Autoblog-Advies: investeren in een pre-war klassieker

En om het makkelijk te maken, krijgen we een relatief krap buideltje mee met 15.000 euro. Of 33.0556,50 guldens, zoals onze muntjes toen nog heette. We duiken in de wondere wereld van de vooroorlogse klassiekers!
Martijn is een ondernemer en moet ondertussen wel eens aan zijn pensioen gaan denken. Ondernemers denken nu eenmaal graag out of the box en in plaats van geld in een pensioenfonds te storten, ziet onze Martijn liever zijn pensioen in de garage staan. Als autoliefhebber kijkt hij met gemengde gevoelens naar de flink stijgende prijzen van klassiekers. Ze worden steeds duurder, maar nu instappen kan daarentegen wel eens voor een leuk rendement zorgen. Nu ben ik van mening dat je een klassieker voor meer redenen moet kopen dan investeren alleen. Maar aangezien Martijn aangeeft een autoliefhebber te zijn, zit dat vast wel goed.
Dan Martijn's wensen- en eisenlijstje, gezien de bijzondere omstandigheden ditmaal een keertje niet in een tabel. Het budget bedraagt een wat krappe 15.000 euro en daarvoor moet een in rijdbare staat verkerende klassieker worden gevonden die potentieel in waarde stijgt, in originele staat is en indien mogelijk gebouwd is voor 1940.
De uitdagingen
Investeren in klassiekers lijkt interessant, zeker als je de enorme prijsstijgingen bekijkt die de markt momenteel doormaakt. Alleen in dit geval zijn er een aantal uitdagingen. Allereerst de periode waarin we zoeken. Vooroorlogse klassieke auto's zijn wat minder populair dan hun naoorlogse broertjes, die momenteel vooral gekocht worden door mannen die de auto's kennen uit hun jeugd en nu genoeg geld hebben er eentje te kopen. De pre-war classics stijgen dan ook wat minder hard in waarde, al zullen ze deze bij een eventueel barstende bubble ook minder snel verliezen. Verder is het aanbod sowieso erg klein en het budget is met 15.000 euro voor een in goede staat verkerende auto relatief laag. Voor dat geld koop je met name de Golfjes en Astra's van die dagen. Leuk, maar niet erg bijzonder en daarom ook geen potentieel interessante belegging.
Hoewel het natuurlijk koffiedik kijken blijft, maak je de meeste kans met een auto die een verhaal heeft. Auto's van een merk met een rijke historie of modellen met een bijzonder verhaal. Aangezien het aanbod heel klein is, heb ik mij in de zoektocht niet beperkt tot modellen in het algemeen, maar tot specifieke auto's. En ook de landsgrenzen bleken te beperkend om tot een leuk rijtje van vier auto's te komen, dus heel Europa werd afgezocht. Maar de vier opties zijn binnen, stuk voor stuk leuke auto's voor een zondags ritje en met de potentie meer in waarde te stijgen dan veel andere auto's uit die periode en prijsrange, met de laatste als persoonlijke favoriet van uw adviseur.

Duitse voorwielaandrijver: DKW F7 (1939, €15.400)
In 1931 is DKW het eerste merk dat een auto met voorwielaandrijving in serieproductie durft te nemen. Deze F1 is het startschot voor een reeks kleine voorwielaangedreven auto's, waarvan deze F7 uit 1939 een van de latere exemplaren is. Een heuse stationwagen en daarmee geschikt om het hele gezin. Mits je gezin bestaat uit niet al te gehaaste mensen, want met 18 pk uit een 600 cc tweecilindertje moet je geen haast hebben. De topsnelheid bedraagt een whopping 80 kilometer per uur, maar dat is waarschijnlijk gemeten met één inzittende... Gevonden op Mobile.de, in Denemarken.

Een beetje afdingen: Chrysler Airflow (1937, £13.995 / €18.634)
Als je één auto moet aanwijzen die een belangrijke rol heeft gespeeld in het design van moderne auto's, dan is het deze Chrysler Airflow. Hoewel ook in Europa al volop werd geëxperimenteerd met stroomlijn, was het Chrysler dat hier vanaf 1934 als eerste vol op inzette. Dit exemplaar is van het laatste productiejaar, waarin de Airflow een iets conventioneler frontje kreeg aangemeten. Ter vergeefs, want een succes werd de Airflow nooit. Maar een goed verhaal en lage productieaantallen zijn prima ingrediënten voor een investering. Gevonden op Car and Classic, in het Verenigd Koninkrijk.

Mini-Airflow: Peugeot 202 (1939, € 10.000)
De Airflow mocht dan geen succes zijn qua verkoopaantallen, ook andere fabrikanten hadden door dat Chrysler iets bijzonders gecreëerd had. Niet alleen concerngenoot De Soto ging Airflows bouwen, onder andere Toyota en Peugeot kopieerden het design voor hun eigen modellen. Peugeot deed dat in allerlei verschillende maten, waarvan deze 202 de kleinste is. Ze kopieerden alleen de manier waarop de deuren open gingen precies verkeerd om. Dit keurig ogende exemplaar staat in Spanje, maar voor 5 mille moet transport deze kant op wel te regelen zijn. Of je plakt er een vakantie aan vast en rijdt hem zelf terug... Gevonden bij Antequera Classic, in Spanje.

Post-war, maar misschien wel je beste optie: Alvis TA 14 Saloon (1948, €14.900)
Alvis kon je voor de oorlog gemakkelijk vergelijk met Jaguar (al heette dat toen nog S.S.). Een merk dat met name sportwagens en sportieve vierdeurs wagens bouwde, voor de welgestelde Brit die zich niet per Morris of Austin wilde verplaatsen. De TA 14 is het eerste na-oorlogse model van Alvis, maar deelt vrijwel al haar techniek nog met de 12/70 van voor de oorlog. Ook de body ziet er klassiek uit, met zijn lange motorkap, losse spatborden en two-tone spuitwerk. Het is een merk met historie en voor 15 mille waarschijnlijk het meest exclusieve en potentieel meest interessante dat je als investering kunt kopen. Plus dat het simpelweg een schitterende wagen is. Gevonden op: Marktplaats, gewoon in Nederland.
Wil jij ook advies over je volgende auto? Mail dan naar tips-apenstaart-autoblog-punt-nl met het onderwerp Autoblog-Advies. Voorzie ons dan van de gegevens in de tabel en eventuele andere zaken die relevant zijn! Wie weet vinden wij jouw volgende droom-auto!




