Dit is de duurste BMW Z3 coupé van Marktplaats
Schoen

Het is niet eens een M Coupé, deze clownschoen...
De BMW Z3 was een beetje een moeilijke auto toen 'ie uitkwam medio jaren '90. Dat had misschien wel vooral te maken met het verwachtingspatroon. In theorie was de Z3 de opvolger van de legendarische Z1. Maar in de praktijk was het een wat lager in de markt gezette kleine cabrio. Meer iets wat de gegoede burgerij van het Gooi kon kopen 'voor erbij' en minder een rij-ijzer voor het benzinehoofd met een voorliefde voor wind in de haren. Zelfs James Bond had er moeite mee de Z3 echt stoer te maken. Dus ja, als zelfs 007 daar niet in slaagt...

Wat niet hielp voor het imago van de in Amerika gebouwde Bimmer, was dat 'ie er aanvankelijk alleen kwam met vierpitters. Het interieur was daarbij meer jaren '80 BMW dan jaren '90 BMW en hier en daar kon je zien dat de plastics ook uit Amerika kwamen. De interne bouwcode van de roadster luidt E36/7, vanwege diens verwantschap met de E36 3-Serie. De achterwielophanging kwam echter nog van de oude vertrouwde E30. Dat was vooral beter voor de packaging, niet per se voor het rijgedrag.

Maar misschien was de kritiek wel helemaal niet eerlijk. De Z3 was namelijk ook relatief goedkoop in de aanschaf. Zeker voor wat uiteindelijk toch gewoon een heuse BMW roadster is. De fraaie neus en de proporties waren dik voor elkaar. De achterkant was alleen wat ielig. Maar als een MX-5 net wat te JDM voor je was of jij net iets te lang voor die MX-5, was de Z3 best een goed alternatief.

In de loop van zijn bestaan werd de kleine cabrio bovendien ook steeds verder opgewaardeerd. Dikkere koets, strakker onderstel, dikke zes-in-lijn onder de kap, ja dan had je opeens een andere auto. Het leukste was echter dat in 1998 ook de E36/8 verscheen op basis van de Z3 roadster. Deze 'coupé', die meer wegheeft van een hatchback zonder achterbank, werd door zijn aparte vorm en raampartij al snel liefkozend 'clownshoe' genoemd.
Dankzij de extra stijfheid die het vaste dak de koets verleende en het feit dat de coupé alleen met de dikkere zespitters geleverd werd, was de Z3 opeens toch nog een gaaf rij-ijzer geworden. Dat wil zeggen: een M3 is verfijnder en uiteindelijk ook sneller, maar de Z3 listiger en moeilijker te temmen. Zeker de M coupe wilde nog wel eens 'een stapje opzij zetten' terwijl je het niet per se verwachtte. Het is maar net wat je leuk vindt natuurlijk.
Als je een M coupé net iets teveel van het goede vond, maar wel een Z3 coupé wilde, was de keuze makkelijk. Aanvankelijk zat je dan namelijk vast (geen straf) aan de 2.8 liter grote zes-in-lijn die we kenden van diverse '28i' modellen. Later werd deze smeuïge oude bekende vervangen door de even smeuïge maar net wat krachtigere 3.0 liter I6 (M54B30). Die laatste unit hangt ook in het vooronder van dit groene exemplaar dat we vonden op Marktplaats. Nadeel daarvan is alleen dat de coupé vanaf dat moment ook die misplaatste chromen strip achterop de klep kreeg.

Met een vraagprijs van 29.950 Euro zit 'ie prijstechnisch in een territorium waar je ook een knakige M Coupé kan vinden. Daar staat tegenover dat dit een exemplaar is met weinig kilometers, uitgerust in de fraaie kleurencombinatie groen over beige leder. Dat leder ziet er overigens ook nog vrij fris uit in tegenstelling tot bij de meeste andere Z3's. De styling 42 velgen zijn ook zeker geen verkeerde keuze. Tenslotte is nog belangrijk dat het hier om een handbak gaat, want teleurstellend veel non-M Z3 coupé's hebben een automaat. Normaal niet het einde van de wereld, maar het past niet echt bij deze auto.
De verklaring voor de lage kilometerstand is dat de BMW deel uitmaakte van een verzameling. Nou blijft 30K natuurlijk best wel geld voor een niet-M Z3. Je kan er ook veel ander leuk spul voor kopen. Doch de clownshoe geniet dan ook al best lang een aparte cult status die de prijzen opdrijft. Toch maar kopen dan?
Image-Credit: Vanbeers.eu




