
Ongeveer 20 jaar geleden hadden we pas echt gave hot hatches in het C-segment.
Afgelopen week behandelden we een Ford Focus ST (Mk2) in de juiste kleur. Dat valt wel op. Wat ook opvalt: bij de beschrijving van de Ford Focus moeten we sinds vorig jaar in de verleden tijd praten. Hoe kan dat nou?
C-segment
Goed, daar hebben we het vaak genoeg over gehad: hatchbacks lijken in het grote plaatje moeilijker verkoopbaar dan crossovers. Ford kiest er dus voor om de Focus op te offeren voor een Explorer/Capri of Kuga. Daarmee komt automatisch ook een einde aan de Focus ST, de lekkere snelle versie.
Hot hatches in het C-segment
Daarin is de Focus echter niet uniek. Om de Focus ST bij te staan, draaiden we de klok even 20 jaar terug om de hot hatches te zoeken in het C-segment. Veel van deze modellen zijn niet meer in productie, of in sterk gewijzigde vorm. Zo rond 2005/2006, toen kon echt alles leek het wel. RWD, zescilinders, veel vermogen: niks was te gek. Het levert een mooie bonte mix op.
Alfa Romeo 147 GTA (937A)
3.2 liter V6, 250 pk
Wat wel even duidelijk moet zijn, dit artikel is niet een ‘vroeger was alles beter’-lofzang over de goede oude tijd. Toch zijn er dingen die je niet veel meer in moderne hot hatches ziet. Zescilinders voorin je C-segmenter proppen, bijvoorbeeld. Alfa Romeo deed het met de 3.2 liter grote versie van de Busso V6 die voorin de 147 kwam te liggen. De 147 GTA was de topper in de line-up voor de hatchback. Goed voor 250 pk, verdeeld over de twee voorwielen. Zo heb je de sound, het vermogen en een iconische motor in de Italiaanse Golf van Alfa Romeo. Als je echt 2005/2006 als ijkpunt neemt, was de 147 GTA bezig met zijn laatste jaar. De GTA werd niet zoals de normale 147 gefacelift, maar nog wel heel even zij-aan-zij verkocht met zijn vernieuwde standaardbroer.





Audi S3 (Typ. 8P)
2.0 liter 4-in-lijn turbo, 265 pk
We geven de Volkswagen Golf V GTI een eervolle vermelding. Als het gaat om C-segment hot hatches zoals ze niet meer gemaakt worden, is er eentje die we liever benoemen. De spirit van de Golf GTI zit wel in zijn Audi-evenknie. Ondanks dat de A3 er wel was met de 3.2 liter VR6, was dit nooit een performance-versie. Dat was de S3, die vanaf 2006 de eerste S3 opvolgde met een viercilinder turbomotor. Deze motor kwam rechtstreeks uit de Golf V GTI maar werd flink aangepast, bijvoorbeeld door sterkere zuigers en een sterkere turbo toe te voegen: de KKK K04 in plaats van de K03 zoals in de Golf GTI. Dit blok wat luistert naar de code ‘CDL’ is een tuningsfavoriet, maar ook standaard had je al 265 pk verdeeld over alle vier de wielen. Het is de overbrugging tussen de GTI en R die Volkswagen zelf niet aanbood.




BMW 130i (E87)
3.0 liter 6-in-lijn, 265 pk
BMW’s intrede in de hot hatch-markt was een ietwat vreemde. De eerste 1 Serie was namelijk een wat gekunsteld ding, technisch dan. De basis van de 1 Serie kwam nog veel overeen met de 3 Serie van des tijds en dat leverde dus ook een RWD-basis met mogelijkheid voor zescilinders op. De zescilinder versie werd de 130i. Dit is één van de weinige achterwielaangedreven hot hatches met zescilinder. De motor was de 265 pk sterke N52B30, een drie liter grote zes-in-lijn zonder turbo. De 1 Serie won het niet op ruimte, praktisch zijn of baanbrekende prestaties, maar wel op het zijn van een echte BMW-invalshoek op dit idee. Er was nooit een extra sportieve 130i die meer sportieve gimmicks bood dan een 116/118i/120i, maar je kon hem wel sportief laten ogen met het M Sport-pakket.




Ford Focus ST (C307)
2.5 liter 5-in-lijn turbo, 225 pk
Met de eerste Focus liet Ford al snel zien dat rij-eigenschappen hoog in het vaandel staan bij zelfs de meest normale Focus. Niet gek dus dat sportieve Focussen nog dat beetje leuker waren. De ietwat milde maar toch wel erg leuke ST170 was niet zo hardcore als de RS, maar een prima optie. Dat wilde Ford voortzetten met de nieuwe Focus en diens ST-versie, nu zonder de vermogensaanduiding. Nu was er echter naast het puike chassis ook een gave motor om het bij te staan: de 2.5 liter vijfcilinder van Volvo. Goed voor 225 pk over de voorwielen. En we moeten het natuurlijk hebben over de kleur waarin iedereen zich de ST herinnert: Electric Orange. Feller dan dat krijg je het niet.




Honda Civic Type R (EP3)
2.0 liter 4-in-lijn, 200 pk
Je kan twee generaties Honda Civic Type R neerzetten als we het hebben over C-segment hot hatches van ongeveer 20 jaar geleden. De EP3 en FN2 wisselden elkaar precies in die periode af. We richten ons toch even op de EP3, die meer in de smaak leek te vallen dan zijn opvolger. En waarom ook niet? De Civic is niet de grootste krachtpatser in dit overzicht, maar hoe hij die kracht levert is wat hem bijzonder maakte. De K20A2-motor met VTEC wist heerlijk te schreeuwen wanneer je hem op zijn donder geeft. Nog een reden dat we de EP3 pakken is omdat je dan eentje hebt van na de facelift, waar Honda klachten zoals koppel op lage toeren en onderstuur verbeterde. Optisch waren de verbeteringen aardig subtiel, een kleine bodykit, speciale velgen en een kleine spoiler. Indien gekozen is ‘ie wel te herkennen aan witte lak met witte velgen en rode stoelen.





Mazda 3 MPS (BK)
2.3 liter 4-in-lijn turbo, 260 pk
De andere Japanner in deze lijst komt van Mazda. Na de millenniumwisseling hadden ze daar bedacht dat Mazdaspeed of MPS een label moest zijn voor serieus leuke versies van de standaardmodellen. Een Mazda 3 was een prima auto, maar echt bijzonder was het niet. De Mazda 3 MPS deed het anders. Voorin lag een 2.3 liter grote viercilinder met turbo, goed voor een zeer indrukwekkende 260 pk. Een sper zit er ook altijd op, evenals een handbak. Het voelde in grote lijnen een beetje als het kleine broertje van een Subaru WRX STi met dezelfde insteek. Een Mazda 3 MPS is snel te herkennen aan flink dikkere bumpers met een opvallende spoiler achterop. Het is een ondergewaardeerde auto, maar je moet er wel goed voor zorgen. Dure reparaties voor onverzorgde exemplaren zijn namelijk geen uitzondering.




Opel Astra OPC Nürburgring Edition (H)
2.0 liter 4-in-lijn turbo, 255 pk
Vergeleken met de concurrenten qua hot hatches in het C-segment is de Opel Astra OPC altijd ietwat lastig te plaatsen. Het is namelijk nergens echt een uitblinker in. Het is ‘gewoon’ een viercilinder turbo. Hij heeft met 240 pk meer vermogen dan sommige rivalen, minder dan andere. Qua stuurgevoel is ‘ie lekker rauw, maar te veel op het randje zitten levert enorm onderstuur op. Wel oogt ‘ie lekker strak dankzij een serieus dikke bodykit, witte lak met witte velgen en het feit dat de OPC altijd op de Astra GTC is gebaseerd, een soort coupéversie van de Astra. Bonuspunten als je een blauwe kiest uiteraard. Nam je de Nürburgring Edition, dan kreeg je een stickerpakket en een Remus-uitlaat voor 15 extra pk, goed voor 255 in totaal. Dat is dan wel weer leuk.




Renault Mégane RS 230 R26 F1 Team (C84)
2.0 liter 4-in-lijn turbo, 230 pk
Over speciale edities gesproken: we hebben het in deze periode over de dagen dat Renault de wereldkampioen Formule 1 was. Dat moest gevierd worden, maar Renault deed dat uiteraard niet met een exclusieve middenmotor sportauto. Nee, dat werd gedaan door de Mégane RS te voorzien van een paar upgrades. Dat was sowieso al een lekker sturende hot hatch gebouwd door Fransozen die verstand hebben van wat ze doen. De grootste upgrade is het scherpere Cup-chassis. Ook kreeg je 230 pk in plaats van 225. Om de F1-editie te markeren kreeg je op de voor- en achterbumper speciale stickers en op de eerste versie van de F1 Edition zelfs een speciale blauwe kleur, al vond deze zijn origine bij de Renault Trafic. Voor de tweede editie was juist de prachtige meerlaags gele kleur Jaune Sirius (Liquid Yellow) een optie.




Volkswagen Golf R32 (Typ. 1K)
3.2 liter VR6, 250 pk
De Volkswagen Golf GTI verdient een eervolle vermelding, want die was fantastisch. Net als nu is dat één van twee hot hatches in het C-segment op basis van de Golf. Boven de GTI zit natuurlijk de R, nu met grotendeels dezelfde motor maar dan met meer vermogen en AWD. In essence was dat 20 jaar geleden ook zo, maar dan werd het extra vermogen van de Golf R32 gehaald uit een grotere motor. Want Volkswagens compacte V6 die eigenlijk een VR6 is, die paste ook gewoon in de Golf. Goed voor 250 pk en dus verdeeld over vier wielen. Een R32 herken je aan het gave blauwe kleurtje, maar als een andere tint is besteld valt de dikke bodykit op met chromen accenten, grote velgen en een dubbele pijp in het midden van de achterdiffusor. Dit was de laatste keer dat er een V6 in de Golf lag, er was een Golf VI met VR6 als prototype maar de R kreeg hierna een 2.0 liter viercilinder.




BONUS: Dodge Caliber SRT4 (PM)
2.4 liter 4-in-lijn turbo, 295 pk
Tsja, ‘hatchback’. We zetten de Dodge Caliber SRT4 qua hot hatches in het C-segment even als bonus erbij, want Amerikanen noemen dit een hatchback. Toch is het een wat forsere, bijna SUV-achtige auto dan een Golf of Focus. Qua insteek is ‘ie dan wel weer heel erg hot hatch, bijna op een on-Amerikaanse manier. Net als dat de Caliber eigenlijk de Neon moest opvolgen, volgt de Caliber SRT4 de Neon SRT-4 op. Dat betekent dat Dodge’s Street and Racing Technology een plasje mocht doen over de anders ietwat matige Caliber. Het werd de muscle car onder de Europese hot hatches, want de Caliber kreeg bijna onooglijk dikke sport-modificaties. Motorisch meer van hetzelfde, het was ‘slechts’ een viercilinder maar wel eentje die dankzij een dikke turbo 295 pk op de weg wist te zetten. Dat is meer dan welke auto dan ook in dit overzicht.









Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.