Alpine A110S - rijtest en video

Praat mee!
Redacteur Autoblog

Niet Duits, niet Italiaans, niet Brits, maar Frans. En dan met een nog relatief bescheiden vermogen. Best een aantal redenen om de Alpine A110S geen blik waardig te gunnen, maar daar doe je jezelf als petrolhead te kort mee.

Uit Frankrijk kwamen al veel lekker of zelfs extreem lekker sturende auto’s. Zo maar een greep: de Clio Williams, de 5 GT Turbo, de Mégane R.S, 205 GTI, de Alpines uit het verleden. Anders dan in Nederland is Frankrijk ook gezegend met een interessant wegennetwerk van Alpen tot aan de kust. In die zin moet je juist opletten als een merk als Alpine weer opstaat. De geschiedenis leert dat er best wel eens wat interessants uit kan komen.

Licht = lekker

Om je geheugen weer even op te frissen, nemen we de filosofie van Alpine nog even met je door. Later gaan we het specifiek over de S hebben, die natuurlijk sneller is dan de “basis” versie.

De truc van Alpine is dat er onder leiding van Nederlander Michael van der Sande (inmiddels verkast naar Jaguar Land Rover SVO) is gedurfd om keuzes te maken. De keuze voor een niet al te grote (en pompeuze) auto die licht moest blijven. In de lichtste vorm, als je van de optielijst afblijft, weegt de A110 slechts 1080 kg. Dat is bijna 400 kg lichter dan een 718 Cayman…

Hoe kwam Alpine tot dit mooie gewicht: door heel veel aluminium te gebruiken. Maar liefst 96% van de carrosserie is aluminium, het zelf ontwikkelde chassis is dat uiteraard ook. Om nog meer gewicht te besparen is het aluminium gelijmd en niet gelast, want ja, ook dat scheelt weer. Binnenin gaat de keuzes om (kilo)grammen te besparen verder: zo zijn de stoelen slechts 13,1 kg per stuk, maar dan missen ze wel de mogelijkheid om de leuning te verstellen. Het scheelt wel weer de helft met stoelen van concurrenten en al die kilogrammen helpen ook weer om minder grote remmen nodig te hebben, een wielophanging die minder gewicht hoef te torsen en ultimo een motor die minder paardjes nodig heeft om aansprekende prestaties te leveren. En een minder krachtig blok is vaak weer wat lichter, zien jullie waar het naar toe gaat?

Een elektrisch opklappende spoiler: niet altijd fraai (is wat voor te zeggen), zou de klassieke lijnen van de A110 aantasten en het voegt weer gewicht toe. Met een vlakke bodem en een diffuser kan je lift op hoge snelheid ook tegengaan, zonder dat dat echt kilogrammen toevoegt.

Met S van Schnell

De S versie is sneller, maar het is ook weer geen wereld van verschil. De A110S houdt namelijk hetzelfde blok, de 1.8 waarvan collega Casper al opmerkte dat er voor de Alpine meer uit te halen was. Voor de S komt er 29 kW/ 40 pk bij, het vermogen stijgt van 252 naar 292 pk. Hetzelfde blok heeft in de Megane RS Trophy al weer 300 pk, dus het blijft curieus waarom Alpine niet op of door die magische grens van 300 paardjes heen gaat.

Gezien het lage gewicht, voor de A110S slaat de weegschaal uit naar 1.114 kg, zijn de prestaties fantastisch. De topsnelheid is 260 km/u en de sprint naar de 100 gaat ook echt rap: in slechts 4,4 seconden. Dat is 0,1 seconde sneller dan de reguliere A110 en een halve tel sneller dan de 718 Cayman. Ouch, kilogrammen zijn niet goed voor je sportieve prestaties, dat had ik je ook wel kunnen vertellen. De gewicht-vermogensverhouding van de A110S is 3,8 kg per pk, ter vegelijk: de Cayman moet één kilogram per pk meer meeslepen.

Of S van subtiel

Het vergt een kenner om te spotten of het een A110S is, want de wijzigingen zijn erg subtiel. De matte carrosseriekleur Gris Tonnerre is wel een weggever, die optie is namelijk exclusief voor de A110S gereserveerd.

Verder kan je de A110S herkennen aan de gestileerde vlag op de C-stijlen, de in zwart uitgevoerde Alpine-letters op de achterzijde, oranje remklauwen en speciale donkere ‘GT Race’-wielen. Binnenin zijn de wijzigingen ook niet wereldschokkend: aluminium pedalen en voetensteunen en een met leder afgewerkt stuurwiel met oranje 12-uursmarkering en oranje stiksels. Alpine gebruikt verder zwarte Dinamica-bekleding voor de hemel, zonnekleppen, deurpanelen en de 13,1kg wegende Sabelt-kuipstoelen. De vaste stoelen hebben wel een nadeel: ze zijn maar beperkt verstelbaar. De leuning staat in een vaste hoek en voor mij stond die niet rechtop genoeg. Alsof je continu te veel onderuit gezakt moet zitten.

Of de S van minder soft

Voor een auto uit dit segment is de A110 verbazingwekkend comfortabel, maar ook weer niet soft en week. Voor de S koos Alpine echter wel om het ietsje ruiger te maken, zonder dat het comfort helemaal verloren gaat. De wielophanging is 4 mm verlaagd, want niet eens zichtbaar is. Wel voelbaar zijn de nieuwe schroefveren die 50% stijver zijn en de holle stabilisatorstangen die zelfs 100% aan stijfheid wonnen. Schokdempers en de aanslagrubbers werden ook harder, het geeft de A110S meer precisie dan zijn mindere broer, maar gelukkig ook nog steeds veel comfort.

Het weggedrag heeft een karakter wat ik graag omschrijf als Frans en ik bedoel dat als een compliment. Het lage gewicht vertaalt zich in een lichtvoetig karakter met snelle reflexen. Ondanks de relatief smalle banden (Michelin Pilot Sport 4, 215 mm breed voor en 245 mm achter) heeft de A110S veel grip, er is geen bulk aan massa die doorduwt. Het lekkere is dat onderstel en besturing continu communiceren wat er gaande is. Rem een bocht diep en je voelt dat je de druk van de achterzijde haalt. Niet dat de A110S dan direct je kop eraf bijt zoals bij vroege Franse hothatches.

In het kader van gewichts- en kostenbesparing kreeg de A110(S) één item niet mee, waar wij altijd wel fan van zijn: het sperdifferentieel. Elektronica die sperwerking simuleert is lang geen “second best” en dus kan je de Alpine erop betrappen dat het binnenste wiel doorslaat. Gezien de layout met een middenmotor komt het niet vaak voor, maar toch zou ik als liefhebber het sper op zijn minst op de optielijst willen zien.

Prijs en conclusie

De vanafprijs van de A110S is € 77.900, want bijna 13 mille meer is dan de reguliere A110. Dat is een forse stap, maar een reële verhoging voor 40 pk extra en wat additionele spulletjes.

Alpine A110S

Qua concurrentie komt de A110S er dan ook nog redelijk vanaf: de Lotus Elise is nog lichter, nog goedkoper, maar inmiddels ruim over de houdbaarheidsdatum om nog nieuw aan te schaffen. De 718 Cayman is nipt duurder, is zwaarder en langzamer, maar het is wel een Porsche. Dat scheelt toch uitleggen aan de bar en bij de Cayman valt er wel meer te kiezen qua opties en (nog) dikkere motoren. Kortom: voor dit geld is de A110S een bijzonder aanbod. Er zijn auto’s met meer pk voor dit bedrag, maar echte sportauto’s met middenmotor zijn dun gezaaid en de Alpine is dan ook nog eens verschrikkelijk goed.