
Voor het eerst in jaren komt de Audi RS 5 weer als sedan, terwijl de stationwagon nooit weg is geweest. Hoe zit dat?
Deze week staat aardig in het teken van de Audi RS 5, want de nieuwste generatie die de oude RS 4 opvolgt maakt de tongen weer flink los. De dikke beuker met V6 brengt zoals altijd een blubberdik uiterlijk mee, die ook in cijfers dik is (2.370 kg). Nog een cijfer valt op: de Audi RS 5 Avant heeft maar 361 liter bagageruimte achter de achterstoelen. Flink minder dan de vorige RS 4 en zelfs minder dan de A3. Dit met dank aan de hybride-setup. Goed, die zorgt dan weer voor een lager verbruik en 639 pk, maar ergens is dat jammer.

Audi RS-stationwagon
Historisch is elke Audi RS-stationwagon de perfecte combinatie tussen praktisch gemak en dik vermogen. Ook al hebben concurrenten als BMW en Mercedes ook snelle estates, de Audi’s waren altijd ‘de vanzelfsprekende keuze’ als Avant. Terugkijkend op de generaties is dat ook logisch. De vorige RS 4 was er als RS 5 Sportback, maar geen RS 4 Sedan zoals nu. De generatie daarvoor had de Avant als enige optie. De RS 4 (B7) was er dan weer wel als sedan, maar dat was voor het eerst. De RS4 daarvoor en de RS2 zijn er nooit als sedan geweest. Wel dus steevast als praktische Avant.

Porsche
Eén van de redenen die je kan aanwijzen is dat het allemaal begon met een stationwagon voor Audi RS. Het extra sportieve label debuteerde in 1994 met de eerste RS2. Die ken je vast nog wel. Audi sloeg de handen ineen met Porsche om de ultieme snelle Audi te bouwen in de middenklasse. Mede dankzij Porsche werd de 2.2 liter grote vijfcilinder goed voor 315 pk. De grotere KKK-turbo, maar ook een door Porsche bedachte grote intercooler, nieuwe nokkenas en uitlaat. De remmerij en het onderstel werd ook volledig herzien door Porsche.

In tegenstelling tot een Mercedes 500E waar de Porsche-hulp vooral achter de schermen plaatsvond, was het bij de Audi RS2 Avant direct duidelijk. Zelfs het uiterlijk van de Audi 80 Avant werd herzien met Porsche-onderdelen, zoals de mistlampen/knipperlichten, spiegels, remmen en velgen. Als het dan nog niet duidelijk was: de badge voorop en achterop had de Audi-ringen, RS én Porsche erop staan.

Porsche-estate
Waarom werd het dan een estate? De Audi S2 Coupé uit dezelfde periode was een coupé, deze mods toepassen op dat model was net zo makkelijk geweest. Welnu, dat werd initieel overwogen. Porsche zag dit echter niet zitten. Ze wilden Audi ondersteunen, maar moesten het ook zakelijk houden. Als je de perfecte coupé bouwt die sneller, krachtiger en goedkoper is dan een Porsche 911 of 968, heb je een ander merk geholpen met het compleet onnodig maken van je eigen producten. Zelfs een sedan, waarvan Audi twee functionele prototypes heeft, werd afgeschoten. Ook hiervan wordt geclaimd dat Porsche de Audi op afstand wilde houden, des tijds was het merk immers bezig met een soort Panamera avant la lettre, de 989. Porsche had totaal geen plannen voor een snelle stationwagon, dus die carrosserievorm was ‘veilig’.

Het is echter niet helemaal zo dat de Audi RS2 als Avant vervolgens de troostprijs is voor Audi dankzij Porsche’s koppigheid. Qua snelle stationwagons had je in Europa weinig keuze naast de BMW M5 E34 Touring, die een segment hoger zat dan de RS2 en bovendien minder snel was. Zo kon Audi iets bijzonders uitbrengen. Het idee was dan ook om maar 2.200 RS2’s te bouwen, maar dankzij grote vraag werden dit er uiteindelijk 2.891. De wortels van Audi RS liggen dus, dankzij Porsche, bij de Avant.

De eerste Audi RS4 Avant (B5, of eigenlijk Typ. 8D) was dan ook simpelweg een logisch vervolg op de Audi RS2 Avant. Omdat Audi in deze tijd kort Cosworth bezat, werd die ploeg ingeschakeld om de 2.7 liter V6 op te schroeven naar 381 pk en te bouwen. Toch bleef het ook hier bij enkel een Avant, er was nooit een RS4 sedan van deze generatie. Wat ergens wel vreemd is, want de BMW M3 als sedan scoorde aardig en ook de eerste RS 6 werd als sedan aangeboden. Bij die laatste was het doel om de BMW M5 en Mercedes E AMG bij te benen, waar de sedanvorm wel beter voor was.

Sedan
Bij de kleinere RS 4 kwam er pas een sedan vanaf 2005 met de derde generatie (B7 / Typ. 8E). Niet alleen wilde Audi vanaf nu een heel gamma uitrollen, aangezien er ook een RS 4 Cabrio kwam, maar ook naar de VS uitbreiden. Daar was de vraag voor stationwagons sterk aan het afnemen, dus werd de sedan logischer geacht. De verdeling qua verkochte sedans tegenover de Avant wordt ons niet helemaal duidelijk, maar alsnog bleef Europa houden van de snelle station. Toch deed de sedan het hier ook redelijk, maar voor zover wij weten de Avant nét iets beter.

Dat wordt bewezen door het feit dat de sedan bij de Audi RS 4 die erna kwam weer uit het gamma gehaald werd. En de huidige en voorlaatste hetzelfde verhaal. Sterker nog: ook de Audi RS 6 is er sinds 2012 niet meer als sedan. Een doekje voor het bloeden kwam voor beide modelreeksen door de A5 en A7 aan te bieden als RS 5 en RS 7, maar dat zijn meer liftbacks dan sedans.

Avant handelsmerk, sedan ondersteunt
Met het uitbrengen van de Audi RS 5 als sedan zegt Audi dan ook dat die RS 5 Sportback ze geen windeieren heeft gelegd. Dat het een sedan wordt is nu meer noodzaak, want de A5 Coupé en Sportback hebben hun naam opgegeven voor de A4-opvolger. Een mooie terugkeer, maar de komst van een estate-RS 5 was veel vanzelfsprekender. Met dank aan Porsche.





Ik zou in dit geval voor de zo genaamde Sedan met hatchback achterklep gaan, die vind ik er beter uit zien.