

Wil je jezelf een leuke Hot Hatch (kerst-)cadeau doen, maar niet te veel geld kwijt zijn? Dan is deze Brit een leuke optie.

Je hebt soms van die auto's die je nooit kan onthouden. Niet zozeer omdat ze slecht zijn, of omdat ze niet verkocht zijn. Maar gewoon omdat ze nooit echt op de voorgrond waren en ook niet echt geadoreerd werden door de puristen, fanboys en kenners. Dat betekent niet dat een slechte auto moet zijn, maar dat schare liefhebbers erg klein is. Het voordeel is dan wel dat de prijzen over het algemeen erg gunstig zijn, mocht je in de markt zijn. Dat geval is het een beetje met het onderwerp van vandaag: een heuse Rover 200. In de juiste uitvoering was het een van de meest miskende Hot Hatches van de afgelopen jaren: de 200 Vi, BRM en MG ZR. Alvorens daaraan te beginnen eerst een kleine introductie.

Rover 200 (R3)

De Rover 200 is een van de laatste stuiptrekkingen van de voormalige samenwerking met Honda. De 'R3'-generatie staat op het ingekorte en aangepaste platform van de Honda Concerto. Met name de voortrein vertoont wat gelijkenissen, maar het grootste gedeelte is door Rover ontworpen en ontwikkeld. Bij introductie was het een hele nette en chique auto. Net even wat meer dan een Clio of Polo, maar dan niet met de premium-prijzen zoals wij die tegenwoordig kennen bij de Audi A1 en MINI. De Rover 200 was verkrijgbaar met degelijke K-series 4-cilinders. Ook was er een keur aan uitvoeringen, van basic tot hele luxe ‘Sterling’-varianten met lederen bekleding, airco en houtinleg. Het was best een populaire auto, met name in het Verenigd Koninkrijk, daar was het de eerste paar jaar zelfs de bestverkochte auto.

Rover 200 Sterling (R3)

Het topmodel van de 200 serie was de 200 Vi. Waarschijnlijk naar afkorting van Vitesse, een aanduiding die Rover vaker gebruikte om snelle uitvoeringen aan te duiden. Het heeft dus niets te maken met het Tv-programma van De Man met de Sigaar en Snor. Je kon de Rover 200 VI met zowel drie als vijf deuren bestellen. De Rover 200 Vi had de motor van de MG F, onder de kap liggen. Normaal gesproken leverde dit blok 122 pk, maar dankzij VVC (variabele kleptiming) pompte het blok er 145 pk een 177 Nm uit. Deze motor was gekoppeld aan de bekende Rover/PSA-transmissie met 5 verzetten.

Rover 200 Vi (R3)

De 200 Vi woog net iets meer dan 1.000 kg, dus de prestaties waren meer dan aangenaam. 0-100 km/u was in 7,5 seconden achter de rug en de topsnelheid bedroeg 205 km/h. Daarmee kon hij zich prima meten met de, eh, ja, dat was een dingetje. Tegenwoordig is de markt met hete B-segmenters enorm groot, maar in de jaren ’90 was dat gek genoeg niet het geval. Volkswagen had geen echt sportieve Polo, Ford nog geen snelle Fiesta en Opel slechts een lauwwarme Corsa. Ook was er geen enkele sportieve Japanner uit het B-segment leverbaar in Europa, anders kwam wellicht de Starlet Glanza V in aanmerking. De meest directe concurrenten kwamen pas later op de markt, zoals de Seat Ibiza Cupra en later de Peugeot 206 GTI.

Rover 200 Vi (R3)

De 200 Vi is overigens niet de absolute topper van de 200-serie. Op de IAA in Frankfurt in 1997 onthulde Rover de 200 BRM, een soort ode naar de BRM-racers van weleer. De enige mogelijk leverbare kleur was uiteraard British Racing Green, naar goed gebruik níet metallic. De wielen waren 16" groot en gesmeed, qua design geïnspireerd op de Cooper Minilites van vroeger. Daarnaast werd de BRM met 20 millimeter verlaagd, maar het meest in het oog springend is toch wel de feloranje grille.

Rover 200 BRM

En het is was niet alleen het exterieur dat werd aangepakt, ook het interieur kreeg een zeer herkenbare make-over. De sportstoelen werden voorzien van rood leer met ruitvormige stiksels en de inlegpanelen waren van geborsteld aluminium. De motor bleef weliswaar standaard, maar de versnellingsbakverhoudingen werden iets korter gemaakt om de auto toch iets sneller te laten accelereren. Om te zorgen dat je het vermogen altijd goed kwijt kan, werd er '1-way' sperdifferentieel gemonteerd. Uiteindelijk zijn er 1145 van gebouwd, 795 voor de Engelse markt, 350 voor de Europese markt.

Rover 200 BRM (R3)

In 1999 krijgt de 200 een facelift. Om in lijn te lopen met de splinternieuwe Rover 75 een naamswijziging (25) en soortgelijke dubbele koplampen. Van deze versie is ook een Vi versie, maar geen BRM. In sommige landen krijgt de Vi de naam GTI, maar dit is slechts voor een zeer korte periode. Rond deze tijd wordt Rover door moederbedrijf BMW verkocht aan de Phoenix Group voor het symbolische bedrag van 10 Pond. Het idee van de Phoenix Group is om van Rover een luxe merk te maken (wat het eigenlijk ook was) en deze aan te vullen met sportieve MG-varianten.

MG Rover

Dus er zijn geen sportieve Rovers meer. De MG-versie van de 200 heet ZR en is te krijgen met verschillende motoren: en paar diesels (op zich niet heel verkeerd maar past niet echt bij de ZR) en twee benzinemotoren. Een 1.4 met 105 pk en een 160 pk sterke 1.8. Eigenlijk zijn beide motoren erg leuk. De 160 is echt snel, maar legde het destijds hopeloos af tegen de Clio Renault Sport 172. Maar de 105 is stiekem de leukste: je kan lekker trappen en tekeergaan zonder direct je rijbewijs kwijt te raken. Maar je hebt wel het dikke uiterlijk en een prettig onderstel. Want hoe bejaard de MG's eigenlijk ook waren, om sportief er mee te rijden waren ze uitermate geschikt.

MG ZR 160

In 2004 krijgt de ZR een facelift, waarbij de kenmerkende dubbele koplampen vervangen worden door heldere units. Het interieur krijgt wel een kleine update wat niet geheel verkeerd is: dat was nogal gedateerd. Technisch verandert er verder vrij weinig. Het is vooral een bewijs dat het niet al te best gaat met MG Rover. De vele kleine facelifts tonen aan dat een nieuw model voorlopig nog niet in de planning zit, terwijl dat eigenlijk wel de bedoeling zou moeten zijn.

MG ZR

Dus waarom een artikel over deze auto? Omdat het gebruikt waanzinnig goede aanbiedingen zijn. De K-motoren zijn eigenlijk best betrouwbaar, mits ze hun onderhoud hebben gehad. De koppakking wil het nog weleens begeven, evenals de cilinderkop. Maar dat is voornamelijk als de vorige eigenaar niet goed mee om is gegaan (denk aan warm rijden). Verder zijn het eigenlijk prima auto's. Daarbij zijn het nog echte óld-school hot hatches. Niets rijdt zo leuk als een lichte hot hatch met uitgekiend onderstel, en de respons van van een vermogende atmosferische vierpitter. De Rover 200 VI en MG ZR voldoen daar uitstekend aan.

MG ZR Trophy

Welke moet je kiezen? Een vroege Vi is betaalbaar, maar niet direct aan te raden. Ze willen nogal roesten en deze hebben wat meer mankementen dan de latere versies. Een BRM zal uiteindelijk wel iets van restwaarde behouden. Mede vanwege hun zeldzaamheid en het feit dat het echt leuke auto's zijn om mee te rijden. De 25 Vi is het ondergeschoven kindje, en eigenlijk wel terecht want een ZR verdient eigenlijk altijd de voorkeur. Voor 2-4k heb je echt een nette ZR 160. Uiteindelijk heb je er altijd wel iets werk aan, het zijn minimaal 12 jaar oude auto's. Maar ze zijn wel behoorlijk uitontwikkeld en de meeste hebben wel een liefhebber als eigenaar gehad. En terecht, want dit is typisch zo'n auto die niemand begrijpt en afkraakt, maar waar de liefhebber stiekem altijd een beetje blij van wordt. En terecht, wat het zijn heerlijk ouderwetse pocket rockets voor een zacht prijsje.

Video