Rijtest & video: Renault Megane RS
Renault Megane RS


Waarom nog een saaie auto kopen? Ik heb het me serieus afgevraagd. Zo in het wit met RS trim smoelt de Megane simpelweg super.
En ik ben niet de enige die daar zo over dacht, want in de dagen die ik doorbracht met de Megane RS kwamen diverse mensen even neuzen. Of even vertellen dat ze dit toch wel een erg mooie auto vonden. En vragen hoeveel PK die had (250). Kortom: met een witte Megane RS kom je geen aandacht te kort. Sterker nog: beter een witte Megane RS dan (ik noem maar eens wat) dan een 911. Als het je tenminste om aandacht tijdens het tanken te doen is.

“All show en no go” is niet echt het recept waar we hier blij van worden en gelukkig is het over het algemeen niet Renaults stijl. Met de Gordini-modellen laten de Fransen overigens wel zien graag mee te doen met de sticker-boys die louter voor het uiterlijk gaan. Gordini zou zich om deze uitspraak in zijn graf omdraaien, maar gelukkig was dit een reguliere Megane RS. Hoewel, eigenlijk ook weer niet. Renault laat namelijk zien dat ze heel goed begrijpen welke opties de echte stuurmannen (of wannabee stuurmannen en natuurlijk weer m/v) graag aanvinken op de menukaart bij de lokale dealer. Voor 1.995,- euro extra geeft Renault je het Cup-chassis met een dikkere stabilisatorstang voor en 35% (aan de voorzijde) en 38% (achter) stijvere schokdempers en veren. Daardoor stuurt de Megane RS nog strakker en is de rolneiging met 15% afgenomen.

Mocht die 1.600,- euro duur klinken voor een setje andere veren, weet dan dat Renault voor dat geld ook een sperdifferentieel monteert. Een echte. Dus geen elektronische meuk zoals we die bij VAG of Alfa Romeo kennen, maar een echt mechanische sper. Waar de elektronische nep-sperren uiteindelijk altijd alleen de rem op het binnenste wiel kunnen zetten en daarmee dus voor een (hoe licht dan ook) inhouden van de auto zorgen, daar lijkt een auto met mechanische sper alleen maar de klauwen in het asfalt te zetten. Op de vorige generatie Megane RS zat al een onafhankelijk scharnierende voortrein, vergelijkbaar met het RevoKnuckle-systeem van de Focus RS (dat toch beter gemarket is door Ford). Die geavanceerde voortrein zorgt ervoor dat besturing en aandrijving elkaar minder dwars zitten en het minimaliseert de aandrijfkrachten in het stuur bij het uitaccelereren van een bocht (torquesteer). Die krachten worden weer groter door het monteren van een sper, maar het geheel voelt nu uitgebalanceerd aan. Niet dat je niet voelt dat er geknokt worden om de laatste centimeters grip en tractie, maar het blijft een subtiel spel waarover je netjes geïnformeerd wordt in het stuur.

De 2.0 turbo is een doorontwikkelde versie van het blok uit de vorige generatie Megane RS. De vierpitter levert nu een gezonde 250 pk bij 5500 tpm en een maximum koppel van 340 nm bij 3000 tpm. Zonder twijfel goede cijfers, maar te snel klinkt in het interieur het piepje met het teken dat schakelen gewenst is. Heel veel toeren wil de tweeliter niet maken. Voor de vermogensafgifte is het duidelijk niet nodig, maar stiekem mis ik de aloude atmosferische screamers wel eens. De turbo maakt dat dit blok ook onderin een behoorlijke stoot koppel levert, dat dan weer wel. Een nadeeltje is het ronduit bokkige gedrag bij koude motor. Alsof je een streetfighter met een kater wakker maakt door een plens water over hem heen te gooien, zo reageert de viercilinder nadat deze uit zijn ochtendrust is gehaald.

Als het blok warm is, is er van die nukkigheid (die ook wel eens exemplarisch zou kunnen zijn) ook niets meer over. De 2.0 turbo geeft nog ferme klappen, maar dan alleen als je er om vraagt. In slechts 6,1 seconden staat er 100 op de klok en de topsnelheid bedraagt 250 km/u. Dat hadden we kunnen nameten, want de testauto was uitgerust met de Renault Sport Monitor. Met dat systeem kun je allerlei leuke metertjes te voorschijn toveren zoals de turbodruk, motorprestaties, langs- en dwarsversnellingen, maar ook de beste tijden op de 400 meter en de 0 tot 100 km/u. Klinkt goed he, alleen waren we (ok, ik dan) te lui om de handleiding te zoeken. De RS Monitor is alleen op te roepen door twee knoppen tegelijkertijd in te drukken, maar ik dacht dat het er simpelweg niet op zat. Gelukkig kon ik me verder wel vermaken met het onderhoudende onderstel en de 250 gewillige paarden.

Die paarden zijn trouwens niet heel muzikaal, ze blazen wel wat door de uitlaat, maar dat is het dan ook wel. Het is een kwaaltje wat de meeste viercilinders in lijn met turbo hebben, uiteindelijk is het motorgeluid niet heel spannend. Het interieur vormt ook niet bepaald een inspiratiebron voor Spyker. Behalve lekker sportstoelen van Recaro, spannende tellers en een gele nulstand markering op het leren sportstuurwiel is er binnenin niet heel veel exotisch te vinden. Het is netjes, het functioneert goed en voelt degelijk aan, maar daar is het meeste dan ook wel mee gezegd.


Eerlijk gezegd kan het me ook niet zo veel schelen. De meeste indruk maakt de Megane door het rijgedrag (entertaining!) en de motor (sterk!). Daarnaast smoelt de RS van buiten erg lekker, zelfs met de “big pimping” 19” jetsers niet-zo-subtiele velgen van het testexemplaar. En het wordt nog leuker. Renault vraagt voor de standaard Megane RS slechts 31.390 euro. Dat is een hele scherpe prijs, op lijn met de Golf GTI (alleen heeft die een stuk minder pk's aan boord). De Golf R, Leon Cupra, Focus RS, C30 T5 zijn allemaal (fors) duurder. De Megane RS is dus niet alleen heel erg leuk, maar ook nog eens heel goed geprijsd.
[lg_folder folder="0_Reviews/Renault/Megane_RS_2010/" count="18" cols="4" paging="true"]




