Autodelen is de toekomst - of niet?
Share a Porsche

De kans dat je de auto van een petrolhead een dagje meekrijgt? Waarschijnlijk maak je eerder kans op een avondje met veel drank en weinig kleding met zijn vrouw. Toch schijnt autodelen helemaal de bom te zijn. Of toch niet?
Je kunt bij me aanbellen en vragen of je mijn auto mag lenen, maar waarschijnlijk jaag ik je van het tuinpad af - een enkele uitzondering daargelaten. Ook bij @autoblogger sta je voor een dichte deur: ‘Ik leen mijn auto niet uit. Maar goed, wij zijn autoliefhebbers. Mijn moeder leent haar auto tegenwoordig wel uit, en daarvoor deelde ze er eentje met de buuv.’ Bij collega @nicolasr hoef je ook al niet aan te bellen. ‘Mijn huis mogen ze gebruiken, want daar kunnen ze geen boetes mee rijden, maar mijn auto? Uitgesloten. Want mijn auto.’ En dan schrijven wij nog over auto’s. Dat @Wouter bij iedere gele auto die hij ziet een sprongetje maakt, komt omdat hij denkt dat hij eindelijk zijn eigen auto weer eens ziet. En het schijnt zelfs dat @CasperH een fotootje van zijn eigen auto in zijn portemonnee bewaart. Kortom, we lenen doorlopend auto’s van anderen - ook een soort autodelen - maar je mag geen meter in die van ons rijden. Je zult met ons moeten trouwen voor je in onze auto’s mag rijden (en dat is slechts voor zeer weinigen weggelegd).
Bruidsschat
Trouwen kon je onlangs ook doen om in een Porsche te gaan rijden. In april en mei van dit jaar kon je een Porsche Marriage aangaan, niet alleen als duo, maar ook als drie- of viertal. Dat leidde tot 1620 verlovingen, 1750 aanzoeken en 540 potentiële huwelijken. Winnaars Joeri, Casper, Nick en Jasper reizen binnenkort naar India en mogen daarna een jaar lang de bruidsschat delen: een Porsche 911.
Ook zonder te trouwen kun je een Porsche delen, met Share a Porsche. Dat is een concept waarbij je een Porsche deelt met vrienden. Je hebt daarbij keus uit een Cayman, Boxster of 911. Woordvoerder Per Peschar: ‘We zijn nu ongeveer een maand online met de Share a Porsche-site. Het is daarom te vroeg om te zeggen of het een succes is, maar we hebben wel bezoekers op de site en er zijn serieuze geïnteresseerden. Daarnaast zijn we het eerste land dat dit concept aanbiedt, waardoor er ook belangstelling is van andere Porsche-importeurs. Tot slot werken we eraan om het concept financieel bereikbaarder te maken, waardoor we nieuwe doelgroepen aan kunnen spreken.’ Het sterke punt van Share a Porsche lijkt tegelijkertijd de zwakte: omdat je zelf maximaal drie anderen zoekt waar je een Porsche mee wilt delen, hoef je je auto niet met wildvreemden te delen. Maar je moet natuurlijk maar net drie vrienden hebben die ook een Porsche willen rijden én daar een paar honderd euro per maand voor over hebben.
Rijdende slet
Veel goedkoper is het om een auto een dagje te gebruiken via een platform als SnappCar. Collega @Dizono heeft er ervaring mee: ‘Ik heb weleens een leuke klassieke Alfa gehuurd om m’n meisje mee te verrassen. Dagje toeren, picknickmandje; ideaal via SnappCar. Ik zou mijn eigen auto ook wel uitlenen, maar dat is dan ook een soort rijdende slet.’ En is ze alleen makkelijk of ziet ze er dan ook uitgewoond uit? ‘Eh… Het zou denk ik anders zijn als ik een mooie auto had. Mijn auto’s zijn werkpaarden. Ik heb mijn auto ook weleens aangemeld voor SnappCar, daar kreeg je alleen zo weinig voor dat ik het niet gedaan heb. Maar ik leen dan mijn motor weer niet uit, tenzij ik je echt vertrouw.’
Klinkt goed, dat SnappCar. Maar helaas, binnen een straal van een kilometer rondom mijn eigen woonplaats kan ik alleen zaaddodende baggerauto’s oppikken: een Renault Kangoo bijvoorbeeld, of een groene Scénic automaat van veertien jaar oud. Iets verder uit de buurt is het betere materiaal te vinden, maar dan moet je alweer gaan plannen: ruim tien kilometer met de fiets of met de bus om bij een auto te komen is tamelijk onpraktisch. Maar stel dat ik dat ervoor over zou hebben, dan kan ik onder meer kiezen voor een paar leuke klassiekers: een Volkswagen Kever uit 1974 (€ 50 per dag), een Porsche 944 uit 1985 (€ 150), een Mercedes SL uit 1983 (€ 150), een Peugeot 204 Coupé uit 1974 (€ 125) en een Trabant uit 1971 (€ 75) zijn slechts een paar van de mogelijkheden.
Investeringsoorlog
Toch kijken we er nu vooral naar als autoliefhebbers, terwijl autodelen natuurlijk ook bedoeld is als vervanging voor autobezit. Fabrikanten en importeurs staan in de rij om te investeren in autodeelplatformen, en dat doen ze natuurlijk niet voor die handvol autoliefhebbers die af en toe een dagje met een lekkere auto op pad wil. Het eerdergenoemde SnappCar stond eerder dit jaar voor de rechter omdat een potentiële investeerder de deur werd gewezen. Eerder haalde het bedrijf geld op bij de Rabobank en via crowdfunding, maar eind 2015 investeerde AutoBinck twee miljoen. Daarvoor werden onderhandelingen met een andere potentiële investeerder afgebroken, het investeringsfonds Clarissima. Dat wilde echter zó graag investeren, dat het SnappCar voor de rechter sleepte en een soort investeringsoorlog ontketende. Waarom zou je dat doen? Bijvoorbeeld omdat in de eerste maanden van 2016 een recordaantal auto’s werd gedeeld via SnappCar. ‘Bijna 60 procent meer aanmeldingen in januari en februari ten opzichte van dezelfde maanden in 2015,’ juicht het bedrijf. Naar eigen zeggen is het bedrijf dat in 2011 door Victor van Tol en Pascal Ontijd werd opgericht de grootste Nederlandse en tweede Europese online community waar particulieren hun auto met elkaar kunnen delen. ‘Het groeiende aantal aanmeldingen van nieuwe verhuurders laat zien dat autodelen steeds meer gemeengoed wordt en dat ook verhuurders steeds meer vertrouwen krijgen in het proces en de werkwijze van SnappCar.’
Optimistisch
Die cijfers kunnen we niet natrekken, maar cijfers van het Kennisinstituut voor Mobileitsbeleid laten een heel ander beeld zien. Eind vorig jaar liet dat Kennisinstituut van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu weten dat er minder Nederlanders hun auto delen dan een paar jaar terug verwacht werd. In 2015 werd in de ‘green deal autodelen’ vastgelegd dat er in 2018 ongeveer 100.000 deelauto’s beschikbaar moesten zijn. Toen het rapport Mijn auto, jouw auto, onze auto in december verscheen, was het echter nog lang niet zo ver. Er waren op dat moment zo’n 90.000 autodelers en 14.000 deelauto’s. ‘Bijna twintig procent van de Nederlanders staat open voor een of andere vorm van autodelen. Slechts een deel van deze Nederlanders zal tot autodelen overgaan. Het voornemen om in 2018 100.000 deelauto’s beschikbaar te hebben is dan ook optimistisch te noemen.’ De verwachting dat het aantal autokilometers door deelauto’s zal dalen, komt dan ook niet uit. Het instituut voorspelt voor 2020 een reductie van het aantal autokilometers met 0,5 tot 1 procent als de helft van de Nederlanders die openstaat voor autodelen dat in de komende jaren zou gaan doen.
Mobiliteitsprovider
Hoe kan het dat consumenten hun schouders ophalen als het om autodelen gaat, terwijl fabrikanten en importeurs massaal de horlepiep dansen? Naast AutoBinck zitten ook Louwman (Wego) en Pon (Greenwheels) in autodelen. Het Belgische CarAmigo, vergelijkbaar met SnappCar, heeft een partnership met Ford. Opel is een jaar geleden in Duitsland gestart met het deelautoprogramma CarUnity. PSA (Peugeot, Citroën en DS) wil terugkeren op de Amerikaanse markt, maar in eerste instantie als mobility provider. Met een autodeelprogramma, dus. Ook Daimler, het moederbedrijf van onder meer Smart en Mercedes, ziet zichzelf inmiddels als zo’n mobiliteitsprovider. Het bedrijf biedt via car2go elektrische Smarts aan in grote steden, waaronder Amsterdam, Brussel, Stockholm, Washington, München, Milaan en Toronto. Wat fabrikanten in autodelen zien, vragen we aan Armin Gräter, Bereichsleiter Funktionale Sicherheit bij BMW. Hij houdt zich bij BMW bezig met autonome auto’s, maar de verwachting is dat die autonome auto’s in veel gevallen ook gedeelde auto’s zullen zijn. Ik vraag hem waarom BMW zich bezighoudt met deelauto’s; hoe meer mensen een auto delen, hoe minder auto’s er immers verkocht worden. ‘Jij en ik zijn autoliefhebbers, maar er zijn ook mensen die een auto hebben om van A naar B te gaan. Die zullen misschien niet zo snel bij een BMW uitkomen, want onze core business blijft Freude am Fahren. Maar als deelauto’s de toekomst zijn, kun je maar beter zorgen dat je voorop loopt.’
Rotte appels
Vooroplopen doet BMW op dit gebied zeker. Kijk maar naar de conceptcar die MINI onlangs liet zien, de Vision Next 100. In Londen spraken we onlangs met designer Anders Warming, die zijn schouders ophaalde toen we zeiden dat het ding er niet direct als een MINI uitziet. ‘Toen de originele Mini in 1959 op de markt kwam, zat er een gedachte achter die auto. Sir Alec Issigonis droomde er niet van om een auto met ronde koplampen, een platte motorkap en staande achterlichten te ontwikkelen. Hij wilde een compacte auto voor stedelijke gebieden op de markt brengen. Met die gedachte hebben we de Vision Next 100 ontworpen. We zeggen dat het onze visie op stedelijke mobiliteit over honderd jaar is, maar eerlijk gezegd kun je dit al veel eerder verwachten. Over 30 jaar, misschien wel 20. Je kijkt hier niet naar de volgende generatie van de MINI, maar misschien wel naar de generatie daarna. Tegen die tijd móeten we misschien wel auto’s gaan delen. Niet alleen groeit de bevolking nog steeds, ook gaan steeds meer mensen in stedelijke gebieden wonen. Als iedereen een eigen auto heeft, komt er simpelweg een moment waarop al die auto’s niet meer in onze steden passen. Daarom hebben we een auto ontworpen die je kunt delen, maar zonder dat je er last van hebt. De auto herkent je, niet omdat je de sleutel bij je hebt, maar aan je fysieke kenmerken. Vervolgens kun je met behulp van de Cooperizer, het centraal geplaatste instrument dat typisch MINI is, de auto volledig aanpassen aan je eigen voorkeuren. Op die manier proberen we het ríjden in een MINI leuk te houden, ook als je die auto niet zelf bezit. Met behulp van een app zorgen we ervoor dat de rotte appels verdwijnen. Er verschijnen bij zoveel dingen reviews, waarom zou je de gebruiker van een deelauto niet kunnen reviewen? Als je de auto’s vies en uitgeleefd achterlaat, krijg je slechtere reviews. Hoe beter je reviews, hoe meer mogelijkheden je krijgt.’ Zit wat in: als je dan een auto deelt, is het aannemelijk dat dat beter gaat met een auto die er speciaal voor ontworpen is.
Nee, we staan nog steeds niet te springen voor deelauto’s. En met ons kennelijk de rest van het land, want er zijn op dit moment pas 14.000 deelauto’s in Nederland. Maar als het dan toch moet of handig blijkt te zijn, laat het dan op een leuke manier zijn. Want áls het moet rijden we liever in zo’n gepersonaliseerde MINI, een gedeelde Porsche of een lekkere SnappCar-klassieker dan in een inspiratieloze Greenwheels-auto met grote stickers...




