Dit zijn 9 geweldige voorwielaandrijvers uit de jaren '90
geweldige voorwielaandrijvers

Ja, er waren geweldige voorwielaandrijvers in de jaren '90!
Meestal hebben we een aanleiding voor een lijstje. Dit keer niet een nieuwsfeitje, maar een gesprek tussen enkele petrolheads op de redactie. Boze tongen beweerden dat een auto met voorwielaandrijving per saldo niet goed kan zijn. Voorwielaandrijving is een compromis en daardoor is een auto slecht.
Of zijn er ook goede voorwielaandrijvers geweest? Waarmee het rijden echt een lach op je gezicht toverde? Want in principe wil je in een rijdersauto juist de grootst mogelijke lol hebben. Maximale snelheid is tegenwoordig niet relevant meer.
Daarom kijken we even naar de leukste geweldige voorwielaandrijvers van de jaren ’90. Vlak voordat auto’s sterker, sneller en milieuvriendelijker waren. Niet alleen daarom, maar zo zien we die oude auto’s nog eens voorbijkomen.
Nissan Primera GT (P10)
1990

Het is toch knap van Nissan dat ze bijzonder gave techniek zó saai eruit konden laten zien. En dan bedoelen we niet alleen de Skyline of Silvia. De Nissan Primera GT was een meestwerkje. Nissan had enkele dingen uitstekend onder controle in de jaren ’80 en ’90. Qua ondersteltechniek liep Nissan voor op veel andere merken. Of nou ja, voorlopen: er werd simpelweg meer geld in gestopt.

Dat is premium. De Primera GT had een zeldzaam goed onderstel. De motor (de SR20DE) was met 150 pk niet overdreven sterk, maar vergeet niet dat de BMW M3 rond de 200 pk aan boord had. In Japan waren er nog snellere versies. De Primera GT was dusdanig goed dat ze ‘m in de VS als Infiniti G20 verkochten met een flinke marge.
Volkswagen Corrado VR6
1991

Ja, een Volkswagen met een zware neus en voorwielaandrijving kan een leuke auto opleveren. Ga voor de grap in een Golf V6 4Motion rijden en dan in een Corrado VR6. Er gaat een wereld voor je open. Ja, er is een beetje onderstuur, zeker als je als een hooligan rijdt. Maar pas je rijstijl erop en het totaalplaatje klopt gewoon. De motor klinkt fraai, complex en duur. Dat is eigenlijk ook het geval.

De stuurinstallatie biedt zowaar een vorm van gevoel en het onderstel is niet eens plankhard, maar keurig uitgewogen. Dat was standaard en een standaard exemplaar vinden kan nog weleens lastig zijn. Nieuw kocht niemand dit soort auto’s in Nederland. Oh, wel uitkijken dat je niet de automaat neemt. Die haalt een groot gedeelte van de lol eruit.
Renault Clio Williams
1993

De Peugeot 205 was de meest geweldige Hot Hatch van de jaren ’80. De Clio Williams die van de jaren ’90. Dit is namelijk hoe je een Hete hatchback wenst. Minder dan 1.000 kilogram en een potige tweeliter zestienklepper. De motor heeft onderin voldoende koppel en trekt heerlijk door. Daarbij hangt de blauwe Renault geweldig aan het gas. De besturing is vol gevoel en precies.

Allemaal karaktereigenschappen die je tegenwoordig nauwelijks meer tegenkomt. Smetjes? De transmissie was niet Japans-soepel. Oh ja, de zitpositie was ook niet denderend, iets dat tegenwoordig veel beter voor elkaar is. Maar als het aankomt op geweldige rijdersauto’s uit de jaren ’90, dan hoort de Renault Clio Williams er gewoon in thuis. Toevallig heeft ‘ie ook nog eens voorwielaandrijving. Dus hoort hij in het lijstje van geweldige voorwielaandrijvers.
Peugeot 306 GTI
1996

De 306 XSI en S16 waren al geweldige voorwielaandrijvers, een leuke proloog op wat ging komen: de Peugeot 306 GTI. De 306 had een uitstekend chassis zoals alleen Fransen dat kunnen. Meer dan voldoende absorptievermogen, maar ook veel communicatie. De 306 GTI lag bijzonder strak op de weg, een achterwiel van de grond krijgen in een bocht was mogelijk. Dat niet alleen, dankzij de meesturende achteras en de losse achterzijde kon je met gemak met gas los de kont omkrijgen. De XU10 J4RS-motor is een geweldenaar die maar blijft gaan.

De Xsara VTS kreeg dat blok ook, maar bij de 306 GTI monteerde PSA een zesbak. Die was aanzienlijk fijner qua bediening dan de vijfbak in de Xsara. De Britten noemden de auto daardoor ook wel de GTI-6. Over Britten gesproken, die kregen na de facelift een 306 Rallye, dat is in feite een GTI-6 zonder opties.
Lancia Delta HPE HF Turbo (836)
1996

Deze Delta wordt vaak vergeten, maar hoort zeker in het overzicht van geweldige voorwielaandrijvers thuis. Als we het hebben over legendarische auto’s, dan komt de Delta Integrale vaak bovendrijven. Logisch, het is een magistrale auto. Zijn opvolger kon nooit in de schaduw staan, maar dat is helemaal niet erg. De voetbalcarrière van Jordy Cruijf is alsnog bijzonder indrukwekkend. Lancia had in de jaren ’90 al door dat je de driedeurs hatchback moest positioneren als sportieve versie, zo’n 10 jaar voordat andere merken het gingen oppakken.

De 2.0 viercilinder was in basis stokoud, maar omdat de auto in de jaren ’60 vooruitstrevend was en Fiat het blok bleef doorontwikkelen, kon ‘ie nog prima mee. In de HF Turbo had je 185 pk tot je beschikking, waarmee de auto serieus snel was. Dankzij het sper kon de Delta HPE HF Turbo zijn power ook een beetje kwijt. Zeker als je naar Madeno Racing of Savali ging voor meer vermogen, was dat diff geen overbodige luxe.
Ford Puma
1997

Soms kun je ook veel te veel je best doen. De Ford Puma is zo’n auto. Als je het heel kort door de bocht bekijkt, is Tigra-concurrent gewoon een Fiesta-coupé. De basis was weliswaar een Fiesta, maar Ford veranderde er enorm veel aan. Het chassis was steviger, de coupe-koets was stijver en spoorbreedte aanzienlijk groter. Yamaha ontwikkelde er speciaal een motor voor, de 1.7 Zetec met 125 pk.

Dat klinkt niet als veel, maar het was een heerlijk toerenmachientje waarmee je de grootst mogelijke lol had. Waar je in een Audi RS6 af en toe het idee hebt “Gaan we al ZO hard?” Denk je in de Ford Puma “Gaan we pas zo langzaam”. Wat de Puma zo leuk maakt, is dat alles dat belangrijk is voor een rijdersauto aanwezig is. De besturing is zuiver en precies. Schakelen is een genot. De voortrein heeft veel grip, meer dan de achterzijde. Een voorzichtig driftje kan prima met de Puma. Helaas is de roestpreventie niet perfect voor elkaar bij Ford in deze periode.
Rover 200 BRM (R3)
1998

Kleine auto’s zijn lastig te verkopen, tenzij ze meer premium zijn. Wat dat betreft is het jammer dat Rover het niet gered heeft. De Rover 200 BRM was namelijk bijzonder vermakelijk. Het was in principe een extra heftig uitziende versie van de 200 Vi (Vitesse, de benaming voor snelle Rovers voordat ze MG gingen heten). De motor was een 1.8 VVC K-Serie waarbij je de koppakking net zo vaak moest vervangen als de olie. Maar als ze gingen, dan gingen ze!

Dankzij de Variable kleptiming waren ze ook in de lagere toeren-regionen goed bij de les. De 200 BRM was een tikkeltje onstuimig als je ermee ging sporten, dat was ook zijn charme. Geen voorspelbare onderstuur en ‘vlak’ motorkarakter. Met de BRM-versie kreeg je er een fraai interieur bij, plus de gaafste wielen. Oh ja, en een paar hele opvallende rode (oranje?) details op de non-metallic groene auto.
Honda Integra Type-R (DC2)
1998

Misschien wel het prototype auto waaraan je denkt bij geweldige voorwielaandrijvers. Het is er echt eentje uit de categorie: deze had je moet kopen toen ze goedkoop waren. Om eerlijk te zijn, echt goedkoop zijn Integra’s nooit geweest. In Japan zijn ze redelijk goed verkocht. In Europa verkocht Honda ze ook, in de VS onder de Acura-badge. De journalisten waren eensgezind: dit was een van de beste rijdersauto’s van deze periode. De roomwitte Honda kan zich zo met een BMW M3 (E30) of Delta Integrale meten.

Lang leve de homologatie-specials (wat de Integra Type-R ook was). De 1.8 liter VTEC was niet koppel-sterk, maar alles stond in het teken van een laag gewicht, veel grip en veel vermogen. Want ondanks 1.8 liter slagvolume, leverde de motor 190 pk. En dan was dat voor de geknepen Euro- en US-versies. De JDM-modellen (met platte koplampen) haalden met gemak 200 pk!
Fiat Coupe Turbo Plus
1999

In de jaren ’90 liepen er een paar kunstenaars rond bij Fiat. Zowel op de designafdeling als op de techniek-afdeling. Fiat was in deze periode veel gebruik aan het maken van gedeelde platforms en motoren. Normaal gesproken levert dit auto’s op die identiek rijden. De Fiat Coupe Turbo Plus was een unieke auto. Het ontwerp van Chris Bangle (ja, die ja, hij werkte toen bij Pininfarina) was spectaculair.

Bijzonder ook dat de auto afwijkt van de Alfa GTV, dat in principe een zelfde soort auto was. De 2.0 20v Turbo (gelukkig met sper) was een bijzonder geval. Deze voorwielaandrijver was namelijk heel erg snel. Echt heel erg snel. Van 0-100 km/u in 6,5 seconden is tegenwoordig niet verkeerd, maar dit apparaat liep 250 km/u. In 1999! Alleen daarom al een topper in dit overzicht van geweldige voorwielaandrijvers.
Uiteraard is dit slechts een greep als het gaat om geweldige jaren ’90 voorwielaandrijvers. Als jij nog aanvullingen hebt, laat het horen, in de comments!




