Ik krijg kriebels van een Kever

Praat mee!
Redacteur Autoblog

Volkswagen Kever

Volkswagen Kever

Elke keer als ik er eentje zie rijden begint het te jeuken.

Er zijn een hoop auto's waarbij ik helemaal niets voel. Ik neem ze waar en bevestig onbewust hun aanwezigheid. that's it. Gelukkig zijn er ook zat auto's die bij mij wel een bepaalde emotie losmaken. Meestal is dat positief, ik kan een hoop lelijke blikjes in mijn hart sluiten, maar er is één auto waar ik een diepgewortelde afkeer tegen heb.

Steeds als ik er eentje zie rijden, dan voel ik vanuit mijn tenen de kriebels opkomen. Negeren is onmogelijk, al is het maar omdat het kreng daar teveel herrie voor maakt. Dat is ook precies de enige sensatie die een Kever je biedt: vloer het gaspedaal en het enige wat gebeurt is dat er nog meer benzine in geluid wordt omgezet.

Waar die kriebels vandaan komen? Zijn dubieuze ontstaansgeschiedenis is het alvast niet, daar kan de Kever immers zelf niks aan doen. Sterker nog, dat de geschiedenis van een van 's werelds best verkochte auto's nog altijd een tikje schimmig is, is wat mij betreft juist een van de weinige interessante aspecten van de eerste Volkswagen.

Zijn karikaturale uiterlijk helpt niet mee. Daar waar de vroege Kevers nog een kind van hun tijd waren en ik ze onmogelijk lelijk kan vinden, zijn de latere Kevers overdreven bolle autootjes waar vakkundig elke vorm van subtiliteit uitgetekend is. Maar wat mij het meeste steekt, is het succes dat de auto had.

Het was de populairste auto sinds de Ford Model T, tussen 1937 en 2003 werden er ruim twintig miljoen gebouwd. Hoewel de Golf dat aantal reeds voorbij gestreefd is, kun je het bij zijn opvolger moeilijk over één auto hebben. De Golf I deelt geen enkel schroefje meer met de Golf VII, terwijl de allerlaatste Mexico-Kevers uit 2003 rechtstreekse afstammelingen waren van de eerste KdF-wagen uit 1937.

Enfin, een daverend succes dus, die Kever. Maar waarom eigenlijk? Natuurlijk, de auto was goedkoop en bood met wat inschikken ruimte aan het hele gezin. Maar terwijl Volkswagen de Kever alsmaar lelijker bleef maken, kwam de concurrentie met steeds betere auto's. Auto's met vier of zelfs vijf deuren. Auto's met de motor voorin en derhalve een bruikbare bagageruimte op de plek waar bij de Kever vooral herrie wordt geproduceerd. Auto's met voorwielaandrijving en een veel betere wegligging. Auto's die genoegen namen met de helft minder brandstof en evengoed niet nóg trager waren dan de Kever. Auto's als de Renault 4, Citroën 2CV, Opel Kadett en de Ford Escort.

Zelfs Volkswagens eigen Golf en Polo konden de Kever geen welverdiende genadeklap geven. Hoewel de productie in 1978 in Duitsland werd gestaakt, werden de in Brazilië gebouwde Kevers nog tot 1985 via de officiële kanalen in Europa verkocht. De auto die redelijkerwijs in de vroege jaren '60 een vervanger had moeten krijgen, hield het uiteindelijk vol tot in het nieuwe millennium. Onbegrijpelijk.