Special: Matra Rancho
Matra Rancho

Het schaap in wolfskleren. Met een identiteitscrisis, maar zó heerlijk Frans en eigenzinnig. En tegenwoordig moeilijker te vinden dan een Lamborghini LM002, waar toch nooit in gereden wordt. Hierin wel, alleen moet je wel even heel goed opletten waar je rijdt.
Het ontwerp van deze auto was namelijk nogal bijzonder. Blijkbaar heeft het team van ontwerpers urenlang enthousiast door elkaar zitten praten en misschien ook wel in teveel verschillende dialecten, om het allemaal nog wat verwarrender te maken. Na de rondvraag en afsluiting sloegen ze elkaar blij op de schouders en vervolgens de plank geweldig mis. Want leg dat maar eens uit: een terreinwagen zonder vierwielaandrijving. Een ruime gezinsstation zonder achterdeuren. Een duurzame kunststof carrosserie (voor een deel tenminste) monteren op een chassis en frame dat na een weekje buitenstaan verandert in crêpe-papier. Het kon beter. Dan de marketingstrategie maar wat aanpassen: een auto voor "tout chemin" in plaats van "tout terrain". Voor alle wegen. Vonden ze zelf. Dat klopt, zolang ze maar verhard zijn. Net zo terreinwaardig als iedere andere gezinsauto dus. Maar wel véél leuker en origineler.
Gebouwd van 1977 tot 1984 op een aangepast Simca 1100 pick-up chassis en met de motor en veel van de techniek van de Simca 1308 en 1510 modellen, vonden nog zo’n kleine zestigduizend exemplaren de weg naar een Simca-dealer. Die later Talbot-dealer werd, ook pareltjes als de Solara en Tagora moest gaan verkopen en zo ongewild veranderde in een wereldvreemde kluizenaar. Maar we dwalen af: de Rancho deed het heel aardig en dat was terecht. De techniek was beproefd en best betrouwbaar. De 1.4 liter benzinemotor met 80 PK liep al een tijdje redelijk probleemloos mee voor hij in het vooronder van de Rancho verdween. Dat was meteen de enige motoroptie trouwens, en ook een automaat was niet leverbaar. De variatie zat hem in de uitvoering die vanaf de basis-, via de X-uitvoering zijn hoogtepunt vond in de Grand Raid. Die had standaard bodembescherming (maar nog steeds niet tegen roest...), werklampen onder de voorruit, terreinbanden en een lier. Allemaal erg handig, zoniet onmisbaar op een woonerf natuurlijk. Maar het smoelde werkelijk heerlijk en daar ging het om. Als je dan ook nog je reservewiel op het dak monteerde zag het er helemaal uit of je buiten de gebaande paden kon denken.
Niet rijden natuurlijk, daar hadden we het al over. Maar netjes op de gebaande paden kon je alle kanten op en ging je zeker niet op in die dofgrijze massa van Ascona’s, Taunussen of nog zoutlozer Japans blik. Hij zag eruit of je er doodleuk hemelsbreed mee naar je werk reed, maar eigenlijk blonk hij nergens echt in uit. Behalve in chassisontbinding. Als de buurman vroeg wat-ie allemaal kon was er maar één eerlijk antwoord mogelijk. Niks. Althans, niks meer dan zijn eigen Kadett 1.2N. Maar die was zó saai en zó kaal uitgevoerd dat zelfs de Amish er verlekkerd naar keken. En daar onderscheidde de Rancho zich van de rest, hij zag er best spectaculair uit. Hij had iets meer bodemvrijheid omdat-ie wat hoger op de poten stond, de Grand Raid had zelfs een beperkt slipdifferentieel. Maar daarmee was het rijtje terreinkwaliteiten wel meteen afgevinkt.
Op normaal wegdek reed hij best comfortabel. Flink onderstuurd in bochten, maar dat is niet uitzonderlijk met het meeste gewicht en de aandrijving op de voorwielen. Buiten dat was de wegligging zeker niet verkeerd. Dans l’interieur lekker stevige voorstoelen en dito achterbank met een zee van ruimte daarachter, in totaal kon je een kilootje of vijfhonderd verstouwen in deze armelui’s Range Rover. Verder werd je verwend met een ruime portie minimalisme: geen toerenteller, geen vijfbak, geen elektrische ramen en geen stuurbekrachtiging. Toch was het geen koopje: rond 1980 stond hij voor dik meer dan twintigduizend gulden in de prijslijst. Een Renault 18 of Ford Taunus station kostten een paar duizend minder. Maar waren lang niet zo flamboyant als deze sympathieke Fransoos. Dat prijsverschil kon je daarna het best investeren in een professioneel lasapparaat voor je chassis en werkplaatshuur, beetje vooruitdenken alvast.
Omdat maar weinigen dat deden staan wij nu met lege handen: ze zijn er vrijwel niet meer. C’est trop tard, malheuresement. Sporadisch vind je er misschien nog eentje en dan maar hopen dat-ie nog uit één stuk bestaat... Heel jammer, want het concept was redelijk uniek en een opvolger had hij ook niet. De in eerste aanzet door Matra ontwikkelde Espace werd een totaal andere auto. Tegenwoordig staan er in de prijslijsten dan wel allerlei Cross- of andere opsmukuitvoeringen met bumper- en spatbordbotox, maar dat zijn gekunstelde versies van al bestaande modellen die zich een weg bluffen door de Urban Jungle. Whatever that may be. De Rancho was hierin de eerste, het meest authentiek en daardoor uniek en begerenswaardig. Nu nog meer, omdat-ie zo ontzettend zeldzaam is. En nee, over Bassie en Adriaan gaan we het absoluut NIET hebben!


















