Klassieker: MG Montego Turbo
Klassieker: MG Montego Turbo

De snelste MG ooit gebouwd. Damn. Dat klinkt als een enorm spektakel, zet me op de wachtlijst! Maar in 1985 bleek dat een leeg vel te zijn: de snelste MG ooit was destijds namelijk de Montego Turbo. Je stond wel meteen bovenaan die lijst.
Toch werden er een kleine 7300 stuks gebouwd tussen 1985 en 1991 van deze sedan, afgeleid van de Austin Maestro. Ook zoiets geweldigs, tevens aangehaald door collega dizono in zijn zalige guilty pleasure artikel. MG bestond in die jaren eigenlijk alleen nog uit een paar kartonnen dozen met badges en biezen, overgebleven na de sluiting van de MG fabriek te Abingdon in 1980. Die badges plakte men vervolgens vanaf 1982 op gekietelde versies van bestaande modellen, als eerste op de sportieve variant van de Austin Metro. Moederconcern Austin Rover Group, opvolger van het in ‘82 ter ziele gegane British Leyland, was reuze trots op de terugkeer van het illustere merk, maar de echte MG-adepten waren ontroostbaar en huilden dagen aan een stuk. Of werden goths.
Helemaal nieuw was die badge engineering trouwens niet, eigenlijk had MG het zelf uitgevonden door in 1953 een Wolseley 4/44 op te leuken en te voorzien van hun eigen embleem. Een idee van toenmalig topman Leonard Lord dat later nog een hele industrie zou worden. De YA Saloon die MG in 1947 uitbracht was ook al gebaseerd op een Morris Eight E series, maar was dusdanig aangepast aan carrosserie en chassis dat het meer verdiende dan de titel badge engineering. Dat gold weer niet voor de MG 1100/1300, tussen 1962 en 1971 een regelrechte bestseller als opgevoerde Austin/Morris 1100. Die als estate versie die arme Basil Fawlty tot razernij dreef omdat-ie wéér niet wilde starten. Het barrel.
Dat was de Montego Turbo niet, de best betrouwbare O-series 2 liter leverde 150 PK middels een beproefde Garrett T3 turbocompressor met intercooler. Goed voor een top van 205 km/u een acceleratie van 0-100 in 7,3 seconden, snellere MG’s waren er nooit geweest. Mooiere waarschijnlijk wel: de basis van de Turbo werd gevormd door de Austin Montego. Yep. Sexy als steunkousen. De ontwikkeling van de Montego had 7 jaar geduurd, zodat in de tussentijd de auto die hij zou aflossen, de illustere Morris Marina, ook nog eens opgefrist moest worden: hell of a job en zo ontstond de Morris Ital. Ineens leek de Montego toch nog niet zo gek…
Want het waren tenslotte wel de eighties: DJ’s lulden je de oren van de kop en verdienden geen drol, Bonnie lustte nog prik en Rick Astley had gewoon een hit. Dus kon de Montego ook niet zo lelijk zijn. Helemaal volgens de tijdgeest was-ie vooral erg hoekig, wulps was uit en kwam voorlopig ook niet terug. Of het lag toch vooral aan de nog wat basale computers van toen, dit was namelijk een van eerste modellen van de Austin Rover Group die geheel met Computer Aided Design ontworpen waren. Pacman was grafisch ook geen klapper.
Heel kenmerkend voor de Montego was het derde zijruitje. Alsof de ontwerper dat ruitje vergeten was en het zuchtend alsnog in het CAD/CAM programma frommelde, waarop de computer het ruitje prompt achter de C-stijl plaatste in plaats van ervoor. Laat maar. Het gaf hem wel een heel herkenbaar silhouet. Dat stijlkenmerk werd zelfs in het verre Taiwan opgemerkt, traditioneel natuurlijk al de bakermat van schitterende auto ontwerpen. Kijk maar eens naar het silhouet van de Yue Loong Feeling. Ook zo’n daverend succes.
Dat was het digitale dashboard van de turboloze MG Montego niet echt. Ondanks de slechte ervaringen ermee in de MG Maestro monteerde men de eerste paar productiemaanden een nog gecompliceerdere versie ervan in de normale MG Montego. Toen gebruikers op een gegeven moment ongevraagd Zimbabwe 3 in kleur ontvingen in plaats van de gereden snelheid in beeld hadden, schakelde men weer over op normale tellers. Die vond je dus ook in de Turbo, natuurlijk in een lekker hoekig dash-design. Verder vielen de rode biezen in de bumpers, stoelen en deurpanelen op en verwezen diverse MG emblemen en stickers naar zijn sportieve afkomst. Of in ieder geval naar die dozen in het magazijn.
De Montego Turbo was bovendien uitgerust met een diepe voorspoiler en en zo’n heerlijk zwart exemplaar op de kofferklep. Downforce, weet je wel. De standaarduitrusting was, zeker voor die tijd, omvangrijk. Een schuifdak, centrale vergrendeling, elektrisch bedienbare en verwarmde spiegels, elektrische ramen en stuurbekrachtiging: het zat er allemaal op. Zelfs een stereo radiocassettespeler met 4 speakers, lichtmetalen velgen en een driespaaks sportstuur kreeg je erbij als de Austin Rover dealer je nagelnieuwe Turbo thuis kwam afleveren, want zo ging dat. Volgetankt en in de was gezet, alleen hier nog even tekenen.
Dat zou ik nu ook doen, onmiddellijk zelfs. Dit heeft niemand. Er waren er om te beginnen al geen tienduizenden in omloop en het zelfoplossende vermogen dat de Britse auto industrie hun producten in die jaren standaard meegaf deed de rest: als je geluk hebt vind je ergens nog een paar kartonnen dozen met wat MG goodies. Precies zoals deze MG zijn leven begonnen was. Mooi. De gedachte tenminste, het blijft natuurlijk wel een Montego.







