
BMW zet vooralsnog een punt achter de Z-serie en dus blikken we terug op wat deze serie ons allemaal geboden heeft.
Met een motto als Freude am Fahren maakt BMW al jaren duidelijk dat ze erop uit zijn om heerlijk sturende automobielen te bouwen. In de jaren ’80 en jaren ’90 kocht je een BMW omdat je het liefst zelf wilde hoeken en bereid was om extra geld te besteden aan een leuke rijervaring. En als je dan een 320i koopt, krijg je dat tot op zekere hoogte dankzij een zescilinder en achterwielaandrijving. Eigenlijk wil je natuurlijk een autotype dat inherent leuk is.
BMW Z-serie
Daarom besloot BMW na al heel lang niks meer in die geest te bouwen, zich weer eens te wagen aan een kleine roadster. Tweezits, compact, motor voorin, aandrijving achter, dak optioneel. Dat leverde van 1988 tot en met 2026 op dat de Z-reeks een roadster in het gamma verzorgde. En veel meer dan dat. Toch kwam afgelopen week het nieuws dat BMW vanaf 2026 een punt zet achter de huidige Z4 en daarmee tot zover bekend de hele Z-serie. Een pauze is eerder gebeurd, maar gezien de marktontwikkelingen houden wij ons hart vast voor een kleine roadster. Als dit dus echt het einde is, vinden wij het eens tijd om aan de hand van de leukste Z-modellen de hele geschiedenis door te lopen.
1989: BMW Z1 (E30)
En dat begint met nummer één, letterlijk. BMW kwam in 1985 met de Z1 als Concept die in 1988 als productiemodel onthuld werd voor 1989. De letter Z stond overigens niet voor het feit dat het een roadster is, maar voor Zukunft (toekomst). De Beieren wilden dus echt laten zien hoe de auto van de toekomst eruit zag. De vormfactor was een kleine roadster met softtop. Het ontwerp van Harm Lagaay mist eigenlijk vrijwel alle kenmerken die nu uniek zijn voor een BMW, en toch is het onmiskenbaar een product van het merk. Bijzonder voor de Z1 was het gebruik van veel rondingen en een spitse neus. Met als klapstuk natuurlijk die deuren, die elektronisch bedienbaar waren en naar beneden verdwijnen. En ja, rijden met de deuren open is dus technisch mogelijk.

Met claims als ‘de auto van de toekomst’ is het natuurlijk de vraag hoe goed de ontvangst is en BMW deelde die twijfels. Vandaar dat de productie maar duurde van 1989 tot en met 1991 en in die tijd zijn er 8.000 Z1’s gebouwd. De chassiscode is E30 omdat de Z1 is gebouwd op het chassis van de toenmalige 3 Serie, waar ook de 2.5 liter M20B25-zes-in-lijn met handbak vandaan kwam. Goed voor 170 pk op de achterwielen en dat was je enige optie. Enerzijds kun je de Z1 zien als een soort gefaald experiment, maar anderzijds kwam hij wel precies op het goede moment. Alleen was hij toch iets te futuristisch (en duur) voor dat moment.

1995: BMW Z3 (E36/7)
1989 was namelijk ook het jaar dat Mazda met de eerste MX-5 kwam en die bewees dat een goedkope, simpele roadster goud waard is. Vandaar dat BMW pakte wat ze konden gebruiken van de Z1 en verder gingen met het idee van een kleine roadster die in 1995 in productie ging. Dat leverde de eerste Z3 op (E36/7). Dankzij de toen hagelnieuwe BMW 3 Serie Compact (E36/5) had BMW al een verkort chassis met de componenten van een 3 Serie, waarvoor een bijzondere roadster-koets getekend werd. Dit keer met normale deuren, maar wel met de roadster-proporties die je wil: lange neus, korte achterkant, korte wielbasis. Het design leek nog aardig op een E36, maar dan veel ronder en moderner.

Voorin paste uiteraard een zes-in-lijn, maar om de Z3 wat toegankelijker te maken waren een 1.8 en 1.9 liter grote viercilinder ook mogelijk. De zescilinders begonnen bij 2.0 liter maar tot en met 2.8 liter (192 pk) en later zelfs een 231 pk sterke drieliter waren mogelijk. Maar het echte klapstuk kwam met de topmotor.
1996: BMW Z3 M (E36/7)
De motorruimte van de Z3 was namelijk groot genoeg om de motor van de M3 (S50B32) te kunnen huisvesten. Goed voor 321 pk en dat in zo’n piepkleine cabrio. Voor alledaags gebruik was de M3 een betere allemansvriend, maar de Z3 M was de snellere en leukere optie voor een blokje om. Later kreeg de Z3 M zelfs nog heel even de gloednieuwe S54 uit de BMW M3 E46. De Amerikanen kregen in eerste instantie de Z3 M met de S52, die opvallend genoeg veel minder vermogen leverde (243 pk) omdat het om een motor ging die nog sterk verwant is aan de M52 waarop deze gebaseerd is. Dat werd in de laatste jaren gecorrigeerd naar 320 pk door ook de S54 aan te bieden.

1998: BMW Z3 (M) Coupé (E36/8)
Stel: je wil heel graag zo’n keileuke Z3. Maar je houdt niet van wind in je haren. Of regen. Dan kun je uiteraard een hardtop op je Z3 zetten, maar je kon in 1998 ook een Z3 kopen waar dakloos helemaal geen optie was. BMW bedacht namelijk de Z3 Coupé die technisch zo goed als identiek was, maar dan een vast dak had. En als vrij unieke bonus: het werd een soort hatchback. Of nou ja, door zijn tweedeurs basis en lange motorkap meer een soort breadvan of Shooting Brake. In Duitsland kreeg hij dan ook snel de bijnaam turnschuh (sportschoen), maar door de bijna clownesk lange motorkap werd internationaal ‘clownschoen’ de geuzennaam voor de E36/8.

De clownschoen is veruit de meest zeldzame Z3 omdat vrijwel alle instapmotoren geskipt werden. De basis was de 192 pk sterke 2.8, met als enige upgrade de 3.0i en de M met wederom 321 pk. De upgrades waren identiek aan de roadster, maar dan in clownschoen-vorm. De clownschoen is veel meer iconisch gebleken dan de roadster.

1999: BMW Z9 GT Concept
Vergeet niet dat die Z nog niet perse een Z-serie aanduidde en nog steeds staat voor Zukunft. Een klein uitstapje voor de Z-serie kwam dan ook in 1999. Chris Bangle was de toen verse designchef die Adrian van Hooydonk de Z9 liet tekenen, wat voor de millenniumwisseling een aardig ruimteschip opleverde. De Z9 was bedoeld als een range-toppende Gran Turismo met een baanbrekend design. Knettergek, maar uiteindelijk heeft ‘ie wel het productiestadium gehaald. Alleen werd het de nieuwe 6 Serie en geen model uit de Z-reeks.


2000: BMW Z8 (E52)
Toch kwam er nog wel een uitbreiding voor de Z-serie in de vorm van de BMW Z8. In plaats van vooruit kijken, keek de Z8 vooral terug. De conceptversie die zo goed ontvangen werd dat hij in productie werd genomen, heette dan ook Z07: een speling op de Z van toekomst en 507, de auto waar de Z8 met meer dan een schuin ook naar keek. Vandaar dat ook de Z8 een tweezits roadster werd, maar dan iets meer bovenaan het gamma. Voorin lag de toen hagelnieuwe S62B50 van BMW M, de 4.9 liter grote V8 uit de M5 goed voor 400 pk.

2002: Alpina Roadster V8 (E52)
De BMW Z8 werd een exclusief ding vanwege een productierun van slechts twee jaar. Toch werden er nog een stuk of 500 gebouwd nadat Alpina de Z8 verder ging bouwen als Roadster V8. Optisch lijkt het alsof enkel de velgen zijn vervangen door de Alpina 5×4-spaaks-velgen, maar onder de kap is er meer veranderd. In plaats van de S62 ligt daar de 4.8 liter grote M62 die door Alpina aangepakt is voor de B10 V8 S (E39), goed voor 381 pk. Als je een puristische roadster zoekt kom je echter van een koude kermis thuis: de Z8 was er enkel met handbak, maar de Roadster V8 kreeg een automatische vijfbak, de BMW Steptronic. Ook in het interieur paste Alpina hun magie toe door hun eigen upgrades toe te voegen. Normaliter wil Alpina heel duidelijk maken dat het een eigen product betreft, maar op de Roadster V8 vind je alsnog de BMW-badge in de flanken en op de neus.

2002: BMW Z4 (E85)
Vlak na de Z8 kwam in 2002 de opvolger voor de BMW Z3 op de markt, deze heette niet geheel verrassend Z4. Ook al begon de Z-serie steeds meer te staan als aanduiding voor de roadsters van het merk, alsnog was het een aardig ruimteschip. Veel bijzondere details, lijnen die kriskras door elkaar gaan: een bijzonder ding. Technisch was de Z4 een kleinere verrassing ten opzichte van de Z3, met een viercilinder en een reeks zescilinders en initieel ook 231 pk. Later kwam wel een 3.0si met 265 pk. Omdat de Z4 nu iets meer losweekte van de 3 Serie, ondanks technische gelijkenissen, kreeg hij voor het eerst een eigen chassiscode: E85.

2003: Alpina Roadster S (E85)
Voor extra oompf moest je naar Alpina, die voor de tweede maar ook laatste keer een versie uitbrachten van een model uit de Z-serie. De Roadster S is wel rigoureuzer aangepakt door Alpina met wederom die velgen, maar nu ook een sportieve bodykit en optionele striping, alsook de keuze voor het welbekende Alpina Blue. Technisch gebruikte de Roadster S net als de Alpina B3 S (E46) een aangepaste S52 die Alpina de E5/2 noemde. Deze zes-in-lijn is vergroot naar 3.4 liter en perst er 300 pk uit. Da’s leuk, in zo’n Z4.

2005: BMW Z4 Coupé (E86)
En kijk nou wat de nieuwe generatie Z4 ook weer meenam: een coupéversie. De Z4 Coupé (E86) was geen kopie van de clownschoen. Als de basis een roadster is, leek het nu logischer om te gaan voor een soort fastback. Ook hier besloot BMW om de Coupé alleen aan te bieden met de motoren bovenaan de range: de 265 pk sterke 3.0si en de…

2006: BMW Z4 M (Coupé) (E85/E86)
M-versie natuurlijk. Ja, ook die keerde terug. Aangezien de Z3 M ook al in zijn laatste jaren de S54 aanbood, denk je wellicht dat je niet zo veel extra krijgt. Toch schakelde BMW de Z4 M gelijk aan de nieuwe technische specs van de BMW M3 (E46) en dus de 343 pk sterke versie van de S54. Nou was coupé en cabrio ook wat je voor de M3 kon krijgen, maar beide varianten van de Z4 hadden het voordeel van de kleinere koets met kortere wielbasis. Ietwat vergeten en wellicht zelfs een tikkeltje leuker dan de M3 E46: doe er je voordeel mee. Dit is overigens alweer de laatste keer dat er een volbloed Z4 M is geweest.


2009: BMW Z4 (E89)
Zowel de Z3 als Z4 kregen vooral technische updates zonder dat het uiterlijk grondig veranderde, wat ook niet echt nodig was vaak. Zo voelt de komst van de BMW Z4 (E89) als nieuwkomer in de Z-serie in 2009 wat vroeg. Dit is de favoriet uit de Autoblog Garage, want Machiel had er één en Nicolas heeft er één. De E89 is op papier een tegenvaller. Zoals we alvast konden verklappen: er kwam geen M-versie. En als je graag de keuze wilde tussen roadster en coupé was het ook een teleurstelling: hij kwam er enkel als roadster. Voor het eerst echter met een stalen klapdak en dat bood troost voor coupéshoppers: dicht is hij net zo mooi als open, dus je kan als je wil ook uitsluitend dicht rijden. Ondanks geen M-versie kwam er toch een geüpdatet pallet vier- en zescilinders met 156 tot meer dan 300 pk. En voor het eerst in de Z4: turbo’s.

2010: BMW Z4 sDrive35is (E89)
De topversie van de E89 kwam trouwens wel vrij dicht in de buurt van een Z4 M. Deze kreeg namelijk de N54 zes-in-lijn met twee turbo’s. Als sDrive35i kreeg je 306 pk, maar als je de 35is nam kreeg je de volvette 340 pk die je ook kreeg in de 1M Coupé. Dat is een lekker blok voorin de Z4. Het enige wat je voor lief moest nemen is dat de N54 in de Z4 niet gekoppeld werd aan een handbak, maar aan de DCT met zeven versnellingen. Je kon de sDrive35is los van de badges in de flank herkennen aan aluminium spiegelkappen en een meegespoten diffusor met twee eindpijpen aan de uiteinden.

BMW Z4 (G29)
BMW nam minder risico met de Z-serie omdat de markt voor kleine roadsters steeds schaarser werd. Vandaar dat de Z4 na zijn einde in 2016 even een sabbatical nam. In 2019 keerde de BMW Z4 terug als G29 en in theorie voelde het alsof hij nooit weggeweest was. Kleine roadster, keuze tussen vier- en zescilinders en een blubberdikke 340 pk sterke topversie genaamd Z4 M40i. Dit keer met de B58B30 als krachtbron, de nieuwe zes-in-lijn met twee turbo’s die de N5x-serie opvolgde. Het werd wederom een roadster met softtop (voor het eerst zonder mogelijkheid voor een hardtop af fabriek) en een coupé kwam nooit. Tenminste, BMW werkte samen met Toyota en die laatste kwam met de GR Supra die juist nooit als roadster kwam.

BMW Z4 M40i Handschalter (G29)
Net als de E89 kwam de 340 pk sterke topversie van de G29 initieel niet met handbak. Die optie was er wel, maar dan moest je één van de versies met de B48-viercilinder nemen. Pas richting het einde van de looptijd van de GR Supra kwam daar een handbak voor. En dus sloot BMW aan met de Z4 Handschalter, misschien wel de minst sexy naam voor de leukste versie. Handschalter staat uiteraard voor handbak en combineert die zes-in-lijn met zelf roeren. Out with a bang. Want de enige noemenswaardige versie van de Z-serie hierna was de Final Edition, die het einde markeert.

BONUS: BMW Concept Touring Coupé Villa d’Este (G29)
Je merkt wellicht dat BMW voorzichtig is met de Z-serie. Een kleine facelift voor het laatste model van de Z4 veranderde bijvoorbeeld op een haar na helemaal niks, want een melkkoe was het bepaald niet. Toch was er één speciale versie die het productiestadium niet haalde, die we toch even willen uitlichten. Op Concours d’Elegance Villa d’Este onthult BMW elk jaar iets bijzonders en productie is zeker niet uitgesloten (denk aan de 3.0 CSL en de Sky/Speedtop uit ’24/’25). Productie werd wel uitgesloten voor de creatie uit 2023: de Concept Touring Coupé, een Z4 Shooting Brake met bijzondere lak en velgen, bronzen afwerking en een prachtig lederen interieur door Poltrona Frau. En laten we wel wezen: de terugkeer van de clownschoen! Door de exorbitante prijzen van dit soort few-offs is het maar de vraag of je als koper aan een Z4-basis vast wil zitten, maar wij hadden dit heel gaaf gevonden.

SUPERBONUS: BMW Z3 V12 (E36/7)
Door de lange, spitse voorkant van vrijwel elke BMW uit de Z-serie paste er dus een zes-in-lijn voorin. Logisch, dat moest wel voor een BMW. Er paste echter veel meer. Achtcilinder? Had waarschijnlijk gepast. Wie het wil, is een volgende vraag. Waarom we vrij zeker weten dat het past: BMW wilde zelf ook wel eens zien hoe veel ruimte er nou echt voorin een Z3 is. Het antwoord: genoeg om de 5.4 liter grote M73 V12 uit de 750i en 850i te kunnen huisvesten. Er is één (werkend!) prototype van een Z3 met deze motor en met de motorkap dicht zou je nooit verwachten wat erin gelepeld is. Met 322 pk was het overigens niet eens zo veel meer denderend dan de 321 pk sterke Z3 M en bovendien sloeg de gewichtsverdeling van 70/30 helemaal nergens meer op. Maar dat was de vraag niet: het antwoord is, ja, het past.






Wow is die Z4 van 2002 ja? Ouder dan ik dacht. Vind het nog steeds een modern uitziende auto. En de Z8, toen ik die voor het eerst zag dacht ik heh wat een raar ding. Maar is als je er beter naar kijkt, 1 van de mooiste auto’s ooit gemaakt.
Man wat staat BMW design nu ver weg van de elegante lijnen van toen.
Ik heb sinds een maand of 6 een E89 30i handbak (atmosferiche 6 in lijn) uit 2009 en standaard 258 pk, nu ca. 285 door chip en uitlaat. Ga de uitlaat nog compleet vervangen inclusief spruitstuk en de intake vervangen voor ik denk een Gruppe M product. Daarna zou hij richting de 300 pk moeten gaan. Optisch is hij volledig origineel, donkerblauw met beige leer. Mega blij met de auto en in die maanden al bijna 10.000 km gereden, bijna allemaal door de in zuid Europa, Alpen etc. Absolute aanrader voor iedereen, heel veel smiles voor je geld. Reden om niet te kiezen voor de 35i is dat ik het atmosferische karakter van de 30i veel beter bij de roadster vind passen en het leuk vind om een beetje te moeten werken achter het stuur ipv altijd berg koppel in midden gebied. Dat vond ik minder leuk/puristisch rijden. Daarnaast heb ik de N54 ook al in mijn 740i en met het oog op betrouwbaarheid en issues is de N52 (30i) ook een topper ten opzichte van de N54 35i). Kortom, aanrader voor iedereen! Tenslotte, leuk artikel, lekker wakker worden weer.
Deze zomer gekeken naar de z4/e89! Het aanbod is groot en de prijzen zijn niet onredelijk. Helaas is de auto te klein voor personen boven 192cm.
Ook vind ik het interieur een beetje kaal.
Je kunt de stoelen aanpassen zodat
Je dieper kunt en verder naar achter.
??? Hoe dan?? Ik kon mijn positie niet vinden en de rugleuning zat reeds tegen de carrosserie??
Grootste probleem dat mijn hoofd boven de raamlijst kwam.
Ik kan het me voorstellen en het ligt eraan hoe de lengte is verdeeld tussen je benen en romp. Mijn vader is evenlang als ik en past makkelijk, maar hij heeft meer lengte in zijn benen. Ik meer in romp, zijn allebei 1,87 en ik moet ook meer moeite doen om een goede positie te vinden. Dat is wel gelukt maar was wel even zoeken. Belangrijk is wel dat je een auto zoekt met handbediende stoelen, die kunnen lager dan de elektrische stoelen. Ik heb toen met beide proefgereden en was een duidelijk verschil! Had je handbediend of elektrisch?
@wessel94: jij voelt je waarschijnlijk een bevoorrecht mens. En terecht. Liefhebbersauto’s worden gevoelsmatig steeds schaarser, maar die Z4 is er zo een.
Als ik puur op het uiterlijk zou afgaan, dan koos ik voor de Z8, maar die begint zich zo langzamerhand tot de status van eenhoorn te ontwikkelen.
Leuk overzicht weer, @Loek!
Helemaal mee eens en zo voel ik mij zeker. Erg hard voor gewerkt allemaal en het resultaat is fantastisch. Z8 ben ik helemaal met je eens en die staat voor mij ook hoog op de wish list, maar daarvoor zal ik voorlopig nog hard moeten doorwerken haha😉. Zou denk ik de enige roadster zijn waarvoor ik de Z4 zou verkopen.
Z3 van AC Schnitzer heeft een V8 uit de 540i .
Ik hoo dat de kleine sport coupés een revival krijgen. Wellicht over 10 jaar oid. Puur electrisch waarschijnlijk. Voor Lopik de z4 uit 2003 nog lang koesteren hier. Veel te leuk.
Die Z3 M coupe zou ik heel graag een keer willen. Wat een heerlijk obscuur ding is dat en ik vind het design nog steeds geweldig. Wellicht ooit, als ik de ruimte heb om meerdere wagens te stallen …
Ik associeer de Z3 en de Z8 vooral uit de James Bond films die destijds uitkwamen. GoldenEye en The World is Not Enough. Jammer dat de gadget van Q niet standaard kwamen…
Ik heb sinds begin oktober een Z4 3.0i E85 uit 2003 en wat rijdt dat heerlijk. Hiervoor had ik een Z3 2.2i en een 1.8i. Alle 3 fantastisch rijdende, sportieve Roadsters! Dakje open en gaan ook in de koudere maanden.😄 Ik vind het erg jammer dat ze geen opvolger gepland hebben, maar het zat er aan te komen natuurlijk.
Trouwens erg leuk stuk om te lezen.😄👍🏻