Van 2CV tot Austin 7: alles over fiscale paardenkrachten
Citroen 2CV

Een Citroën 2CV betekent letterlijk deux chevaux ofwel twee paarden. Maar zelfs de allereerste eend had meer pk dan dat. Wat zijn fiscale paardenkrachten en waarom wijken ze zo af van de realiteit?
Begin vorige eeuw begint de auto langzaam steeds populairder te worden en zien overheden deze uitvinding als een uitstekende nieuwe manier om geld te verdienen. Aangezien er nogal wat variatie zit in formaat en prijs, moet men een manier bedenken om grote en dure auto's zwaarder te belasten dan kleine auto's. In plaats van belasting op gewicht, zoals we dat in eigen land kennen, komt men zowel in Duitsland, Frankrijk als Groot Britannië met een systeem waarbij de belasting gebaseerd wordt op het motorvermogen.
Om gedoe te voorkomen wordt besloten het vermogen niet te meten, maar uit te gaan van een formule. In Duitsland komt men in 1906 met een vermogensafhankelijke belasting die rekening houdt met het aantal cilinders, de boring én de slag. Ofwel, de exacte cilinderinhoud is van invloed op de te betalen belastingen. Behalve om geld te verdienen, waren deze belastingwetten ook een prima manier om de grote Amerikaanse auto's buiten de deur te houden en de eigen autoindustrie te beschermen.

Opel 4/12 PS 'Laubfrosch'
Horsepower Tax
In Groot Britannië komen ze in 1910 met Horsepower Tax, maar hun berekening is anders dan die van de Duitsers. De Britten baseren zich namelijk enkel op het aantal cilinders en de boring, de slag wordt volledig buiten beschouwing gelaten. Niet dat het de eerste jaren veel uitmaakt, beide formules weten de werkelijke vermogens heel aardig te benaderen.
De ontwikkeling van auto's gaat echter snel en fabrikanten weten al snel meer vermogen uit een bepaalde cilinderinhoud te halen. Het werkelijke vermogen begint dus behoorlijk af te wijken van het fiscale vermogen. Verwarrend wellicht, maar vooral in het Duitse systeem ook weer niet onwenselijk. Alle auto's worden immers nog steeds op dezelfde manier belast en van onderlinge voordelen is geen sprake.
Dat is anders in Engeland, waar niet de cilinderinhoud, maar de diameter van de cilinder bepalend is. Je raadt het al, van die incomplete formule werd flink 'misbruik' gemaakt. Fabrikanten ontwikkelden motoren met een zeer lange slag en een kleine boring. Niet per se de beste motoren, het toerental werd er door beperkt, waardoor de motoren minder krachtig en zuinig waren dan mogelijk zou zijn met een gunstigere verhouding tussen boring en slag. Ook stapten de fabrikaten daardoor veel later over van ouderwetse zijkleppers naar moderne kopkleppers. In 1947 komt de Britse overheid eindelijk bij zinnen en stappen ze over op een eerlijker systeem. De lange slagmotoren blijven echter tot in de jaren '60 te vinden onder de kap van menig Britse auto.

Austin 7 Coupe door Maythorn
Naamgeving
Om het de consument gemakkelijk te maken, kregen veel auto's in die tijd een naam die verwees naar het aantal fiscale paardenkrachten. Denk aan de Austin Seven of Morris Eight. Ook in Frankrijk kennen we veel van dat soort namen: Citroën 2CV, 15CV (Traction Avant) en Renault 4CV. Overigens wordt fiscaal vermogen in Frankrijk na de oorlog veel zwaarder belast, om de productie van kleine auto's te stimuleren.
Om het voor de consument allemaal nog eenvoudiger te maken, gingen veel fabrikanten in hun naamgeving nog wat verder. Zo heb je bijvoorbeeld de Opel 4/12 PS, Mercedes 12/55 HP, Wolsely 14/56 en de Talbot 14-45. Bij die auto's staat het eerste getal voor het fiscale vermogen en het tweede getal voor het werkelijke vermogen. Weet je dat ook weer.

Renault 4CV




