Bentley Turbo R, youngtimer in beeld

Praat mee!
Redacteur Autoblog

Bentley Turbo R

Bentley Turbo R

Snel en chique. Groots en klassiek: de Bentley Turbo R.

Sjezen in je eigen sociëteit, totally oblivious voor hybridefanatisme, oplaadpunten, ecoboost of al die andere uitgekauwde trending topics. Je zou er makkelijk aan kunnen wennen, verslaafd aan raken waarschijnlijk. Met het dichtslaan van dat zware portier betreed je een parallel universum waar het besturen van een automobiel nog puur genieten en salonfähig is. En niet voornamelijk een milieudelict.

Dat is het naar de huidige maatstaven natuurlijk wel bijna, door die epische 6,75 liter V8 met een Garret AiResearch Turbo erop geschroefd, zo groot als een konijnenhok. Ruim meer dan 300 PK levert dit monument. Dat moest je tenminste maar aannemen. Als je destijds zo dom was om ernaar te vragen, en vooral naar de prijs, werd je door de dealer meteen weer door de zijdeur naar buiten gewerkt. Met een plastic tasje met een folder, stickers en een paar pennen. Ga nog maar even sparen, arbeider. Nu nog steeds geen gek idee, trouwens. In de jaren negentig werd men bij Rolls-Royce en Bentley iets minder snobistisch en gaf men het vermogen desgewenst op aan het plebs. Zo ontdekten we dat dat gaandeweg al richting de 400 PK gestegen was. But who cares?

Het vermogen was “meer dan voldoende”. Dat was ook al zo bij zijn voorganger, de Mulsanne Turbo. Die kon dat vermogen alleen maar moeilijk kwijt. Als je een rotonde wat enthousiast nam, kapseisde je twee keer bijna. En als je een beetje driftig optrok verdwenen de eerste drie auto’s voor je tijdelijk uit het zicht, zover kwam die statige neus omhoog. De Turbo R kreeg daarom een aangepast onderstel met o.a. zwaardere stabilisatorstangen, straffer afgestelde dempers, grotere wielen met bredere banden en wat minder bekrachtigde besturing. Hoewel natuurlijk geen gezicht en nergens voor nodig, kon je hier nu wél serieus mee planken. Affreus. Maar zo werd het wel weer de eerste sportieve Bentley sinds lange tijd en onderscheidde hij zich sterk van zijn tweelingbroer, die bejaardenverzwelgende Rolls-Royce Silver Spirit.

Een kleine 7500 werden er geproduceerd, van 1985 tot 1997. Van 1997 tot 1999 was ook nog de Turbo RT leverbaar, de krachtigste versie met ruim 400 PK, voornamelijk herkenbaar aan de gaasgrill en andere bumpers en velgen. Hiervan rolden er nog zo’n 250 uit het atelier in Crewe, voordat de Boxy Bentley definitief werd afgelost door de Arnage. Met nieuwprijzen vanaf gemiddeld 400.000 gulden was the motorcar verzekerd van een schare ware adepten. Want voor dat geld kocht je ook een riant huis, maar dat hadden ze natuurlijk allang. Of een dorpje in oost-Groningen, maar daarvan wisten ze niet precies wat je ermee moest. In ieder geval kocht je er zeker twee van de dikste S-Benzen of 7-Bimmers voor. Die beide vast nog veel betere auto’s waren. Alleen moet je daar maar net wat mee hebben, zo’n geavanceerd, kil en afstandelijk laboratorium vol technisch vernuft en alsmaar die onstuitbare vooruitgang. Vermoeiend.

De Bentley is een oase van rust. Een salon, met de hand vervaardigd uit de beste materialen. Leer van de mooiste huiden, schitterend walnotenhout en wollen tapijt tot boven je enkels. Daar word je vanzelf wel relaxed van. Ook als je in alle stilte en onbewogen binnen 7 seconden naar de honderd per uur dondert. Per abuis, dat spreekt voor zich. Je hoeft jezelf niet meer te bewijzen tussen het andere blik. De wetenschap dat er voldoende power aanwezig is, is meer dan genoeg. Volkomen onnodig om dat vermogen aan te spreken.

Om hem aan te schaffen, met veel plezier te rijden en lang in goede staat te houden is een klein beetje vermogen dan wel weer aan te bevelen. Deze Britse edelman ontstijgt het A-segment namelijk enigszins voor wat betreft de maandelijkse autokosten. Nobility comes at a price. Dat wordt dan vervolgens rijkelijk gecompenseerd door onmiskenbaar karakter, ambiance, prestige en ouderwets vakmanschap. Een mobiel Balmoral Castle, in al zijn glorie. En bijna net zo groot.

Er zijn zeker nog prachtige exemplaren te vinden, echte parels soms. De prijzen lopen vér uiteen: van zes tot tachtig mille. Voor het onderhoud zijn er nog een paar terzakekundige specialisten, die de liefde voor deze aristocraat met je delen en de Bentley een leven lang in blakende gezondheid kunnen houden. Maar wel tegen een passende vergoeding uiteraard, het is tenslotte geen habbekrats kostende, uitgeputte 7- of S-serie met verchroomde roestranden en geen enkele Freude am Fahren meer. De Bentley trap je niet af, adel verloochent zich niet. Had ik maar een dubbele achternaam, maar vooral een hele grote garage...