De vijf meesterwerken van Jaguar's Malcolm Sayer
Jaguar E-Type

Malcolm wie? Hoogstwaarschijnlijk heb je nog nooit van deze Brit gehoord, maar hij heeft aan de basis gestaan van enkele van de mooiste auto's ter wereld.
Sayer wordt in 1916 geboren in Norfolk en gaat op zijn zeventiende auto- en vliegtuigtechniek studeren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij als vliegtuigontwerper voor Bristol Aeroplane Company. Daar komt Sayer in aanmerking met de basisbeginselen van aërodynamica. Na de oorlog is er opeens een stuk minder vraag naar vliegtuigen en daardoor ook minder werk. Terwijl Bristol na de oorlog ook auto's gaat bouwen, verhuist Malcolm Sayer met vrouw en dochter naar Irak om daar aan de Universiteit van Bagdad te gaan werken. Daar aangekomen blijkt die universiteit helemaal niet te bestaan, in plaats daarvan onderhoudt Sayer de vloot auto's van de regering.
Na twee jaar heeft Sayer het gehad in Irak en keert hij terug naar Engeland om daar voor Jaguar te gaan werken. Daar wordt op dat moment onder andere de Jaguar XK120 in elkaar geschroefd. Een beeldschone sportwagen met vloeiende vormen, maar écht aërodynamisch is het ontwerp niet: er is geen logica of wiskundige theorie aan te pas gekomen. Oogt het snel, dan is het snel, dat idee.
Dat verandert wanneer Sayer op de raceafdeling van het merk komt te werken. Hij introduceert de rekenliniaal en wiskundige tabellen op de afdeling en ontwikkelt zelfs een eigen formule om te berekenen hoe de kromming van lijnen optimaal is. Een hoop rekenwerk dat tegenwoordig door computers wordt uitgevoerd.
Jaguar C-Type

Het eerste resultaat is de Jaguar C-Type, op basis van XK120-techniek. De racewagen lijkt amper op de wagen waarop hij gebaseerd is, maar blijkt uiterst succesvol. In 1951 wint de C-Type bij zijn eerste deelname direct de 24 uur van Le Mans, een kunststukje dat in 1953 herhaald wordt.
Jaguar D-Type

In 1954 blijkt de concurrentie Jaguar te snel af en moet Sayer gaan tekenen aan een opvolger voor de C-Type. Het resultaat is volgens velen een van de mooiste racewagens ooit gemaakt: de D-Type. Alles over de historie en successen van de D-Type en zijn voorganger check je in deze longread.
Jaguar E-Type

Het hoogtepunt uit de carrière van Sayer is ongetwijfeld de Jaguar E-Type uit 1961, met grote regelmaat de mooiste auto ooit genoemd. In 1957 begint het testen met de E1A, een auto die qua ontwerp naadloos tussen de D-Type en de latere E-Type past. De mooiste versie van de E-Type is de Series I, de Series II en vooral III doen met hun overdaad aan chroom en in het geval van de coupe rare 2+2-daklijn het originele ontwerp geen eer aan.
Jaguar XJ13

Hoewel Jaguar met de E-Type commercieel gezien de nodige successen behaalde, was het op de circuits behoorlijk stil rondom het in de jaren '50 zo gelauwerde merk. Met de XJ13 moest daar verandering in komen. Zoals vrijwel alle racewagens uit die tijd lag de motor niet langer in het vooronder, maar was deze achter de bestuurder geplaatst. In tegenstelling tot bij de C- en D-Type moest de XJ13's 5-liter V12 ontwikkeld worden met gebruik in straatauto's in het achterhoofd. Tegen de tijd dat het prototype in 1966 af was, had Ford al haar 7-liter GT40 klaar en werd de XJ13 kansloos geacht. In 1971 wordt het stof van het inmiddels 5 jaar oude prototype geblazen voor een promofilm voor de introductie van de E-Type V12. Helaas crasht de wagen hard door een exploderende band. Gelukkig is het wrak jaren later alsnog gerestaureerd en is het nu te bewonderen in het Heritage Motor Centre Museum in Gaydon.
Jaguar XJ-S

Als in 1975 eindelijk de E-Type op het punt staat om afgelost te worden door zijn opvolger, zijn de verwachtingen uiteraard hooggespannen. Het grote publiek is dan ook enigszins teleurgesteld wanneer het doek van de enigszins vreemde XJ-S getrokken wordt. Het sierlijke en vloeiende van de E-Type is er ondertussen wel af, al blijkt het model bijzonder houdbaar. Pas in 1996, 21 jaar na zijn introductie, rolt de laatste Jaguar XJS (tegen die tijd zonder streepje) van de band. Malcom Sayer heeft het allemaal niet meer mee mogen maken, hij overlijdt al in 1970, op slechts 53-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval. Het ontwerp van de XJ-S komt dan ook niet volledig op conto van Sayer, al heeft hij wel degelijk de eerste bepalende lijnen voor de XJ-S op papier gezet.




