Autoblog Garage: Haat-liefde Mégane R.S. Trophy

Praat mee!
Hoofdredacteur Autoblog.nk
Al twee decennia de Chief Tyre Smoker voor Autoblog.nl.

Autoblog Garage: Haat-liefde Megane RS Trophy

Autoblog Garage: Haat-liefde Megane RS Trophy

Ik merkte dat ik soms loop te meuten over de Megane RS. De hoogste tijd om het even van me af te schrijven dus.

Laat ik voorop stellen dat we van de redactie dol zijn op hot hatches. Ze hebben een praktische koets, veel power, leuke rijeigenschappen en zijn relatief betaalbaar. Genoeg om leuk te vinden dus en zeker de RenaultSport producten die net even wat meer bieden dan sommige concurrenten.

Echter het Nederlandse verkeer en mijn agenda lieten de afgelopen weken maar weinig ruimte om op de “goede” manier van de Mégane R.S. te genieten. Veel afspraken, veel kilometers, en die vooral veel op de snelweg, met herfstweer, dus net wat te veel drukte. In een opwelling verzuchte ik dat een dikke diesel met automaat, adaptieve cruise control en stoelverwarming een stuk praktischer zou zijn geweest deze periode. Het flapte eruit en later begon ik er over na te denken: was het zo?

Hoe leuk is een diesel die een vergelijkbaar prijskaartje heeft? Dat wordt dan een niet heel spannende uitvoering met grofweg een 200 pk sterke diesel onder de kap. Er zitten zat fijne auto’s bij, maar geen enkele die speciaal is. Een Mégane R.S. is dat wel. Of dat genoeg is om het gemis aan stoelverwarming goed te maken?

Lekker dik

Of je nu wel of niet van de gele kleur houdt, de Mégane R.S. heeft de wow factor. Hoe die op zijn wielen staat, ietsje breder, ietsje lager, het straalt uit dat het gemaakt is om bochten aan te vallen. De achterzijde is ook zichtbaar breder en heeft die centraal geplaatste uitlaat.

Trefwoord uitlaat: in de sport en race stand knalt die echt heel luid. Zelfs in het interieur is dat goed te horen, het zweept je lekker op om het gaspedaal eens lekker te raken. Heerlijk, zolang we niet volledig elektrisch rijden hoort een sportieve auto zo te klinken.

Lekker snel

De handbak en koppeling werken prima, genoeg gevoel en met redelijk goed gekozen verzetten. Maar ja, in de file is een automaat altijd prettiger. Wat dat betreft is de term haat-liefde daar ook op van toepassing. De meeste automaten zijn sneller en werken praktischer, maar het is ook leuk om het allemaal zelf te moeten doen. Een nadeel van de handbak in combinatie met de toch behoorlijk opgefokte 1.8 Turbo met 300 pk is dat op snelweg snelheden de Mégane R.S. Trophy minder snel is dan je wellicht verwacht. De oplossing is uiteraard terugschakelen, maar ik ben daarin verziekt door een 3.0 met turbo en nòg meer koppel onderin. Het bevestigt wel weer dat ook bij turbo motoren het slagvolume nog telt. We merkten het al eerder op met de Peugeot 308 GTI met een 1.6 turbo versus de VAG GTI’s die op papier dezelfde specs halen uit een tweeliter. Bij automaten en verdere elektrificatie gaan deze verschillen overigens snel verdampen.

Megane RS Trophy

Als de 1.8 op stoom is, dan deelt die wel echt harde klappen uit. Zijn relatief korte lengte van 1.71m heeft Regilio Tuur ook nooit beperkt in het uitdelen van snoeiharde klappen. De Mégane R.S. Trophy staat op een kort lijstje van auto’s die mij in de derde versnelling trakteerde op wielspin. Het was nat en de gemonteerde banden zijn niet ideaal voor de Nederlandse herfst, maar toch! Het zal wel kinderachtig van me zijn, maar het zijn de momenten dat ik een klein giecheltje niet kan onderdrukken.

Fantastisch onderstel

De feedback en het gevoel van het onderstel zijn fantastisch. Het is vrij stevig en niet adaptief, voor langere ritten zou iets meer comfort prettig zijn. Hé daar is die man weer die zijn stoelverwarming mist. Onterecht overigens want het onderstel is niet alleen maar knalhard. De goede sportonderstellen onderscheiden zich van de rest doordat er toch ook een soort souplesse te voelen is, die voorkomt dat er abrupte reacties van de carrosserie zijn op oneffenheden. Het laatste wat je wilt is dat de wielen contact met het wegdek verliezen.

Een mooie toevoeging bij de Mégane R.S. Trophy is het Torsen sperdifferentieel. We zijn enorme fans van mechanische sperdifferentielen bij zowel voor- als achterwielaandrijvers, ze maken een auto zo veel dynamischer. Zo ook bij de Mégane R.S. Trophy, het Torsen diff maakt het hele pakket af. Torsen staat voor Torque Sensing, de sperwerking treedt op als er koppelverschil is tussen de beide aangedreven wielen. Bij het uitaccelereren van bochten spert het differentieel pas nadat er koppelverschil is tussen het binnenste en buitenste wiel aan de vooras. Interessant genoeg betekent dit in de praktijk dat je bij het optreden van onderstuur het gas er op moeten houden, in tegenstelling tot voorwielaangedreven auto's zonder sper. Het lijkt een soort magie, maar zodra het differentieel spert, trekt het binnenste wiel de voorkant van de auto de goede kant op. Het is een briljant gevoel, waar je wel tijd in moet investeren om er goed mee om te leren gaan. De natuurlijke reactie om bij onderstuur het gas te lossen moet even uit het systeem worden geprogrammeerd.

Autoblog Garage: Haat-liefde Megane R

Het mooie na iedere file is er ook altijd weer een afrit, een rotonde met ruimte of een mooie dijkweg. Dat is waar het onderstel inclusief Torsen differentieel tot leven komen, maar het is goed om je bewust te zijn van de grens. Ga te ver en iedere auto met een sperdifferentieel op de vooras trakteert je op extra veel en meer plotseling opkomend onderstuur. Er is meer te halen dus, maar ook potentieel meer te verliezen. Als het allemaal lekker gaat, geeft het extra voldoening.

Hoe saai, lang en druk de rit ook is geweest, de Mégane R.S. Trophy weet toch weer een glimlach op het gezicht te toveren. Niet meer zeuren over het wat harde onderstel, dat het meer werk is om zelf te schakelen en dat je zelf moet remmen voor voorgangers dus. Zelfs het gebrek aan stoelverwarming went, hoewel het in dit seizoen elke keer aangaat als ik in een auto stap waar het wel op zit.

Iemand van jullie ook zo'n haat-liefde met een auto (gehad)?