Klassieker: Alfa Romeo GTV6

De looks van Alfa’s GTV met de sound van een Busso V6. Iemand verder nog wensen?
Die gobba op de motorkap nemen we op de koop toe. Nee, omarmen we zelfs. Want mooi of lelijk: hij zat er natuurlijk niet voor niets.
De GTV kenden we al, als doorontwikkeling van de in 1974 geïntroduceerde Alfa Romeo Alfetta GT. Dit ontwerp van Giorgetto Giurgiaro was weer gebaseerd op de Alfetta, Alfa’s sportieve sedan sinds 1972. Na de restyling van 1980 ging de GT verder door het leven als GTV, met andere achterlichten, veel minder chroom en, natuurlijk, bumpers van plastic. Het waren tenslotte de eighties en we besloten dat we de natuur niet meer nodig hadden voor onze materialen. Die maakten we voortaan zelf, en het liefst nog in een tintje zwart. Dat gold ook voor het kenmerkende Alfa-grilletje voorop: dat was grotendeels ontchroomd, net als de spiegels en raamstijlen. Alles werd een beetje matter. Behalve zijn temperament.
Want eind 1980 stelde iemand bij Alfa Romeo voor om de 2.5 liter Busso V6 uit de Alfa 6 in de GTV te monteren. Een zaligverklaring lijkt mij hier wel op zijn plaats. In plaats van de onafzienbare rij van zes Dell’Orto’s krijgt de Busso nu echter Bosch injectie mee, dat cultiveert de soms wat nukkige motorloop en hij blijft daardoor ook langer keurig in de pas lopen. Het plan wordt alsmaar mooier. Maar als ze na dit succesverhaal de kap tevreden dichtklappen doemt er een probleem op. Het past voor geen meter. Fica.
Geen nood, een power bulge misstaat niet eens. En voor notoire walgers is er voorlopig de 2.0 liter versie (de 1.6 kwam in 1981 te vervallen), daarop ontbreekt die krachtbobbel. En 30 PK: de viercilinder levert 130 PK op de achterwielen, de smeuïge V6 doet 160. Daarmee is een acceleratie van 0-100 km/u mogelijk in 8 seconden. Maar in die paar tellen moet er wel flink gewerkt worden, want schakelen in een Alfa: je bent er even druk mee.
Ze stonden toch al niet bekend om het boterzachte schakelen, die Milanese lekkernijen, en ook in deze GTV maakte de transaxle-constructie het snel wisselen van een verzet tot een kracht-turn oefening waar Epke Zonderland vandaag de dag nog bleek van wordt. Dat kwam niet zozeer door de bak zelf, maar door de lange afstand van pook naar bak die overbrugd moest worden. Voor de gewichtsverdeling was het ideaal dat de transmissie zich tussen de achterwielen bevond, maar voor snel en feilloos schakelen was het een nadeel. Het is zeker mogelijk, maar daarvoor moet je precies de goede toerentallen aanvoelen en de juiste slag maken met die forse pook. Maar, zoals gezegd, je kunt er even niets bij hebben.

Eenmaal op snelheid wel, de onbekrachtigde besturing geeft veel gevoel en het gewicht van die zalige Busso op de voorwielen maakt hem rechtuit rijdend lekker stabiel. Dat hou je wel een poosje uit. Zeker in die heerlijke kuipen met de typische, van gaas voorziene hoofdsteunen. De klokkenwinkel, met de toerenteller in het midden, bevond zich nu recht voor de bestuurder in plaats de centrale plaatsing in de oudere types. Minder apart, wel beter afleesbaar. Verder stond ergonomie nog niet erg hoog op de prioriteitenlijst in Milaan, destijds was men al gauw tevreden. Dat er genoeg knoppen waren was belangrijk, niet wáár ze zaten. In het donker en op de tast kon er dus van alles gebeuren onderweg.
Dat houdt het spannend, evenals nog meer vermogen dan de standaard 160 PK. Zoals de Autodelta uitvoeringen van de GTV: de Duitse importeur laat al ruim voor de introductie van de GTV6 20 exemplaren van de GTV door Alfa’s autosportafdeling voorzien van de 2.6 liter achtcilinder uit de Montreal. Behalve een zo mogelijk nóg lekkerder geluid levert deze 200 PK af aan de achterwielen. Een griezelig lekkere combinatie…
Dezelfde techneuten van Alfa bouwen bovendien 400 GTV 2.0 Turbodelta’s. Deze straatversies ter homologatie van de Groep 4 rally auto leveren 150 PK. Van de GTV6 bestaan ook 3.0 liter varianten, onder andere in ons eigen land gebouwd door Savali uit Houten. Alfa Romeo’s vestiging in Zuid Afrika bouwt zelfs 200 3.0 liter versies, evenals een GTV6 Turbo, waarvan zo’n 750 stuks geproduceerd worden. Het Amerikaanse Callaway Turbosystems doet er nog een schepje bovenop en bouwt voor Alfa de GTV6 Twinturbo, met dik 230 PK. In een oplage van 35 stuks, dus erg exclusief.
Dat geldt vandaag de dag voor de normale, tot 1987 gebouwde GTV ook al: ze zijn vrijwel onvindbaar. Een voordeel als je niks met Alfa Romeo’s hebt. Maar hou dat ook maar eens vol pal naast zo’n heerlijke GTV6 met zijn onmiskenbare sound en looks. Buona fortuna.










