Klassieker: De Tomaso Longchamp

Auteur: , 16 Reacties

Een door Italianen gebouwde achtcilinder: fabelachtig, maar nogal delicaat.

In tegenstelling tot een door Amerikanen gemaakt interieur: dat blijft heel maar het is grof en oogt vaak goedkoop. Dat moet andersom. American muscle met Italian flair. Verpak dat vervolgens in een bonkige three-box-styling coupé met een dikke reet en ikzelf zit meteen bij de huisarts met verzwikte speekselklieren: de De Tomaso Longchamp.

Die combinatie van Italian flair met American muscle had De Tomaso natuurlijk ook al beschikbaar in de vorm van de hebberigmakende Pantera en ook de vierdeurs Deauville was op dezelfde leest geschoeid. De Pantera was relatief een groot succes en hij wierp daardoor een schaduw over de Longchamp, die in de 17 jaar dat hij geproduceerd werd eigenlijk altijd het stiefkindje bleef. Van 1972 tot 1989 kwam hij slechts 409 keer uit die schaduw: 395 keer als coupé en 14 keer als cabriolet, de spyder. De fijnste en vooral dikste versie was de GTS, die tegelijk uitkwam met de 2e serie Longchamp in 1980. Dat bood dan gelukkig weer ruim voldoende compensatie voor het feit dat in datzelfde jaar de elpee Romantische popsongs-Een grandioos softpopgala van Diverse artiesten in de top 10 stond. Wie had dat in godsnaam op zijn geweten?

Zover kwam de Longchamp dus niet, ook niet als Maserati Kyalami. Het kleine De Tomaso was namelijk kortstondig eigenaar van Maserati toen Alejandro de Tomaso, een voormalig coureur van Argentijnse komaf, het merk met de drietand in de jaren zeventig van Citroën overnam. Dat heet tegenwoordig een victormullertje doen. Voor de Lonchamp/Kyalami werd een aangepast Quattroporte chassis gebruikt met vrijwel hetzelfde koetswerk voor beide modellen. Ieder model kreeg vervolgens een eigen front- en bilpartij en de Kyalami werd uitgerust met Maserati’s delicate V8. De Longchamp daarentegen kreeg een lekker lompe Ford Cleveland 5,8 liter V8 met in de meeste gevallen een automatische driebak. Grote klappen, gauw thuis. In plaats van wéér naar die peperdure garage.

Want erg onderhoudsgevoelig was die vet gorgelende bruut voorin niet. Latent krachtig wel, hij werd in de States in veel muscle cars toegepast en liet in de Longchamp tussen de 270 en 330 PK los op het wegdek, afhankelijk van bouwjaar en uitvoering. Voor veel puristen was deze motor echter ook de reden dat hij nooit als een echt Italiaans raspaard werd gezien en ook nooit die status kreeg. Hij werd door sommigen zelfs betiteld als “parts bin special car”. Ook niet echt vleiend. Maar met de vierkante koplampen van een Ford Granada, Alfa Romeo achterlichten en andere geleende onderdelen hadden ze wel een beetje een punt. Zelf zou ik daar geen moment wakker van liggen, daar heb ik het geld niet voor. En de kringloop is tegenwoordig zelfs retehip en nog duurzaam ook. Dus.

Dat geldt in zekere mate ook voor het prachtige interieur van de Longchamp. Dat kunnen die Italianen wel. Rijen chroomomrande Veglia meters en klokken, tuimelschakelaars en lampjes in fijngestikt leer of soms alcantara en alles werd met passie, toewijding en onberispelijk gecoiffeerd in elkaar gezet. Het hoeft ook niet helemaal recht en naadloos, dit is Modena, niet Stuttgart. Met in die zee van leer een prominent Amerikaans accent: de grote, verchroomde T-shifter die de onverwoestbare C6 Cruise-o-matic driebak van Ford bedient. Daar gaat weer een Italo-fanboy over zijn nek. Maar 17 keer werd een Longchamp afgeleverd met een handgeschakelde bak, een ZF 5-speed in dat geval. Voor de zelfpookpuristen.

Een succes werd dit ontwerp van Tom Tjaarda zoals gezegd niet. Geïnspireerd door het ontwerp van de eenmalige Lancia Marica werd deze 2+2 GT jarenlang vrijwel genegeerd of op zijn minst over het hoofd gezien. Dat is vandaag de dag nog steeds het geval. De argumenten van toen die het succes in de weg stonden gelden voor de meesten vandaag de dag nog steeds. De Pantera vindt iedereen veel sexyer en dat de dikke Amerikaanse V8 en transmissie vele malen betrouwbaarder, gemakkelijker en goedkoper te onderhouden zijn dan die verwende Italiaanse zorgenkindjes trekt nog steeds weinigen over de streep. Het maakt hem wel erg exclusief, niemand kent het ding en vooral in de GTS uitvoering is het een blubberdik brutaal nest met precies het goede geluid: een diepe, zelfverzekerde grom en geen hoogtoerig gejank om aandacht. Of om een nieuwe koppakking.

Dat geld kun je beter gebruiken voor een goede conserveringsbehandeling voor je Longchamp en de rest voor een paar tanken benzine, zodat je ervan kunt genieten als daily driver. Kun je gelijk de buurman meenemen als die arme drommel alwéér zijn Kyalami moet achterlaten bij de specialist voor de zoveelste grote beurt of andere dure malheur. Die grote pook in D en gáán. En dat blijft-ie doen. Iets met werk- en luxepaarden.



16 reacties

Ondernemers hebben nooit autopech toch. of wel!?.
Blijft mooi, mits goed uitgevoerd. Kom maar brengen!
De cabriolet mag veel weg hebben van een Fiat 124 spider maar ik zou me niet schamen als ik de bezitter zou zijn van zo’n “parts bin special”.

*verzwikte speekselklieren*, briljant ik lag echt dubbel toen ik dat las.
Dat was dan ook gelijk HET probleem van die Keyenvanger, de Maserati krachtbron, kijk de Pantera en de snelle Pantera waren qua onderhoud goed te doen, de Longchamps ok, maar dit was een eerste klas zorgenkindje en eigenlijk een rijdende spijkerbak.
Daarom niet gewild en Italiaanse puristen houden juist van hybrides, kijk maar naar ene Mijnheer Iso Grifo, of naar het Franse Facel Vega, ik ben persoonlijk VOOR deze wagens juist omdat ze over een onverwoestbare Amerikaanse bullebak van een motor beschikken die niet de delicate behandeling van een mislukte concertpianist die dan maar Ferrari monteur is geworden nodig hebben.
Het was veel eerder de bouw ‘kwaliteit’ NIET DUS van zowel De Tomaso als die van Iso die deze merken een slechte reputatie gaven, ik ken iemand die jaren geleden Iso reed.
Punt de man had geld als water en vertelde me dat hij een keer een hele snelle Grifo had, hij vroeg aan de monteur hoe dat kwam en die deed wat speurwerk, wat bleek, Iso had naar Le Mans gewild maar het avontuur financieel niet kunnen bekostigen, dus monteerden ze de Le Mans getunede motoren maar in de eerstvolgend productiewagens en daarvan had hij er toevallig eentje besteld.

En dat was de hele toestand met die fabrikanten, ze hadden eigenlijk net niet genoeg geld om een goed product neer te zetten
Dit geld trouwens ook voor Aston Martins uit die tijd en zeker ook voor de Lotus automobielen, jij was DE testrijder !
@desjonnies: Ben gisteren naar een automuseum geweest in Sarasota. Die hadden een hele mooie collectie Iso’s staan. De familie woont hier. En is actief betrokken met het museum. Prachtige auto’s.
Er waren trouwens best wel veel van deze hybrides met een Amerikaanse krachtbron,
zat net te denken welk merk het was, staat er eentje te koop,
deze :
http://losangeles.craigslist.org/wst/cto/5187695525.html

En ik dacht aan Intermeccanica, ook mooi spul met Amerikaanse muscle !
@desjonnies: Opel Diplomat V8?
@stephanotis: niet echt een hybride te noemen. Alles kwam van binnen GM…
Wat een genoegen om iedere Zaterdagavond over dit soort auto’s te mogen lezen. Echt een waanzinnig mooie bak, die er veel jonger uitziet dan een ontwerp uit begin jaren zeventig. Jammer dat er vrijwel nooit interieurfoto’s bij staan (hint). Heb zelf maar even gegoogled en me verbaast hoe mooi en tijdloos het interieur is. Echt een meesterwerk, zoals alleen de Italianen en Engelsen dat kunnen. Zo mooi dat je je niet eens zou hoeven schamen als zo’n interieur in een auto van deze tijd zou zitten.
Leuk achterlampen van een alfa maar geeeneens een foto vd achterkant :p
Lekker artikel weer! En wat een lekkere wagen!
Prachtig, maar wel graag de 1e serie met dat aflopende achterdek.
Leuk artikel weer!
Leuk artikel. Ondergewaardeerde auto, . Mijn voorkeur is de Kyalami. Dat is toch meer het origineel.
Leuk artikel, @larssb, net als elk weekend!

Betreft de auto: niet erg mooi, maar wel bruut. En dat heeft wel zo zijn charme. Persoonlijk ben ik voor hybrides. Nodeloos complexe Italiaanse flatplane V8’en zijn leuk, maar leveren vaak moeilijk et opgegeven vermogen en staan constant stil. Voor een beurt. Of revisie. Bij dit soort auto’s heb je geen kleine beurt en grote beurt. Het is een hele grote beurt of revisie. Juist daarom begrijp ik niet dat het concept nooit is aangeslagen. Tuurlijk, Amerikaanse auto’s, zeker in de 70’s tot 90’s zijn vaak nogal crappy, maar de motoren zijn bijkans briljant. Zo’n Cleveland V8 is gebouwd voor het leven, in tegenstelling tot de auto’s waarin ze gelepeld werden.

Maar de perfecte auto. En dan met name de perfecte sportauto. Die heeft de styling van een Italiaan. Het comfort van een Fransoos. De veiligheid van een Zweed. De handling van een Brit. Het vermogen van een Amerikaan. Met de betrouwbaarheid van een Japanner. En de bouwkwaliteit van een Duitser.
Pantera met GT5 bodykit is toch wel een van de mooiste auto allertijden. Geen wonder dat deze auto overschaduwd werd door de pantera. Wel leuk artikel weer.
Als ventje van twaalf was ik helemaal leip van deze auto, ken die eerste zwart/wit foto nog wel uit zo’n klein auto jaarboekje.

Geef een reactie:

Je moet ingelogd zijn om reacties te posten, registreren kan HIER (ook via Facebook).