Deze 9 klassiekers zijn beter met elektromotor
Klassiekers met elektromotor

We gooien de knuppel in het hoenderhoek. Wat ons betreft zijn deze 9 klassiekers beter als er een elektromotor in zou liggen.
Moderne auto’s gaan een schonere motor krijgen. Zoveel is duidelijk. Het ziet ernaar uit dat de toekomst elektrisch is. Er is af en toe discussie of het waterstof of accu’s worden, maar in beide gevallen is er sprake van een elektromotor.
In sommige gevallen zal dat gewoon gaan zorgen voor een veel betere auto. Natuurlijk, een zes-in-lijn is geweldig. Maar je mag anno 2021 blij zijn wanneer je een driecilinder aan boord hebt. Kortom, dat is ook niet alles. Men zal zeker de 3.5 zes-in-lijn gaan missen uit de E34 M5, maar de viercilinder uit de 520i zal niemand missen. Waarschijnlijk.
Enfin, op basis van dat idee gingen we eens langs een aantal klassiekers. Want sommige auto’s hebben weliswaar de klassieker status, maar dat is ondanks hun motoren. Niet zozeer dankzij de motoren. Of auto’s waarbij de motor weinig toevoegt of zelfs erger: iets afbreuk doet aan het concept van de auto. Dit zijn 9 klassiekers die beter zijn met elektromotor, als het aan ons ligt:
Alfa Romeo Montreal
Het begint meteen met een heel discutabele keuze als het gaat om een klassieker met elektromotoren. We weten dat we hier héél erg glad ijs betreden. Wie weleens een Montreal heeft gehoord, weet dat die motor complex, temperamentvol en heel erg duur klinkt.

Het is echt een kunstwerkje op zich. Waarom zou je die waanzinnige motor vervangen door een een elektrische motor? Simpel: de Montreal was eigenlijk niet goed genoeg voor die V8. De Montreal was een stylingstudie op basis van de Giulia’s uit die tijd. Geen enkel probleem, maar de auto was vrij groot voor het chassis en dat gold eigenlijk ook voor de motor.

De Montreal was dan ook absoluut geen sportauto, zoals een E-Type dat wél was. Daarbij kocht je een Montreal voornamelijk om dat Gandini-koetswerk. Het was destijds een van de meest kenmerkende ontwerpen van zijn tijd en eigenlijk is de auto dat nu nog steeds.
Porsche 912
In principe mag je niets aan een Porsche doen, volgens de puristen en merkfanatici. Een Porsche is het beste als je ‘m origineel laat. Als Porsche denkt dat iets een verbetering is, doen ze het zelf wel. En ook al durf jij wel een Porsche te modificeren, niemand durft het vervolgens te kopen. Dus de kapitaalvernietiging werkt twee kanten op. Een Porsche klassieker met elektromotor kan dus eigenlijk écht niet.

Maar er zijn gelukkig ook genoeg Porsches waar de verzamelaars hun neus voor ophalen. Denk aan de Porsche 924, 944, 968, 928, Boxster, Cayman en natuurlijk deze 912. De 912 was een soort tussenoplossing. De eerste serie was een 911 met 356B-motor. Later werd deze vervangen door de Volkswagen 914, ook zo’n ongewilde auto.


Die werd op zijn beurt nog heel eventjes vervangen door wéér een 912. Wederom met een bloedmooie koets, maar ook een teleurstellende viercilinder boxermotor. Een Porsche die klinkt als een kever wil je niet. Een elektrische 912 daarentegen klinkt als muziek in de oren.
Citroen DS19
De eerste auto die naar boven kwam bij het maken van dit lijstje. Want de Citroen DS is om heel erg veel dingen vooruitstrevend en bijzonder. Maar laten we eerlijk zijn, dat komt niet zozeer door de motor.

Het is niet zo dat de motoren slecht waren. Integendeel. Het is alleen dat je destijds niet een DS kocht vanwege de motor en nu eigenlijk nog steeds niet. Het ondersteel met de veerbollen is veel bijzonderder. Of wat te denken van dat enorm futuristische uiterlijk?


Toen de DS uitkwam reed men nog in koetsen zonder paard ervoor, als het ware. De vele technologische vondsten en het bijzondere interieur blijven allemaal gewoon behouden als de auto geheel elektrisch is. En dat zoevende karakter past eigenlijk heel erg goed bij het zwevende tapijt-gehalte van dit Franse meesterwerk. Deze klassieker knapt het meest op van een elektromotor waarschijnlijk.
Jaguar XJ-S V12
WAT! Een V12 inwisselen voor een generieke zoemmachine? Jazeker! Natuurlijk zijn we ook niet compleet van de pot gerukt. Het mooie van de V12 van Jaguar was het discrete karakter, het koppel dat altijd paraat stond en de zijdezachte loopcultuur.

Die drie redenen zijn voldoende om het extreme brandstofverbruik te rechtvaardigen. Geen enkel probleem. Het nadeel is dat het niet de betrouwbaarste V12 aller tijden is. In tegendeel. Daarnaast was het ook geen spectaculaire motor, in vergelijking met Italiaanse V12’s in soortgelijke coupé’s. Sowieso zijn de zes-in-lijn versies stiekem fijner, maar wij denken dat een elektromotor in deze klassieker perfect zou kunnen werken. Dan combineer je een fluisterstille XJ-S met een veel hogere mate van betrouwbaarheid.


Collega @nicolasr heeft zo’n XJ-S met V12 en hij heeft geen idee hoe de auto rijdt, ondanks de vele tienduizenden euro’s aan ‘onderhoud’. Als laatste, het ontwerp van de XJ-S moet simpelweg beter gewaardeerd gaan worden. Met name de vroege exemplaren zijn werkelijk beeldschoon en zeer uniek vormgegeven.
Ford Mustang Fastback (63A)
Een Amerikaan? Ja, een Amerikaan. In principe kunnen we elke Mustang benoemen. Of eigenlijk elke Muscle car. Natuurlijk, die V8 staat synoniem met het type auto. Maar ondanks dat we allemaal een V8 in zo’n auto WILLEN hebben, bestelt lang niet iedereen ‘m met V8.

Er zijn legio vier- en zescilinder uitvoeringen met nauwelijks vermogen en nul karakter. Nu is dat op zich goed te begrijpen, je had zo wel de looks van een sportieve auto, maar niet de hogere running costs. Het idee van de EcoBoost Mustang is echt niet nieuw, ook in de jaren ’70 en ’80 waren er viercilinder Mustangs.


In veel gevallen valt er voldoende veel te zeggen voor een elektrische Mustang (als er geen V8 in zit/zat). Je kan zo evengoed genieten van dat fraaie uiterlijk en flaneren. En laten we eerlijk zijn, dat is het ook het enige dat je kon doen met een instap-benzinemotor, nietwaar?
Opel GT (Typ 93)
De Opel GT was in principe een Corvette-achtige design, maar dan toegepast op een eenvoudige Europese auto. In Amerika zijn pk’s en cc’s altijd spotgoedkoop geweest.

Er bestaat dan ook niet zoiets als een Corvette met een klein motortje. Wel met weinig vermogen, maar dat is een ander verhaal. Om de prijs lekker laag te houden, kon je de Opel GT ook met een 1.1-motor krijgen.





Nu zijn dat prima naaimachientjes, maar er is gen enkele reden om die motor te missen. Het belangrijkste onderdeel van de Opel GT, dat smaakvolle uiterlijk van Erhard Schnell blijft fier overeind staan.
Daf 44
Er was ooit een tijd dat je auto’s van een Nederlands merk kon aanschaffen. Dafjes waren typisch Hollandse autootjes. Eenvoudig, betaalbaar, stiekem best degelijk en niet al te gek.

Ook hier valt er voldoende te genieten als je de motor buiten beschouwing laat. Die tweecilinders waren niet echt verfijnde motoren en snel was de Daf 44 ook al niet. Kortom, met een elektrische motor wordt er weinig getornd aan de beleving van zo’n auto, op het kabaal na uiteraard.


Maar ja, dat is net zoiets als zeggen dat je het gekrijs van de baby van de buren gaat missen. Met een beetje krachtige elektromotor zou ook het eens mogelijk kunnen zijn om een beetje goed van je plek te komen met een Daf. Ondanks alle kwaliteiten waren ze nooit echt snel.
Saab 92
Eigenlijk kunnen we hier elke Saab invullen. Saab was altijd een eigenwijs merk. De 92 met hun tweetaktmotoren herken je van kilometers afstand. Echt praktisch was het niet, want alleen als je gas gaf, smeerde de motor. Handig, jongens.

En ondanks dat het geluid herkenbaar was, klonk het meer als een opgevoerde kettingzaag dan een degelijke Zweedse auto. Dan tellen we nog niet eens de uitstoot van een dergelijke rijdende milieuramp mee. Sowieso waren de prestaties niet heel erg denderend, alhoewel de auto in rally’s goed scoorde.





Als laatste is er ook nog het design van zo’n 92. Dat staat echt als een huis. Het is een zeer herkenbaar en uiterst aerodynamische koets. Eigenlijk was Saab een soort Tesla met verbrandingsmotoren. Alleen pakt de eigenwijsheid van het merk nu wel (veel beter) uit.
Honda S500
Dit is de laatste klassieker die beter zou zijn met elektromotor in het rijtje. Althans, die beter zou worden van elektrische aandrijving. Honda bouwde in de jaren ’60 drie kleine roadsters. Alle drie waren ze voorzien van een piepkleine motor die enorm veel toeren kon draaien. In principe waren het motorfietmotoren. Sterker nog, via een ketting werd de achteras aangedreven!

Ondanks dat het principe best goed was en de S500, S600 en S800 erg licht waren, sloeg Honda misschien ietsje door. Ja, de sportauto’s waren zeer licht. Maar het gebrek aan koppel merktje wel onder de 4.000 toeren. Dat niet alleen, ze waren ook bijzonder krap.


In de jaren ’60 waren Japanse mensen nog niet zo groot. Daarbij moet de aandacht ook even gehaald worden van de motorfietsmotoren. Met een elektromotor zal de auto waarschijnlijk beter rijden (niet scherper sturen dankzij het hoge gewicht, maar ja. Je kan niet alles hebben. Daarbij kunnen we zo wellicht iets meer genieten van het uiterlijk.




